door Marleen Dominicus-van Soest - Michael Sweerts (1618-1664) is één van de meest bijzondere en tegelijk raadselachtige schilders van de 17de eeuw. Niet alleen vanwege zijn mysterieuze schilderstijl, maar ook door de mythevorming rond zijn persoon. Een eenling werd hij genoemd, een melancholicus, een godsdienstfanaat, een ruziezoeker en een homoseksueel. Door recent onderzoek zijn deze visies nu bijgesteld en genuanceerd. De tentoonstelling in het Rijksmuseum licht een tip van de sluier op.
Michael Sweerts is één van die onbekende meesters die pas omstreeks 1900 werd ontdekt. Niet zo vreemd, want veel van zijn schilderijen zijn niet gesigneerd en maar drie dragen een datum. Bovendien bevonden de meeste schilderijen zich toen bij particulieren thuis en was de naam van de kunstenaar allang vergeten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Sweerts’ werk aanvankelijk nogal eens aan andere schilders werd toegeschreven. Aan Nicolas Poussin bijvoorbeeld, omdat Sweerts net als deze Franse schilder een voorkeur had voor uitgekiende composities van figuren die aan klassieke beelden doen denken. Ook met Johannes Vermeer, Gerard ter Borch en Karel du Jardin is zijn werk wel geassocieerd. Bij portretten was ook vaak vergeten wie was voorgesteld. Van het Portret van Joseph Deutz wist de familie nog wel dat Sweerts de schilder was, maar dat de geportretteerde Joseph Deutz was en niet één van zijn vier broers is pas onlangs vastgesteld. Onderzoek naar Sweerts’ schildertechniek bracht bovendien aan het licht dat het schilderij in Rome werd gemaakt en niet in Amsterdam, zoals de veronderstelling was. Archiefonderzoek wees tenslotte uit dat deze Amsterdamse koopman en zijn familie tot Sweerts’ belangrijkste opdrachtgevers behoorden.

Portret van een man met schedel (zelfportret?), ca. 1660
Dr and Mrs Alfred Bader, Milwaukee (Wi.), V.S.
RomeLang is verondersteld dat Sweerts een Noord-Nederlandse schilder was. Inmiddels weten we dat hij een Zuid-Nederlander was, in Brussel werd geboren en rooms-katholiek werd gedoopt. Bij wie hij tot schilder werd opgeleid is echter nog steeds een vraag. De eerste berichten over Sweerts dateren uit 1646. Hij woonde toen in Rome. Maar wanneer hij daar aankwam, is niet bekend, evenmin hoe hij reisde. Vermoed wordt dat hij enige tijd in Frankrijk verbleef. In elk geval was hij in 1646 in Rome, waar hij dat jaar in opdracht van de Accademia di San Luca geld inzamelde onder de buitenlandse kunstenaars. Maar of hij nu lid van deze schildersacademie was of van de Schildersbent, de club van Nederlandse schilders, is niet duidelijk. Wel weten we dat Sweerts in dezelfde buurt woonde als de andere Nederlandse schilders, bij het Piazza del Popolo. Sweerts had in Rome veel succes. Aanvankelijk waren het vooral rijke Amsterdamse kooplieden die tijdens hun ‘grand tour’ zijn werk kochten of zich door hem lieten portretteren. Een van hen was de textielhandelaar Antonij de Bordes. Sweerts maakte een uitzonderlijk portret van hem: De Bordes zit er ontspannen bij, terwijl een knecht zijn laarzen uittrekt. Door de openstaande deur is een glimp van de Romeinse omgeving te zien.

Portret van Joseph Deutz (1624-84), ca. 1648-49
Rijksmuseum, Amsterdam
Mogelijk maakte De Bordes zijn reis in het gezelschap van drie van de vijf gebroeders Deutz. Zij poseerden in dezelfde tijd voor Sweerts. Hun moeder, Elisabeth Coymans, noteerde op 22 december 1650 in haar Journael: ‘3 Conterfeijtsels na t’ leven van Michiel Sweerts met haer vergulde lijsten f 140:-’ die voor ‘reequening van Jean, Jeronimo en Joseph Deutz’ in Rome waren gekocht en gemaakt. Sweerts had goede contacten met de familie Deutz, want hij trad ook op als hun agent bij het aankopen van schilderijen en zijden stoffen. Behalve de portretten bezaten de drie broers nog veel meer werk van Sweerts. Zo had Joseph een Schildersatelier, een Romeijns Naeijstertje en Sweerts’ meesterwerk, De zeven werken van barmhartigheid, een serie van zeven schilderijen. Al deze werken hingen in het ‘Purpere groot Salet’, het belangrijkste vertrek van zijn huis aan de Herengracht 450. In de inventaris van 1684 behoorden ze tot de hoogst getaxeerde schilderijen van Deutz’ omvangrijke schilderijenverzameling
Omstreeks 1651 werd prins Camillo Pamphilj, de neef van paus Innocentius X, Sweerts’ voornaamste opdrachtgever. Hij maakte voor hem niet alleen schilderijen, maar ook toneeldecors. Bovendien leidde hij waarschijnlijk een privé-academie in Pamphilj’s paleis. Dat rijke kunstliefhebbers een schildersacademie aan huis hadden was toen niet ongewoon. Daarbij kwam dat Pamphilj een amateur-schilder was.
De contacten met de invloedrijke prins bezorgden Sweerts opdrachten van diens relaties en familieleden. Dat Sweerts in aanzien stond blijkt uit de titel van Cavaliere of ridder die paus Innocentius X hem verleende.
Het begraven van de doden, ca. 1648-49
uit de reeks van ‘De zeven werken van barmhartigheid’,
Wadsworth Atheneum Museum of Art, Hartford (Ct.), V.S.
Levensecht en onwezenlijkSweerts’ werk wordt vaak geassocieerd met dat van de bamboccianti, de Nederlandse kunstenaars die eigentijdse volkstaferelen schilderden in navolging van Bamboccio (= mismaakte pop), de bijnaam van Pieter van Laer. In academische kringen was er weinig waardering voor deze laag- bij-de-grondse onderwerpen en volkse types. Sweerts’ composities onderscheiden zich echter van die van zijn collega’s door zijn voorliefde voor antieke sculptuur en het nobele voorkomen van zijn vaak monumentale figuren. Dramatische licht-donker contrasten zorgen voor een mysterieuze sfeer.
Die eigenzinnige stijl manifesteert zich al duidelijk in de Zeven werken van barmhartigheid. Er is een voorkeur voor donkere avondluchten en achtergronden, waartegen de figuren oplichten. Het onderwerp is gebaseerd op het evangelie van Mattheus, 25:31-46. Daarin wordt het Laatste Oordeel aangekondigd, waarbij Christus de mens zal oordelen naar zijn werken. Alleen de rechtvaardigen zal het eeuwige leven ten deel vallen. Sweerts gaf de goede werken weer in een alledaagse Romeinse omgeving met levensechte behoeftigen. Topografische elementen herinneren aan de buurt waar hij toen woonde. De reeks is Sweerts’ meest ambitieuze onderneming. Eind 19de eeuw zijn de schilderijen uiteengeraakt. Nu zijn ze voor de tentoonstelling weer even tezamen.