Door Herman van Gessel - Rembrandt was de beste etser van zijn tijd. In de tentoonstelling ‘Rembrandt in alle staten’ is, in twee delen, bijna het complete prentwerk van de meester te zien: tot 8 oktober de etsen die Rembrandt voor 1643 maakte en vanaf 14 oktober de prenten die daarna zijn ontstaan. Van de meeste werken zijn verschillende versies, ‘staten’, naast elkaar te zien. Om de mooiste afdrukken en bijzonderste staten te kunnen tonen zijn ook werken geleend uit de verzameling Rembrandt-prenten van het British Museum in Londen. Op deze pagina’s staan vier prenten uit de eerste tentoonstelling naast vier met een zelfde thema uit de tweede tentoonstelling.

Rembrandt zelf

Zelfportret fronsend
ca. 1630, ets, eerste staat
75 x 75 mm

‘Zelfportret’ fronsend
De wenkbrauwen gefronst, de ogen met een priemende blik en de lippen stijf op elkaar; het is duidelijk: deze man is boos. In zijn jonge jaren gebruikte Rembrandt zijn eigen gezicht als studieobject. Hij ging voor de spiegel zitten, trok zijn gezicht in de gewenste grimas en maakte er een tekening van. Soms deed hij dat op papier, een aantal keren kraste hij zijn spiegelbeeld in een koperplaatje dat voor het etsen geprepareerd was. Het ging Rembrandt niet om een exacte weergave van zijn eigen trekken maar om het oefenen in de uitdrukking van verschillende gemoedstoestanden.

 
 
Zelfportret etsend
1648, ets, droge naald en
gravure, eerste staat
160 x 130 mm
 Zelfportret etsend
Jaren later maakte hij dit vrij informele portret van zichzelf. Nu was het wél de bedoeling een echt zelfportret te maken. Rembrandt laat zien hoe hij de ets heeft gemaakt. Om goed licht op zijn werk te hebben ging hij bij het venster zitten met het koperplaatje op een verhoging van boeken en een opgevouwen doek voor zich. Met de etsnaald kraste hij de voorstelling in het plaatje. Op de prent heeft Rembrandt de etsnaald in zijn rechterhand. Omdat hij rechtshandig was zag hij zichzelf als linkshandige in de spiegel, maar doordat de afdruk van de koperplaat weer spiegelbeeldig werd is Rembrandt te zien zoals anderen hem zagen. Het was in Rembrandts tijd ongewoon om zonder voorstudie direct op de etsplaat te werken. Ook het portret van Saskia dat de op de omslag van deze Kunstkrant staat heeft Rembrandt zo gemaakt. Het is goed voor te stellen hoe Saskia tegenover de kunstenaar zat, haar hoofd steunend op haar hand.




Etsen
De kunstenaar smeert etsgrond, een zachte zuurbestendige laag, op een koperplaat. Met een etsnaald tekent hij in die etsgrond. Dan giet hij zuur over de plaat. Op de plaatsen waar hij getekend heeft bijt het zuur lijnen in de plaat. Hij verwijdert de etsgrond en smeert inkt op de plaat. Hij wrijft de inkt van de plaat zodat alleen in de geëtste lijnen inkt achterblijft. De plaat rolt hij met een stuk vochtig papier door een etspers. De afbeelding staat dan in spiegelbeeld op het papier.
 Drogenaald en gravure
Bij drogenaald en gravure bewerkt de kunstenaar rechtstreeks de koperplaat. Bij een gravure steekt hij met een burijn, een klein puntig beiteltje, scherpe lijnen in het koper. Bij de drogenaald techniek krast de kunstenaar met een naald in het koper. Naast de kras komt een opstaand randje, een braam, die veel inkt vasthoudt en bij het afdrukken een wat fluwelige lijn oplevert. Rembrandt gebruikte deze technieken meestal samen met de etstechniek om speciale effecten te bereiken.