Nederland had zijn eigen Oriënt: vanaf 1900 duiken Indische motieven, technieken en voorstellingen op in de Nederlandse kunst, bouwkunst en vooral toegepaste kunst. Ietwat later begint de grote hausse in reizen naar Indië, die vooral wordt aangejaagd door affiches met exotische landschappen, gewassen en vrouwen. Tegenwoordig zijn affiches verzamelobjecten. Frans Helling decoreert er zijn Indische restaurant mee.

In de oude binnenstad van Haarlem staat Indisch restaurant De Lachende Javaan. Wie er binnentreedt, wordt meteen getroffen door de 'Indische' sfeer, die authentieker overkomt dan de vooral in Chinese restaurants gebruikelijke decoraties van de groothandel. De Lachende Javaan is opgesierd met Javaanse boeddhakoppen, antieke wajangpoppen, oude affiches en in Indonesië vervaardigd meubilair, met gebatikte hoezen over de stoelen. Na een tijdje begint het op te vallen dat bepaalde versiermotieven overal terugkomen. Het sierlijke silhouet van een kris herhaalt zich door het hele interieur heen: in de tafelpoten, op de lijsten rond de affiches, in de trapleuning en in de balustrade rond de vide. Ook de vertrouwde contour van een wajangpop en twee dames met wild slingerend haar een de armen pathetisch geheven zien we her en der op de muren en de trap.

"Het is een motief van Jan Toorop dat ik bij toeval tegenkwam", vertelt eigenaar Frans Helling. "Bijna twintig jaar geleden begon ik met De Lachende Javaan en na een paar jaar kreeg ik een folder in handen van het taleninstituut van de Leidse universiteit. Op de achtergrond van een foto met studenten zag ik een voorstelling met Indische motieven. Ik ging het bekijken en het bleek een tegeltableau van Rozenburg te zijn, getiteld 'Oost en West'. De haren van de dames die de titel flankeren vormen zwarte golven met boven een houten schip en een stoomschip, die het Westen voorstellen. De dames zelf en de wajang en krismotieven onder stellen het Oosten voor.

"Het tableau van Toorop ontstak mijn enthousiasme om het restaurant te decoreren in een Indische stijl met motieven die door de hele ruimte terugkomen. Op zaterdag, als het rustig is, mag ik in het atelier van de lijstenmaker hier verderop werken. Ik maak zelf de lijsten om de affiches, maar ik heb zo ook alle versieringen op de tafelpoten aangebracht, met laagjes beenderlijm. Dat wordt keihard als het droog is. Vervolgens een laagje bladgoud erop en klaar. De krissen waar de trapleuning op rust en die in de balustrade heb ik zelf uitgezaagd. Op de muren heb ik een sierband aangebracht met dezelfde motieven, wajangpoppen en krissen, en de Oost- en Westmeisjes. Voorlopig op houten paneeltjes, maar de bedoeling is om het op tegels te laten schilderen in Indonesië."

Gebrandschilderd raam
Frans reist regelmatig naar Indonesië en zoekt dan bedrijven die zijn ontwerpen kunnen uitvoeren in keramiek, hout, stof en glas, voor een fractie van wat iets dergelijks in Nederland zou moeten kosten. Al helemaal klaar en wachtend op verscheping zijn drie glasramen die het plafond in de gang moeten gaan vormen, ook met Indische motieven uit de koloniale tijd. Achter in de zaak, in een knusse hoek onder de trap, prijkt een driedelig gebrandschilderd raam uit 1938, met een Javaanse tempel in het midden, geflankeerd door typisch Hollands-classicistische gebouwen, die iets weg hebben van het Mauritshuis in Den Haag en de Koninklijke Militaire Academie in Breda. "Ik kocht het hier in de straat, bij de art nouveau-keramiek-antiquair Hermine Guldemond. De lijst heb ik zo gemaakt, dat de tekst niet meer zichtbaar is. Het was een oproep, in de trant van 'Kom naar Indië'. Het is in Delft gemaakt, waarschijnlijk voor boven de ingang van een overheidsgebouw en wellicht nooit aangebracht."

