- Home
- Paintings, Drawings and Prints
- Mannekensbladen - Van mannekensblad tot strip
- Home
- Books, Manuscripts and Maps
- Mannekensbladen - Van mannekensblad tot strip
Mannekensbladen - Van mannekensblad tot strip
- By Historische Drukkerij Turnhout
- Published 30 May 2008
- Paintings, Drawings and Prints , Books, Manuscripts and Maps
- Unrated
door Patricia Vansummeren, Harry de Kok en Jan Smet
Een ander luik van onze negentiende-eeuwse beeldverhalen wordt gevormd door het eigen leven op de straat, op de markt, bij het ambacht, feesten, kermissen, toneel. De vrouw is nog de huismoeder, die naar het volksgevoel overal elders waar zij mocht worden aangetroffen, niet op haar plaats is. De volkse levenswijsheid uit zich bv. bij de reeds vermelde trappen van Ouderdom en bij andere allegorische voorstellingen. Uitgebeeld werden ook bekende klassieke figuren als bv. De Wandelende Jood.
Het diep ingewortelde respect voor de hiërarchische rangorde, waarin gezag en sociale stand als een goddelijke beschikking werden gezien komt ook tot uiting bij de zgn. Floskaartjes, volksprenten die in 36 plaatjes de hiërarchie uitbeelden vanaf keizer-keizerin afdalende tot dienstknecht-dienstmeid, terwijl het laatste koppel leven en dood voorstelt, waarin allen weer gelijk zijn, de memento mori gedachte, de overwinning van de dood op het leven.
Ook volkeren van andere landen werden voorgesteld en kinderspelen en de nieuwe uitvindingen zoals de ‘ijzeren weg’, zelfs het kaartspel is aanwezig. Tenslotte werd veelvuldig plezierig en zachtaardig gehekeld, zoals bv. in de prenten, genre ‘Verkeerde Wereld’, alsmede de allegorische en satirische prenten zoals de ‘schoonste neuzen van het Land’ en moraliserende en didactische prenten. Populair waren ook de dierenprenten, de prenten met andere nationaliteiten en klederdrachten. Waar de meestal anonieme kunstenaar zich door liet inspireren dient nog onderzocht. Ook heel wat sprookjes en verhalende prenten zijn aanwezig zoals o.a. Klein Duimpje, Tijl Uilenspiegel, Gulliver, De Gelaarsde Kat enz.

De aanwezigheid van heel wat Nederlandse themata wordt verklaard door de herkomst van sommige delen van de collectie zoals boven vermeld, en in de hand gewerkt door de afzet die de Turnhoutse mannekensbladen in het Noorden hadden. Brepols bv. drukte zijn prenten o.a. voor een vijftal uitgevers in Amsterdam en verder voor uitgevers te Leeuwarden, Sneek, Delft, ‘s-Gravenhage, Amersfoort. Stijfdeftige konterfeitsels van Amsterdamse instellingen als de lommert of de Berg van Barmhartigheid en het weeshuis en tehuis van oude lieden hebben een plaats gekregen in de Turnhoutse prentenreeks. Wel ontstegen zij de lokale betekenis en hebben een algemene zin verworven m.n. toevluchtsoord voor overal aanwezige armoede.
De tweetalige onderschriften onder de plaatjes wijzen dan weer op een verspreiding naar Wallonië en Frankrijk. Stilaan evolueerden de voorstellingen. Minder prenten met verschillende facetten van één thema en meer prenten met één verhaal. Het beeldverhaal deed zijn intrede.

