Bij het begin van de twintigste eeuw legde opvolger A.J. Jacobs-Brosens het uitgeven van mannekensbladen stil. In 1902 had deze de zaak overgenomen, doch in 1903 houtblokken verbrand en de voorraad prenten verkocht aan de Antwerpse volkskundige Emile Van Heurck. Men noemt het aanwenden van het mechanische procédé, waardoor de volksprent alledaagser en geestlozer werd, als één der hoofdoorzaken van het verval. Doch niet alleen de gewijzigde techniek, ook het individalisme van de mens was minder toegankelijk geworden voor de taal en de thematraditie (waarover verder) van de bladen. Daterend van in de pruikentijd overleefden de mannekensbladen zelfs de jongste eeuwwisseling doch dan naderde het einde. In 1916 brengt Brepols een prent uit over het Belgisch Leger. Deze prent kan worden uitgeknipt, een typisch kenmerk van de militaire kinderprenten. Met een formaat van 90 bij 65 cm is het wellicht ook de grootste soldatenprent uit de periode. Voor de eerste maal in zijn geschiedenis geeft Brepols in de kinderprenten blijk van patriottisme. Het is verwonderlijk dat de Duitse censuur deze prent niet heeft opgemerkt of althans het drukken ervan heeft toegestaan.
Mannekensblad uit de periode voor 1840,
maar dan gebruikt als kaft voor schriftenOndermeer de opkomst van het gekochte en ontleende boek (in 1921 ontstond de eerste bibliotheekwet) deden bij de bevolking nieuwe gewoonten ontstaan. Het mannekensblad als medium is verdwenen. De bladen behielden echter wel een secundaire waarde. Als gegeerd verzamelobject, als spiegel van een tijd en op tentoonstellingen blijven ze vermoedelijk altijd bestaan.
De inkleuring, de zogenaamde ‘duimelarij’ was een typisch Nederlandse manier van inkleuren.
Het mannekensblad werd ongekleurd aangekocht bij Brepols.
De themataDe thema’s van de volks– en kinderprenten zijn zeer divers. De oudste prenten zijn vaak religieuze prenten die niet specifiek op kinderen gericht zijn: het leven van Maria, Christus of populaire heiligen; en de zogenaamde huiszegens. ‘De huiszegen wordt gelezen als er eenig groot gevaar op handen is, wanneer een vrouw in barensnood verkeert of een mens op sterven ligt, maar vooral ten tijde van onweder. Dan zitten al de huisgenoten rond de tafel geschaard waarop de gewijde keers staat te branden terwijl de vader des gezins met luide stemme den zegen voorleest’. De huiszegen bestaat meestal uit twee delen. Op de rechterzijde werd de lijdende Christus afgebeeld waarrond een gebed gedrukt werd dat in geval van nood kon gelezen worden. Zoals aangeduid op de oudste versie van de huiszegen van Scherpenheuvel uitgebracht door Brepols moest dit gebed er voor zorgen dat geen ongeluk oyt daer in en kome met tovery, duyvels gesluys, ook voor alle kwaede ziektens onder de menschen en vee en behoed dit huys voor vuer, hagel, donder, blixem en groote watervloed en bewaerd ook onze landen voor oorlogen en droeve tijden. Als materiaal bedevaartoord werden Scherpenheuvel, Halle, Kevelaar en Uden gekozen.

Mannekensblad gedrukt op eenzijdig gekleurd handgeschept papier van Brepols.
Een aantal godsdienstige prenten zijn cryptischer zoals de Duyvelsdans (pleidooi tegen de dans). De geestelycke loterij en de Doodenspiegel (confrontatie met eindigheid van het bestaan). Als laatste in de reeks willen we nog de aandacht besteden aan De Trap des Ouderdoms. Deze trap verbeeldt de verschillende fasen uit een mensenleven, hier voorgesteld door paren: op elke trede een jongen en een meisje, een man en een vrouw, in een evolutie van de geboorte tot de dood. Per 10 jaar, tot 100, wordt een bepaalde leeftijdsgroep uitgebeeld: 10 ans âge de l’adolescence, 20 ans âge de la jeunesse, 30 ans âge viril, 40 ans âge de discretion, 50 ans âge de maturité, 60 ans âge déclinant, 70 ans âge de dédadence, 80 ans âge caduc, 90 ans âge décrépitude, 100 ans âge d’enfance. Beneden het boogveld van de trap werd het Laatste Oordeel verbeeld. Een engel en een duivel proberen de beide 100-jarigen, die in een bed liggen naar hun kant over te halen. Links en rechts van de trap staat een boom met in de kruin een voorstelling van het doopsel en de begrafenis. De Trap des Ouderdoms is één van de meest geliefde thema’s in de volksprenten.