De 'ontmoeting' met het Toorop-tableau was eveneens de aanleiding om affiches te gaan verzamelen, nu ook zo'n vijftien jaar terug, affiches met Nederlands-Indische onderwerpen. Frans heeft er nu veertig: "Er komen er niet veel op de markt; per jaar tussen de vijf en de tien, eerder vijf dan tien. En ja, de prijzen zijn flink omhoog gegaan en mijn budget is beperkt, dus als er een paar tegelijk worden aangeboden, moet ik kiezen. Ik heb nog steeds wel spijt van bepaalde exemplaren die ik heb laten lopen omdat ik ze te duur vond. Pas ben ik nog een KPM-affiche misgelopen omdat ik te lang talmde."

KPM is de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, die lijndiensten onderhield tussen de eilanden van de Indische archipel en probeerde passagiers te werven middels affiches. Ook andere scheepvaartmaatschappijen die op Indië voeren, een enkele in Rotterdam maar de meeste in Amsterdam, trachten zoveel mogelijk passagiers te lokken, zowel in Nederland als in het buitenland. Zodoende zijn veel affiches in het Engels of Frans gesteld; de route liep door het Suezkanaal en via Britse en Franse koloniën als Singapore, waar de kolonialen wellicht over te halen waren een vakantie op Java of Bali door te brengen, de twee voornaamste toeristische trekpleisters van Nederlands-Indië. De Nederlands-Indische VVV in Batavia trok er ook hard aan. Frans heeft een aantal van hun affiches ingelijst: 'See Bali!' 'See Java!' 'Visit Java - Only 36 hours from Singapore!'

"Ik heb ze gehangen om een kleine tentoonstelling van Gregor Krause, die in 1912 vierduizend foto's maakte op Bali en Borneo. Hij gaf ze uit in een boekje en de expositie in Arti et Amicitiae in Amsterdam was destijds een daverend succes. Het wereldmuseum in Rotterdam organiseerde er een poosje geleden een tentoonstelling van en na afloop vroeg ik wat ze met die foto's deden. Eigenlijk niet veel, dus kon ik er een stel kopen. Ik heb er nu allemaal reisaffiches omheen hangen, maar eigenlijk zou ik meer culturele affiches willen ophangen. Helaas is het aanbod daarvan niet groot."

Behalve reisaffiches heeft Frans vooral productaffiches, bedoeld voor de inlandse markt. Ze prijzen Indische, Nederlandse of buitenlandse producten aan, vaak in het Maleis: wasmiddelen, medicinale zalf, textiel uit Helmond en, de mooiste: 'Bokser-port', met een krachtig uitgevoerde neger naast de tekst: 'bakin koeat badan' - voor een sterk lichaam. Op welk deel van de geheelonthoudende inlandse markt de producent precies mikte is onduidelijk. Hetzelfde geldt trouwens voor Kris Bier.

Het oudste affiche in Frans' verzameling is uit 1889 of 1890, in ieder geval kort na de Wereldtentoonstelling in Parijs waar voor het eerst Javaanse danseressen te zien waren, die op de bezoekers grote indruk maakten. De speciaal geconstrueerde kampong trok in zes maanden 875.000 betalende bezoekers. Claude Debussy raakte vooral in de ban van het gamelanorkest, wat in passages van zijn orkestsuite 'La mer' en in talloze pianocomposities goed te horen is. Het affiche van Frans is langgerekt, liefst tweeënhalve meter hoog, en op dik papier gedrukt, bijna karton. Op de achtergrond is een architectuur van witte, Noord-Afrikaanse gebouwen aangegeven; daarvoor wandelen mensen van uiteenlopende, exotische pluimage: Arabieren, Spanjaarden en van minder duidelijk gedefinieerde afkomst. Alle aandacht gaat uit naar drie danseressen op de voorgrond, die er Javaans uitzien. "De ontwerper, de befaamde Jules Chéret, sloeg er een beetje een slag naar: hij heeft geen studie verricht naar hoe die kostuums eruitzagen en een van de drie ziet er ook wat gelaatstrekken betreft eerder Europees uit dan Javaans, maar toch is het duidelijk dat het de Nederlands-Indische inzending betreft."

