Bronnen voor Goltzius’ werkWe hebben beelden, we hebben prenten, we hebben zelfs een aantal schilderijen, want Goltzius is zich, na zijn succesvolle loopbaan als graveur, ook op het schilderen gaan toeleggen. In alle genres vinden we een diep door de contemporaine kunstenaars uit Italië beïnvloede vorm van Hollands maniërisme terug. Als het daarbij gaat om allegorische voorstellingen of het verbeelden van motieven uit de klassieke mythologie, hebben we een weelde aan literaire bronnen om die te duiden.
Dirck Volketsz. Coornhert naar Hendrick Goltzius (?)
Verkeerde overtuiging vervreemdt de wereld van de waarheid uit de reeks Hoe de verkeerde overtuiging de wereld te gronde richt, ca. 1576. Gravure, 21,3 x 25 cm Rijksmuseum Amsterdam
Deze door Coornhert gegraveerde reeks is vrijwel zeker getekend door zijn leerling Goltzius. Overtuigingen gebaseerd op vooroordelen en verkeerde interpretatie van de bijbel zijn belangrijke onderwerpen van kritiek in de geschriften en allegorieën van Coornhert. Een van die bronnen bevindt zich bovendien zeer dichtbij Golzius. Dat is het werk van Dirck Volkertszoon Coornhert, zelf meestergraveur en prentenuitgever en in die beroepsuitoefening leraar van Goltzius. De biografische bijzonderheden kunt u nalezen in de catalogus, waar het mij nu om gaat is dat we, anders gezegd, de belevingswereld en gedachtenwereld van Goltzius door middel van wat we uit zijn nabije omgeving, namelijk van Coornhert, weten heel dicht kunnen naderen. Ik heb het dan nog niet eens over de materiële kant, zoals die spreekt uit een de kwitantie van een betaling van Coornhert aan Goltzius voor ’t sniden van zeekere plaet in coeper gesneden, nopende de clachte der laste van Haerlem aen den Prince van Orangiën gedaen, zoals Bruno Becker die heeft uitgegeven. Interessanter is de immateriële kant, bijvoorbeeld de gedachtenwereld waarin de reeks Hoe de verkeerde overtuiging de wereld te gronde richt, die de grote kenner van het Nederlandse maniërisme, Ilja Veldman, aan Goltzius toeschrijft. De overeenkomsten tussen die prenten en wat Coornhert in zijn beroemde boek Wellevenskunste schrijft over ‘Waarheid’, ‘Verkeerde overtuiging’, ‘Dwaze wereld’ en ‘Bedrog’ is verbluffend. Door het literaire werk van de leermeester te lezen, komen we tot nader begrip van het beeldende werk. Sterker nog: eigenlijk kun je daar niet op een steekhoudende manier naar kijken als je dat werk niet leest. Coornherts belangrijkste moderne biograaf, H. Bonger, gaat zelfs nog een stapje verder. Hij brengt de reeks gravures De doolhof van de dwalende gheesten rechtstreeks in verband met het ‘Huys der Liefde’ van Hendrick Niclaes, die wonderlijke 16de-eeuwse ketterse beweging, waar Coornhert zich nog een tijdje mee heeft afgegeven. Wie die weg in slaat en die route met vrucht wil volgen om iets verhelderends over het werk van Goltzius te zeggen, heeft veel uit te leggen. Wie weet, onder een breed tentoonstellingspubliek, nou nog waar het ‘Huys der Liefde’ voor stond? Hoe zit het met onze parate kennis van de ketterse bewegingen in de tweede helft van de 16de eeuw in de Nederlanden? Zo kan je nog wel even doorgaan, want er zullen ook maar weinig mensen meer zijn die Coornhert en zijn Zedekunst dat is wellevenskunste, dat monument van Hollandse verdraagzaamheid en fatsoen, nog kennen.

Hendrick Goltzius
Landschap met boerderij,ca. 1597-1598
Houtsnede, 11,5 x 14,5 cm Rijksmuseum Amsterdam
Dat Goltzius in de jaren 1590 naast zijn diverse getekende landschappen ook deze houtsnede uitbracht (uit een reeks van vier) geeft aan hoe intensief hij zich met het betrekkelijk nieuwe genre van het landschap heeft beziggehouden.