Enkele sociale facetten
Het eenvoudige mannekensblad vormt in de evolutie van de volkscultuur een belangrijk element. In een periode waarin een groot gedeelte van de bevolking ongeletterd was, diende het beeld de volkswijsheid te ondersteunen en te illustreren. Alhoewel het mannekensblad een belangrijk exportartikel was, willen wij hier toch enkele cijfers betreffende het analfabetisme in Turnhout kwijt. Het aantal geletterden in Turnhout bedroeg 51,75 % (1780-1794, 45,75 % (1756-1814), 48,09 % (1815-1829), 61,47 % (1830-1854), 65,95 % (1844-1853, 66,47 % (1854-1863), 65,09 % (1864-1873), 69,62 % (1874-1883), 80,50 % (1884-1891). Bij die brede lagen ‘analfabeten’ van de bevolking nam het mannekensblad aanzienlijk deel aan het verspreiden van de geest. Eens het ‘primum vivere’ gerealiseerd bestond ook bij de volksklasse de nood tot geestverruimende activiteit. Naast de zgn. blauwboekjes, de schoolboekjes, de almanakken, de gebeden– en devotieboeken, het volks– en marktlied speelde het mannekensblad een belangrijke rol in het lectuurvraagstuk van de kleine standen. Meer nog dan de andere genoemde vormen lag het mannekensblad binnen het bereik van de kleinste koopkracht. Het vond zijn weg naar de massa langs de week– en jaarmarkten, de school, de colporteurs, de snoepwinkeltjes, waar met de zondagscenten de prenten aan één cent konden worden aangekocht. Verder diende het als ruilmiddel van de ‘bullen– en beenenman’ en als nieuwjaarsgift. Via deze weg werd iets van het leven des geestes overgebracht aan hen die niet konden lezen of schrijven. Het beeld primeerde en bij de oudste is de tekst beperkt tot de hoogstnoodzakelijke verklaringen. Zelfs later als de tekst in berijmde vorm aan belang gaat winnen blijft hij ondergeschikt aan het beeld. In het beeld heeft de prentsnijder zijn ideeën volledig uitgesproken, de tekst beperkt zich steeds tot het aangeven van de richting waarin de verbeelding dient te gaan. Wij moeten ons ook realiseren dat het blad bestemd was voor volwassenen.

Doorheen de evolutie werd het meer en meer en tenslotte uitsluitend kinderlectuur doch dat was aanvankelijk niet zo. Ook op andere terreinen kwam er evolutie. Onder andere en we zouden dit kunnen typeren als een uiting van het groeiende fatsoen. Op een bepaald blad watert Gulliver een brand uit met de rug naar de toeschouwer en op een ander type doet hij dit van tussen de torens van de kathedraal. Bij latere types daarvoor gebruikt Gulliver daarvoor een gieter. Ook in de tekst veranderde wel iets.
Noman nr. 312
‘Maar dames houd uw rokken vast
Voor dezen onbeschaamden gast’
Werd bij Beersmans nr. 54
‘Maar dames toch spoed u wat
Of gij geraakt nooit in de stad’
De bladen zijn geen individuele expressie maar een uiting van naïef expressionisme van de volksziel.
Het diep ingewortelde respect voor de hiërarchische rangorde, waarin gezag en sociale stand als een goddelijke beschikking werden gezien komt ook tot uiting bij de zgn. Floskaartjes, volksprenten die in 36 plaatjes de hiërarchie uitbeelden vanaf keizer-keizerin afdalende tot dienstknecht-dienstmeid, terwijl het laatste koppel leven en dood voorstelt, waarin allen weer gelijk zijn, de memento mori gedachte, de overwinning van de dood op het leven.
Ook volkeren van andere landen werden voorgesteld en kinderspelen en de nieuwe uitvindingen zoals de ‘ijzeren weg’, zelfs het kaartspel is aanwezig. Tenslotte werd veelvuldig plezierig en zachtaardig gehekeld, zoals bv. in de prenten, genre ‘Verkeerde Wereld’, alsmede de allegorische en satirische prenten zoals de ‘schoonste neuzen van het Land’ en moraliserende en didactische prenten. Populair waren ook de dierenprenten, de prenten met andere nationaliteiten en klederdrachten. Waar de meestal anonieme kunstenaar zich door liet inspireren dient nog onderzocht. Ook heel wat sprookjes en verhalende prenten zijn aanwezig zoals o.a. Klein Duimpje, Tijl Uilenspiegel, Gulliver, De Gelaarsde Kat enz.