Het affiche is niet zozeer bestemd door de Wereldtentoonstelling zelf - van tevoren wist nog niemand hoe populair de Indische inzending zou zijn -, maar voor een tentoonstelling in het Musée Grévin, het wassenbeeldenmuseum in Parijs. Waarschijnlijk werden na afloop van de wereldtentoonstelling de succesnummers nog eens in scène gezet met gekostumeerde poppen. Het waren de beginjaren van de massamedia en het massavermaak: in Frankrijk trad een tweede generatie affichemakers aan, niet alleen kunstzinniger dan de eerste, maar ook met een beter begrip van het medium affiche. In plaats alle denkbare informatie op een affiche uit te schrijven met een plaatje ter illustratie, gingen Jules Chéret, Henri de Toulouse-Lautrec, Pierre Bonnard, Alexandre Steinlen en de minder bekende ontwerpers uit van een krachtige, heldere, eenvoudige voorstelling, die zowel informatie over het gebodene moest verschaffen als nieuwsgierig moest maken. Tekst speelde een secondaire rol: een enkel woord volstond en wie geïnteresseerd raakte, moest maar dichterbij komen om de kleine lettertjes te lezen.

Exotisme
In de wereld van theatervoorstellingen, exposities, horeca en ander grotestadsvermaak neemt het exotische affiche een aparte plaats in. De bedoeling was om de Europeaan een glimp te geven van ver weg gelegen, aangenaam warme en cultureel afwijkende oorden, waarheen men kon reizen of waarvan men een teug kon nemen in een museum of theater. Rond 1900 waren het vooral de alom tegenwoordige circussen en dierentuinen die voorzagen in de behoefte aan exotisme van het grote publiek, de zucht naar het vreemde, maar begin twintigste eeuw kregen mensen voor het eerst vrije tijd en doorbetaalde vakanties en daarmee werden buitenlandse bestemmingen mogelijk. Aanvankelijk zocht men zijn heil vooral binnen Europa, voornamelijk in Zwitserland en Italië, maar technische ontwikkelingen bekortten de reistijd per stoomschip dermate, dat na de Eerste Wereldoorlog vakanties buiten Europa gevierd konden worden. Zo werden naar Nederlands-Oostindië goedkope 'Honderd dagen-retours' aangeboden: de reis duurde een maand, zodat je ruim een maand in de kolonie kon verblijven.

De Nederlandse makelij van de hoofdzakelijk in het Engels gestelde affiches in de jaren dertig verloochende zich niet: de plaatsnamen werden gewoon in het Nederlands gespeld. Zo prees de VVV in Batavia de nu Bandung geheten stad op Java aan met: 'Visit Bandoeng - Europe in the Tropics'. Hoe zou een Brit 'Bandoeng' hebben uitgesproken? En wat zou er Europees aan geweest zijn? De voornaamste reden om er een kijkje te gaan nemen was natuurlijk het exotische, niet-Europese karakter. Op de vroegste affiches is steevast een schip te zien, wat de nadruk op de reis zelf legt; begin twintigste eeuw was de bootreis voor Europeanen net zo exotisch als de bestemming en de schepen waren drijvende steden, voorzien van alle gemakken en gaandeweg steeds exotischer gedecoreerd. De Nederlandse scheepvaartmaatschappijen zetten art nouveau-ontwerpers in als C.A. Lion Cachet, die Indische werkwijzen (batik) gebruikte, maar ook Indische motieven en Indische materialen: donkere houtsoorten als makassars ebben. Affiches werden in die tijd ontworpen door gespecialiseerde grafici als Jan Lavies, J.A.W. von Stein en Hendrik Paulides.

Eenmaal aangekomen in ons Indië, kon de Nederlandse vakantieganger per KPM langs de eilanden varen of per trein Java verkennen. In De Lachende Javaan hangt een affiche van de Nederlands-Indische Spoorwegen met de tekst: 'Java and Bali - Isles of Romance', maar ook een van de KPM met moderne stoomschepen, gecombineerd met penissies, de traditionele houten zeilscheepjes die al eeuwen aan de zuidkust van Celebes worden gemaakt. Dit affiche, ontworpen door Victor J. Trip, dateert trouwens uit 1948, het jaar van de onafhankelijkheid, te midden van grote troebelen en 'politionele' acties. Het contrast tussen modern en traditioneel, tussen West en Oost, was iets waar veel propaganda en veel reclame op dreef. Frans heeft ook een wervingsaffiche voor het Nederlands-Indisch leger van voor de Eerste Wereldoorlog, waarop een soldaat in bont uniform op de fiets door een kampong scheurt. Een van de redenen waarom Insulinde pas heel laat onder centraal Nederlands gezag is gekomen, is dat maar weinig jongemannen te vinden waren die er wilden dienen. Nederland was simpelweg te klein om er een leger te rekruteren dat de gigantische archipel onder controle kon houden. Potentiële militairen moesten worden gelokt met financiële voordelen - regelingen staan opgesomd op het aangehechte deel van het affiche -, met een mooi uniform en met het vooruitzicht met vreemde culturen in aanraking te komen.

