Aan de deur

De rattengifverkoper
1632, ets, en gravure, derde staat
140 x 125 mm

Rattengifverkoper
Een verkoper van rattengif probeert aan de deur zijn waar te slijten. Zijn knecht houdt de kist met rattengif vast. Hijzelf heeft een stok met een kooi met levende en dode ratten om de werking van het gif te bewijzen. De jongen heeft een doek om zijn hoofd, misschien een verwijzing naar andere werkzaamheden van zijn baas. Zo’n venter wilde ook nog wel eens tegen betaling een kies trekken. Het leven op straat was voor Rembrandt een bron van inspiratie. Hij tekende en etste een groot aantal boeren, zwervers, venters en kwakzalvers. Met deze prent deed hij voor het eerst een poging om een drietal van die geobserveerde figuren samen te voegen tot één tafereel. Toch is het groepje nog niet helemaal een eenheid. Het zou als het ware mogelijk zijn de drie figuren los van elkaar uit te knippen.

 

Bedelaars aan de deur
De bedelaars die Rembrandt in 1648 etste staan niet meer los. Ze zijn in een kring gegroepeerd met in het midden de twee handen waarin de aalmoes van eigenaar wisselt. Tot in de kleinste details is het arme gezin weergegeven. De man is waarschijnlijk blind en bespeelt een draailier. De vrouw met een baby op haar rug neemt het geld aan. De lichte achterkant van de jongen steekt af tegen de donkere schaduwen van de bedelaars. In contrast met alle fijn geëtste details staat de leegheid van de voor- en achtergrond. Tijdgenoten leverden wel eens commentaar op dit soort ‘onaffe’ stukken. Volgens de 18de-eeuwse kunstenaarsbiograaf Houbraken was Rembrandts antwoord dan: “een stuk is voldaan als de meester zyn voornemen daar in bereikt heeft”.


Bedelaars aan de deur
1648, ets, droge naald en gravure,
eerste staat, 166 x 129 mm

 

Rijksmuseum Kunstkrant September/oktober 2000
© Rijksmuseum Amsterdam