Guliver in de oorspronkelijke plassende versie, en de latere versie met gieter.
De aanwezigheid van heel wat Nederlandse themata wordt verklaard door de herkomst van sommige delen van de collectie zoals boven vermeld, en in de hand gewerkt door de afzet die de Turnhoutse mannekensbladen in het Noorden hadden. Brepols bv. drukte zijn prenten o.a. voor een vijftal uitgevers in Amsterdam en verder voor uitgevers te Leeuwarden, Sneek, Delft, ‘s-Gravenhage, Amersfoort. Stijfdeftige konterfeitsels van Amsterdamse instellingen als de lommert of de Berg van Barmhartigheid en het weeshuis en tehuis van oude lieden hebben een plaats gekregen in de Turnhoutse prentenreeks. Wel ontstegen zij de lokale betekenis en hebben een algemene zin verworven m.n. toevluchtsoord voor overal aanwezige armoede.
De tweetalige onderschriften onder de plaatjes wijzen dan weer op een verspreiding naar Wallonië en Frankrijk. Stilaan evolueerden de voorstellingen. Minder prenten met verschillende facetten van één thema en meer prenten met één verhaal. Het beeldverhaal deed zijn intrede.

Jan de Wasscher in aapversie, zeer gebruikelijk voor die tijd.
Een latere gekuiste versie waarbij de priester in zijn kansel terug werd weergegeven met menselijk gelaat.
Een latere gekuiste versie waarbij de priester in zijn kansel terug werd weergegeven met menselijk gelaat.
Enkele sociale facetten
Het eenvoudige mannekensblad vormt in de evolutie van de volkscultuur een belangrijk element. In een periode waarin een groot gedeelte van de bevolking ongeletterd was, diende het beeld de volkswijsheid te ondersteunen en te illustreren. Alhoewel het mannekensblad een belangrijk exportartikel was, willen wij hier toch enkele cijfers betreffende het analfabetisme in Turnhout kwijt. Het aantal geletterden in Turnhout bedroeg 51,75 % (1780-1794, 45,75 % (1756-1814), 48,09 % (1815-1829), 61,47 % (1830-1854), 65,95 % (1844-1853, 66,47 % (1854-1863), 65,09 % (1864-1873), 69,62 % (1874-1883), 80,50 % (1884-1891). Bij die brede lagen ‘analfabeten’ van de bevolking nam het mannekensblad aanzienlijk deel aan het verspreiden van de geest. Eens het ‘primum vivere’ gerealiseerd bestond ook bij de volksklasse de nood tot geestverruimende activiteit. Naast de zgn. blauwboekjes, de schoolboekjes, de almanakken, de gebeden– en devotieboeken, het volks– en marktlied speelde het mannekensblad een belangrijke rol in het lectuurvraagstuk van de kleine standen. Meer nog dan de andere genoemde vormen lag het mannekensblad binnen het bereik van de kleinste koopkracht. Het vond zijn weg naar de massa langs de week– en jaarmarkten, de school, de colporteurs, de snoepwinkeltjes, waar met de zondagscenten de prenten aan één cent konden worden aangekocht. Verder diende het als ruilmiddel van de ‘bullen– en beenenman’ en als nieuwjaarsgift. Via deze weg werd iets van het leven des geestes overgebracht aan hen die niet konden lezen of schrijven. Het beeld primeerde en bij de oudste is de tekst beperkt tot de hoogstnoodzakelijke verklaringen. Zelfs later als de tekst in berijmde vorm aan belang gaat winnen blijft hij ondergeschikt aan het beeld. In het beeld heeft de prentsnijder zijn ideeën volledig uitgesproken, de tekst beperkt zich steeds tot het aangeven van de richting waarin de verbeelding dient te gaan. Wij moeten ons ook realiseren dat het blad bestemd was voor volwassenen.

De laatste fase van de mannekensbladen in hoogdruk bij Brepols.
De houtblokken waren toen al vervangen door zinkclichés.
De houtblokken waren toen al vervangen door zinkclichés.
Doorheen de evolutie werd het meer en meer en tenslotte uitsluitend kinderlectuur doch dat was aanvankelijk niet zo. Ook op andere terreinen kwam er evolutie. Onder andere en we zouden dit kunnen typeren als een uiting van het groeiende fatsoen. Op een bepaald blad watert Gulliver een brand uit met de rug naar de toeschouwer en op een ander type doet hij dit van tussen de torens van de kathedraal. Bij latere types daarvoor gebruikt Gulliver daarvoor een gieter. Ook in de tekst veranderde wel iets.
Noman nr. 312
‘Maar dames houd uw rokken vast
Voor dezen onbeschaamden gast’
Werd bij Beersmans nr. 54
‘Maar dames toch spoed u wat
Of gij geraakt nooit in de stad’
De bladen zijn geen individuele expressie maar een uiting van naïef expressionisme van de volksziel.