- Home
- Paintings, Drawings and Prints
- De verenigde staten van Rembrandt
De verenigde staten van Rembrandt
- By Rijksmuseum Amsterdam
- Published 16 May 2008
- Paintings, Drawings and Prints
- Unrated
Door Herman van Gessel
Naakt
Bij Amsterdam

De kleine stinkmolen
1641, ets, enige staat, 145 x 208 mm
De Kleine Stinkmolen
Niet ver van waar nu het Rijksmuseum staat stond in Rembrandts tijd de Kleine Stinkmolen. Deze werd zo genoemd omdat er leer werd bewerkt met onder meer vis-olie. Zeer waarschijnlijk tekende Rembrandt de prent ter plaatse. De detaillering op de ets is ook door het gebruik van een dunne etsnaald veel groter dan in de schetsachtige krijttekeningen die hij daar ook maakte. Ongetwijfeld kwam zijn kennis van molens - hij was tenslotte de zoon van een molenaar - hem hierbij goed van pas. Een vraag onder Rembrandt-onderzoekers is waarom Rembrandt nu juist deze weinig representatieve molen koos die ook nog eens ver van zijn huis lag. Misschien hangt die keus wel samen met Rembrandts liefde voor het onvolmaakte, dezelfde reden waarom hij voor Adam en Eva alledaagse modellen koos.

'Het bruggetje van Six’
1645, ets, derde staat, 129 x 224 mm
'Het bruggetje van Six’
Rembrandt nam af en toe geprepareerde koperplaten mee als hij ging tekenen in de omgeving van Amsterdam. Het is heel goed mogelijk dat hij dit landschap met een bruggetje zittend aan de Amstel op zo’n koperplaatje heeft getekend. De bijnaam ‘het bruggetje van Six’ heeft zijn oorsprong al in de vroege 18de eeuw. Naar aanleiding van deze naam en zeker ook door de tekenachtige stijl van de prent ontstond een anekdote. Rembrandt werd door zijn vriend en opdrachtgever Jan Six bij een wandeling op diens landgoed uitgedaagd voor een weddenschap. In de tijd dat een bediende een pot mosterd haalde zou mbrandt een prent maken van het landschap. Op deze prent is echter niet Six’ landgoed bij Hillegom weergegeven maar de oever van de Amstel bij Amsterdam. De twee mannen staan op een brug over een kanaaltje dat uitmondt in de rivier
![]() | Adam en Eva Op de prent is het moment afgebeeld dat Eva de appel aan Adam geeft. Adam is in verwarring. Met zijn linkerhand grijpt hij naar de appel. Met zijn rechterhand lijkt hij de belofte aan God in herinnering te brengen. De duivel in de vorm van een draak zit klaar om zijn overwinning op de deugdzaamheid te vieren. Op de achtergrond galoppeert een olifantje voorbij, een verwijzing naar de tijd dat mens en dier nog in vrede met elkaar leefden. Uit een voorbereidende schets die bewaard is gebleven, blijkt dat Rembrandt als een toneelregisseur zocht naar houdingen van hoofden en handen die de gemoedstoestand van de twee hoofdrolspelers het best zouden weerspiegelen. Volkomen nieuw en kenmerkend voor Rembrandt is dat hij twee alledaagse, niet bijzonder mooi geproportioneerde mensen de rol van Adam en Eva laat spelen. Adam en Eva 1638, ets, tweede staat 162 x 116 mm |
![]() Jupiter en Antiope 1659, ets, droge naald en gravure, eerste staat, 138 x 205 mm | Jupiter en Antiope De houding van de naakte vrouw, in een diepe slaap, haar mond halfopen haar armen ontspannen, maakt het aannemelijk dat ze echt sliep toen Rembrandt haar tekende in zijn atelier. Ze wordt bespied door een akelig mannetje dat de lakens optilt om haar beter te kunnen zien. De vrouw is Antiope de dochter van de koning van Thebe, de man is de Griekse oppergod Jupiter, die zich voor de gelegenheid had veranderd in een sater. Rembrandt gebruikte deze mythologische scene om een erotisch getinte prent te maken. Met donkere fluwelige arceringen in de drogenaald techniek gaf hij de schaduwen aan. Het zonlicht lijkt fel te schijnen op de plaatsen waar hij weinig of geen etslijntjes zette. De vrijheid waarmee Rembrandt met de etsnaald tekende is typerend voor zijn latere etsen. |
Bij Amsterdam

De kleine stinkmolen
1641, ets, enige staat, 145 x 208 mm
De Kleine Stinkmolen
Niet ver van waar nu het Rijksmuseum staat stond in Rembrandts tijd de Kleine Stinkmolen. Deze werd zo genoemd omdat er leer werd bewerkt met onder meer vis-olie. Zeer waarschijnlijk tekende Rembrandt de prent ter plaatse. De detaillering op de ets is ook door het gebruik van een dunne etsnaald veel groter dan in de schetsachtige krijttekeningen die hij daar ook maakte. Ongetwijfeld kwam zijn kennis van molens - hij was tenslotte de zoon van een molenaar - hem hierbij goed van pas. Een vraag onder Rembrandt-onderzoekers is waarom Rembrandt nu juist deze weinig representatieve molen koos die ook nog eens ver van zijn huis lag. Misschien hangt die keus wel samen met Rembrandts liefde voor het onvolmaakte, dezelfde reden waarom hij voor Adam en Eva alledaagse modellen koos.

'Het bruggetje van Six’
1645, ets, derde staat, 129 x 224 mm
'Het bruggetje van Six’
Rembrandt nam af en toe geprepareerde koperplaten mee als hij ging tekenen in de omgeving van Amsterdam. Het is heel goed mogelijk dat hij dit landschap met een bruggetje zittend aan de Amstel op zo’n koperplaatje heeft getekend. De bijnaam ‘het bruggetje van Six’ heeft zijn oorsprong al in de vroege 18de eeuw. Naar aanleiding van deze naam en zeker ook door de tekenachtige stijl van de prent ontstond een anekdote. Rembrandt werd door zijn vriend en opdrachtgever Jan Six bij een wandeling op diens landgoed uitgedaagd voor een weddenschap. In de tijd dat een bediende een pot mosterd haalde zou mbrandt een prent maken van het landschap. Op deze prent is echter niet Six’ landgoed bij Hillegom weergegeven maar de oever van de Amstel bij Amsterdam. De twee mannen staan op een brug over een kanaaltje dat uitmondt in de rivier