Geïnformeerd kijkenJe kunt, dat zal u duidelijk zijn, eigenlijk niet goed naar het werk van Goltzius zonder er uit de kunstgeschiedenis, de cultuurgeschiedenis, de ideeëngeschiedenis en de Nederlandse sociaal-culturele geschiedenis van alles bij te halen. De goede verstaander heeft allang begrepen dat we daarmee in het hart van de huidige discussie over de toekomst van het museum zitten. In de discussie over de toekomstige inrichting van het Rijksmuseum heeft Ronald de Leeuw benadrukt dat hij de nu nog per discipline gescheiden opstellingen, voor zover mogelijk en verantwoord, wil gaan integreren. Geschiedenis, kunstgeschiedenis, beeldhouwkunst, schilderkunst en toegepaste kunst zijn, in zijn ogen, één. Ze kunnen elkaar versterken, ze hebben elkaar nodig – ja, ze kunnen niet zonder elkaar. Het gevaar bestaat dat die aanpak tot een aesthetisering van de geschiedenis leidt: historische objecten, temidden van kunsthistorische hoogtepunten opgesteld, worden louter nog op hun schoonheid beoordeeld. In het geval van Goltzius wordt du idelijk hoe belangwekkend het omgekeerde zou kunnen zijn, het historiseren van de kunsthistorische objecten. Het vruchtbare kijken naar de tekeningen, de prenten en schilderijen van zijn hand, schreeuwt om toelichting. Die toelichting kan uitsluitend plaatsvinden door het werk een historische context te verlenen, in woord en beeld. Achter de afbeelding gaat een wereld van voorstellingen en vooringenomenheden, van mentaliteiten en percepties schuil. Het is nog geen kleine benauwdheid daar een uitdrukkingsvorm aan te geven die eindeloze teksten met talloze voetnoten vermijdt. Maar het moet wel, willen we met liefde en genoegen naar die afbeeldingen blijven kijken. Michaël Zeeman, schrijver en publicist te Rome

Hendrick Goltzius
Allegorie, 1611
Olieverf op doek, 180 x 256 cm Öffentliche Kunstsammlung Basel, Kunstmuseum
Wat dit schilderij precies voorstelt, is nog niet opgehelderd. Waarschijnlijk gaat het hier om een allegorische voorstelling die bedoeld is om een bepaald begrip uit te drukken. Maar eveneens is verband gelegd met Goltzius’ belangstelling voor de alchemie, vooral gezien het voorwerp dat de naakte vrouw in haar hand houdt.
Geïnformeerd kijkenJe kunt, dat zal u duidelijk zijn, eigenlijk niet goed naar het werk van Goltzius zonder er uit de kunstgeschiedenis, de cultuurgeschiedenis, de ideeëngeschiedenis en de Nederlandse sociaal-culturele geschiedenis van alles bij te halen. De goede verstaander heeft allang begrepen dat we daarmee in het hart van de huidige discussie over de toekomst van het museum zitten. In de discussie over de toekomstige inrichting van het Rijksmuseum heeft Ronald de Leeuw benadrukt dat hij de nu nog per discipline gescheiden opstellingen, voor zover mogelijk en verantwoord, wil gaan integreren. Geschiedenis, kunstgeschiedenis, beeldhouwkunst, schilderkunst en toegepaste kunst zijn, in zijn ogen, één. Ze kunnen elkaar versterken, ze hebben elkaar nodig – ja, ze kunnen niet zonder elkaar. Het gevaar bestaat dat die aanpak tot een aesthetisering van de geschiedenis leidt: historische objecten, temidden van kunsthistorische hoogtepunten opgesteld, worden louter nog op hun schoonheid beoordeeld. In het geval van Goltzius wordt du idelijk hoe belangwekkend het omgekeerde zou kunnen zijn, het historiseren van de kunsthistorische objecten. Het vruchtbare kijken naar de tekeningen, de prenten en schilderijen van zijn hand, schreeuwt om toelichting. Die toelichting kan uitsluitend plaatsvinden door het werk een historische context te verlenen, in woord en beeld. Achter de afbeelding gaat een wereld van voorstellingen en vooringenomenheden, van mentaliteiten en percepties schuil. Het is nog geen kleine benauwdheid daar een uitdrukkingsvorm aan te geven die eindeloze teksten met talloze voetnoten vermijdt. Maar het moet wel, willen we met liefde en genoegen naar die afbeeldingen blijven kijken.
Michaël Zeeman, schrijver en publicist te RomeRijksmuseum Kunstkrant mei / juni 2003
© Michaël Zeeman