Bepaalde onderwerpen hebben een lange voorgeschiedenis en worden door diverse drukkers telkens hernomen: luilekkerland, spreekwoorden, kinderspelen, verhalen als Jan de Wasscher. De prenten zijn zeer nauw verbonden met het dagelijks leven, met een zeer groot herkenningseffect en zijn een ideale combinatie van woord en beeld voor de gewone mens. Het beeld primeert, de tekst is beperkt.
Het verhaal van Roodkapje uit het fonds van Van Genechten.
Boven en onder hetzelfde verhaal uit het fonds van Glénisson en zoon, zelfde opbouw, zelfde tekst.
In de loop van de negentiende eeuw evolueert het mannekensblad meer en meer naar een kinderprent. Kinderprenten over spelen beelden kinderspelen uit of zijn prenten met spelende kinderen. Dekend zijn de harlekijnen, die uitgeknipt kunnen worden, het domino– en kaartspel, het ganzenbord en de zeer succesvolle Driekoningenbriefjes. Op Driekoningendag werd traditiegetrouw een koning aangeduid die voor de gelegenheid een speciale kroon op het hoofd kreeg. De koning kon aangeduid worden door een boon die verstopt zat in de Driekoningenkoek. Maar het kon ook gebeuren door middel van de Driekoningenbriefjes zoals dit in Vlaanderen gebruikelijk was. De oudste getuigenissen van dit spel zouden dateren uit de 16de eeuw. Voor het spel werd de prent verknipt. Elke gast moest de gehele avond de rol vervullen die hem door het lot was toebedeeld. De prent met Driekoningenbriefjes geeft 32 verschillende personnages weer zoals: den Koning, Den Zot, Schenker, Vuerstoker, Zanger, Venus-koppelaer, Blaeskaek, Raesbol, Hoorn-draeger, Hinnen-taster, Allemael-op, Hanne-kont, Muyzen-vanger, Langtong, Moey-al, Gortentelder, Telloor-lekker, Voor-snyder, Niemands-vriend, Allemans-vriend, Rent-meester, Schouw-vaeger, Voerenstaever, Luyzevanger, Altijd-zat, Zelden-zat, Pot-à-fer, Steven klop Steysel, Hannen in de Keef, Mostaert-man, Slyper en Liere-man. De bedoeling van het spel wordt duidelijk in de tekst over de Koning: ‘k ben als Koning hier gezeten / Geenen vriend mag mij vergeten / ‘T eeren als een Mayesteyt / Schoon mijn rijk duert korten tijd.
De moraliserende thema’s, abc prenten, sprookjes en verhalen krijgen de bovenhand. Omdat sommige prenten niet langer voor volwassenen bestemd zijn wordt in bepaalde gevallen censuur toegepast. Door de talrijke veldslagen en oorlogen kent het fonds van de vroege negentiende eeuw een overvloed aan militaire prenten. Toch heeft Brepols op de prenten nooit een politiek of militair standpunt ingenomen. Tot 1916 werd er zelfs geen enkele prent over het Belgisch leger gepubliceerd.
Waar geen leiding was en geen bevruchting van de literatuur, daar viel de volksziel op zichzelf terug en putte uit eigen gemoed, de rijke voorraadschuur van de ervaren tradities.
Vaak werd met houtblokjes een onderwerp verspreid, dat ook de betere klassen kenden via de kopergravures. Andere onderwerpen werden ontleend aan de succesnummers van concurrerende firma’s in binnen– en buitenland, aan de devotieprentjes, aan de feuilletons, die vaak universeel gekende titels behandelden. Hoofdzakelijk is het een iconografie die steunt op het gezag: Bemint God (Oude en Nieuwe Testament, heiligenlevens, stichtende verhalen) en eert de koning (vorsten, leiders, soldaten. Het Nederlandse vorstenhuis is bij de Turnhoutse producten vertegenwoordigd, het Belgische niet). Wat opvalt is bv. ook dat een aantal prenten worden gewijd aan den ‘wonderbaren’ Napoleon. Nochtans moet de herinnering aan de ‘gewelddadige’ Napoleon nog intens zijn geweest. Angst en vrees voor zijn naam sloegen na Waterloo vrij spoedig over in bewondering voor zijn daden. Op dit vlak volgde het mannekensblad wat er in de literatuur en de volkskunst gebeurde en deden ook de mannekensbladen mee aan deze legende-schepping. Het soldateske is trouwens een vaste waarde bij de mannekensbladen vermits ondermeer ook Beierse, Russische, Oostenrijkse, Franse en Engelse soldaten vertegenwoordigd waren.