Dat een belangrijk deel van die vreemde cultuur bestond uit vrouwelijk schoon, bewijzen de meeste affiches waar de aantrekkelijkheden van Java en Bali zijn uitgebeeld. In de jaren twintig en vooral dertig geven de oceaanstomers hun centrale positie deels prijs aan het berglandschap, de palmbomen, de tempels (die veelal door Nederlandse archeologen waren gerestaureerd) en de onvermijdelijke jonge vrouw - soms een danseres, vaak een inlandse met een kruik in de hand en een mand op het hoofd. Zulke kampongbewoonsters konden namelijk zonder probleem en met een beroep op authenticiteit met ontblote boezem worden weergegeven, wat de attractiviteit aanmerkelijk verhoogde.

Art nouveau
Jan Toorop was geboren op Java en introduceerde in Nederland de Indische kunst, die in de toegepaste kunst zijn breedste verbreiding vond. Ontwerpers als de Amsterdammers Lion Cachet en Th.W. Nieuwenhuis en de Hagenaar G.W. Dijsselhof ontwikkelden een Nederlandse art nouveau met batikmotieven en de batiktechniek. Die motieven zijn goed te zien in de keramiek van Theo Colenbrander en Jurriaan Kok. Deze laatste, hoofdontwerper bij de Haagse plateelfabriek Rozenburg, bezat een collectie Javaanse kunst en ontwierp decors voor gebruikskeramiek met silhouetten, ontleend aan het wajang-schimmenspel. Het was ook de tijd dat kunstenaars zich actief bemoeiden met massamedia, vooral door drukwerk als boekillustraties en affiches. Toorop zelf werd beroemd met zijn Indisch geïnspireerde affiche voor Delftsche Slaolie, dat symbool is komen te staan voor de Nederlandse art nouveau (de 'slaoliestijl'), en ontwierp tegeltableaus in openbare gebouwen als de Koopmansbeurs in Amsterdam. August Allebé, Johan Thorn Prikker en Richard Roland Holst verwerkten Indische motieven in wandschilderingen en glas-in-loodramen.

Frans bezit een affiche dat ontworpen is door Johan Thorn Prikker in 1906. Het is voor de 'Niederländisch-Indische Kunstausstellung' in het Kaiser-Wilhelm-Museum in Krefeld. "De zachte kleuren zijn duidelijk een poging om een batik-indruk te geven. Twee jaar eerder was in dat museum een tentoonstelling 'Niederländische Kunst' gehouden, waarvoor Thorn Prikker een veel mooier affiche ontwierp, dat nu voor mij onbetaalbaar zou zijn. Dit exemplaar heb ik een tijdje terug gekocht voor 1600 euro, maar dat was inclusief verzekerings- en verzendkosten. De meeste affiches heb ik op veilingen gekocht. In Nederland is Van Sabbe het veilinghuis voor affiches en daar heb ik dan ook veel weggehaald, maar ik sta ook ingeschreven bij veilinghuizen in Frankrijk, Duitsland, Italië en de Verenigde Staten. Ik krijg van een tussenpersoon te horen als er iets voor mij bij zit en dan laat ik hem, in goed vertrouwen, bieden op zo'n affiche.

"Zo'n tien jaar geleden hebben 'nieuwe rijken' in Indonesië de markt verpest door bespottelijke bedragen voor affiches te gaan betalen. In het begin kreeg je nog wel eens een mooie voor duizend gulden, maar nu kost het je al snel een paar duizend euro. Ik restaureer ze meestal zelf: scheurtjes plakken, 'wassen' in een bad om de vlekken weg te werken, vouwen eruit strijken en zo voort. En dan een lijst maken, maar daar ben ik meestal maanden mee bezig, want ik heb niet veel vrije tijd. Maar ik ga vrolijk door met het optuigen van het restaurant en het verzamelen van affiches, want dat is mijn passie. Binnenkort komen er mensen langs van het Tropenmuseum. Wie weet kunnen we iets voor elkaar betekenen. Het zou toch leuk zijn als het wat bekender werd."

© Michel Didier
Origine 2, 2005