Kunstpedia - http://www.kunstpedia.com
Cocktailjurk en Bubikopf
http://www.kunstpedia.com/articles/257/1/Cocktailjurk-en-Bubikopf/Page1.html
Didier, Michel
Kunsthistoricus Michel Didier schrijft artikelen voor week- en maandbladen en is hoofdredacteur van het - gratis - online-kunsttijdschrift Cosimo. Daarnaast  verzorgt hij cursussen en lezingen sinds 1987 en organiseert en begeleidt hij culturele reizen.

www.tijdruimte.nl
www.cosimo.nl 

 
By Didier, Michel
Published on 24 April 2008
 
In geen andere periode in de geschiedenis is de band tussen architectuur, beeldende kunst en het dagelijks leven zo sterk geweest als tijdens de art déco. Mensen woonden in die stijl, omgaven zich ermee en kleedden zich erin. De vrouw werd van een uitstalkast van de rijkdom van haar echtgenoot tot een wandelend totaalkunstwerkje.

In geen andere periode in de geschiedenis is de band tussen architectuur, beeldende kunst en het dagelijks leven zo sterk geweest als tijdens de art déco. Mensen woonden in die stijl, omgaven zich ermee en kleedden zich erin. De vrouw werd van een uitstalkast van de rijkdom van haar echtgenoot tot een wandelend totaalkunstwerkje.

Rond 1900 is Parijs het modecentrum van de wereld, zoals ze dat al zo'n vierhonderd jaar is geweest. De sierlijke krullen van de art nouveau spiegelen zich in de uitgebreide toiletten die de dames torsen. Rechte lijnen ontbreken geheel en al: vrouwen bestaan uit wespentailles in korsetten, uitstulpende boezems, uitdijende heupen, rokken met stroken en op hoogopgestapelde kapsels gepinde, gevederde hoeden. De aldus samengestelde dame is zo krullend als een affiche van Mucha of een sieraad van Lalique.

De eerste die de vrouw bevrijdt van de onnatuurlijke, opgelegde vormen was de couturier Paul Poiret, die haar uit de zwaar gesteven onderrokken hijst. Zijn invloed is zo overweldigend groot in Europa en Amerika, dat tegen het eind van de eerste wereldoorlog de vrouwen massaal gekleed gaan in ietwat vormeloze jurken met lage taille, die een grote bewegingsvrijheid en een blik op de enkels mogelijk maken.

Een nieuw element in de mode is de sport: in steeds meer reclames figureerden tennissende, skiënde en autorijdende vrouwen. Twee balletten, 'Le train bleu' en 'Les matelots', onderstrepen het toenemende belang van strand- en vrijetijdskleding, en de abstracte patronen van de kubistische schilders verschijnen op de modieuze wollen jumpers, op de door Agnès ontworpen tulbanden en op vele bedrukte zijden stoffen van Bianchini.

De nieuwe tijdgeest presenteert zich in 1925 trots op de 'Exposition des Arts Décoratifs'. Alle gebogen lijnen blijken vervangen door rechte, de gebouwen zijn rechthoekig en de luxueuze interieurs ogen sober. De uitdossing van het publiek sluit hier wonderwel bij aan: de rokken reiken tot net onder de knie, het vroeger lange, opgestoken haar is afgeknipt en de jongenskopjes (in Duitsland 'Bubikopf') bedekt met helmachtige, strakke hoedjes die toepasselijk 'cloches' heten. Ondanks de sobere uitstraling is de kleding even chic als twintig jaar eerder: Chanels mantelpakjes zijn van de fijnste kwaliteit linnen, met dure zijden blouses ronder en met veel vos, hermelijn en chinchilla verrijkte mantels eroverheen. De nu meestal blote armen zijn versierd met armbanden, bezaaid met juwelen die passen bij die op de gesp, de hoed en het collier. Voor de iets minder draagkrachtigen lanceert Chanel de rage in 'kostuum'-juwelen, veelal ontworpen door Comte Etienne de Beaumont. De vrouw wordt van een moeizaam vooruitkomende uitstalkast van de rijkdom van haar echtgenoot tot een vlot wandelend totaalkunstwerkje.

Niet eerder is er zo'n duidelijk verband geweest tussen kunst, architectuur en mode: Vionnets asymmetrische jurken en Chanels rechttoe-, rechtaan-kleding zijn evenzeer beïnvloed door Picasso's schilderijen en Le Corbusiers woonhuizen als de stofontwerpen van Sonia Delaunay en Raoul Dufy. In 1910 ziet de verarmde schilder Dufy zijn loopbaan een nieuwe impuls krijgen door samenwerking met Paul Poiret. Delaunay trekt een wereldwijd publiek met stoffen met geometrische patronen en scherp contrasterende kleuren. Ze voorziet alle mogelijke dingen met deze, op haar schilderijen gebaseerde, patronen, van handtassen tot auto's.

De jaren dertig laten een gedeeltelijke terugkeer zien naar de klassieke mode, zoals in de schilder- en bouwkunst een hernieuwd classicisme zichtbaar is in het werk van zelfs de meest experimentele kunstenaars. De taille wordt steeds hoger, de rokken zakken tot ergens halverwege enkel en kuit, onder grote, platte hoeden krullen de haren al tot in de nek en langzaam maar zeker krijgt de boezem weer reliëf.

In augustus 1939 zijn de laatste modeshows in Parijs te zien voor de oorlog uitbreekt. Onder de fantasierijke, maar eigenlijke oude ontwerpen zijn stijve onderrokken, rijgkorsetten en lang, naar boven geborsteld haar. Voorlopig gaan de nieuwe insnoeringen nog even in de koelkast, tot Dior ze er een slordig decennium later weer uit zal halen.

© Michel Didier
Origine 4, 1994