- Home
- Porcelain and Ceramics
- De Porseleinfabriek in Weesp (1759-1774)
De Porseleinfabriek in Weesp (1759-1774)
- By Rijksmuseum Amsterdam
- Published 23 June 2008
- Porcelain and Ceramics
- Unrated
Rijksmuseum Amsterdam
The Rijksmuseum Amsterdam, owned by the state, is the largest and most
important art and historical museum of the Netherlands. The museum owns
major works of Rembrandt van Rijn and counts more than 1 million
objects in its collections.
Het Rijksmuseum Amsterdam is het grootste en belangrijkste kunst- en geschiedkundige Rijksmuseum van Nederland en is eigendom van de staat. Het bevat onder meer topstukken van de kunstschilder Rembrandt van Rijn en telt ruim 1 miljoen voorwerpen in zijn collectie.
Rijksmuseum
Jan Luijkenstraat 1
Amsterdam
t. 020-6747000
www.rijksmuseum.nl

Venus, het model (ontwerp) toegeschreven aan Nicolas Gauron, ca. 1764
Porselein, Weesp,
hoogte 20,3 cm
Modelleurs in Weesp
Berger werkte maar hooguit twee jaar als modelleur in Weesp. Hij moet de vormen van een oorspronkelijk door Johann Joachim Kaendler en Johann Friedrich Eberlein omstreeks 1740 in Meissen ontworpen terrine in zijn bagage hebben gehad, toen hij in Weesp arriveerde (zie afb. 1). Hij had die vormen kennelijk uit Meissen meegenomen naar Berlijn, vervolgens naar Fürstenberg en tenslotte naar Weesp. Men mag haast aannemen dat hij ook wel wat voorbeelden op papier, in was of in gips, of vormen uit Berlijn en Fürstenberg bij zich zal hebben gehad voor de nieuwe fabriek. Zijn eerste ontwerpen in Weesp lijken dan ook erg op figuren uit Berlijn en terrines uit Fürstenberg, al paste Berger zich in de samenstelling van het serviesgoed aan de voorkeuren van de Nederlandse consument aan. Het olie- en azijnstel (afb. 2) bijvoorbeeld was nergens in Europa zo populair als in Nederland. Bij een nieuw ontwerp voor dergelijk serviesgoed paste Berger een hem bekende vorm wat aan en gebruikte er vervolgens een modern ornament voor i n de vorm van rocailles in reliëf.
In 1764 trad een nieuwe modelleur aan, Nicolas Gauron (1736-na 1773). De graaf van Gronsveld zal behoefte hebben gehad aan een volgende modelleur om het bedrijf een nieuw elan te geven. Gauron had zijn opleiding als modelleur in de porseleinfabriek van Villeroy-Mennecy genoten, vervolgens kort te Vincennes gewerkt en daarna in de porseleinfabriek in Doornik. Gauron had de Franse zwierigheid van het rococo goed in zijn vingers; zijn figuren ademen de sfeer van Parijs (afb. 3). Na hem kwam Louis Victor Gerverot (1747-1829), geboren in Lunéville in Lotharingen, die zijn leerjaren als bloemenschilder had doorgebracht in Sèvres en in Niderviller, waar hij porselein leerde decoreren met ‘Indiaanse’ vogels en geheime recepten kopieerde. Daarna werkte hij als modelleur in Fulda en als bloemen- en vogelschilder in Fürstenberg (1767) waarna hij naar Weesp kwam. Gerverot was in de eerste plaats een begenadigd schilder. De oorspronkelijke Weesper terrines met cartouches in reliëf waren voor zijn vaardigheden niet erg geschikt. Nieuwe modellen vond Gerverot kennelijk niet nodig of zijn door Gronsveld als te omslachtig en te duur verworpen, want er werd een goedkope oplossing gevonden: van de modellen uit de beginjaren liet men de rocailles weg. Deze werden anno 1769 mogelijk ook ouderwets gevonden (afb. 4). Met de komst van deze derde ontwerper, opnieuw afkomstig uit een streek van Europa met een wat ceramiek betreft eigen karakter, heeft het product in de laatste jaren van de Weesper fabriek een ander en voor dat moment moderner uiterlijk gekregen.

Terrine op onderschotel, de beschildering toegeschreven aan Louis Victor Gerverot, ca. 1769-1770
Porselein, Weesp
Terrine: hoogte 20,2 cm, breedte 27,3 cm, onderschotel: breedte 32,8 cm
Het einde van de fabriek
Na het einde van de Zevenjarige Oorlog bloeide de porseleinindustrie in Duitsland en Frankrijk weer op. Deze concurrentie en het succes van het modern vormgegeven en goedkope Engelse creamware bleken uiteindelijk teveel voor de Weesper onderneming. Na enkele jaren een noodlijdend bestaan te hebben gekend werd er uitverkocht. Het definitieve einde was de veiling van de bedrijfsinventaris die op 12 februari 1774 in het Muiderslot plaatsvond. In het assortiment van de porseleinfabriek ontbreken borden, schotels en schalen. Er werden blijkbaar geen volledige tafelserviezen geleverd, althans er zijn geen stapels platgoed in verzamelingen overgebleven. Twee advertenties na het besluit tot liquidatie in 1770 geven over de samenstelling van het assortiment uitgebreide informatie: op Saturdag de 13 July zal men in de Porcelyn Fabriek tot Weesp verkoopen: een groote party. PORCELYN in de Saxische Trant, tot Weesp gemaakt, bestaande in Schootels, Borden, Therines, Coffy- en Thee-Serviesen, Spoelkommen, Trekpotten zo Ges childerd als Wit,…(Amsterdamsche Courant 9 juli 1771) en: Op Saturdag. Den 19 Juny, zal men tot Weesp ten huize van de Castelein David Knepper, in het Amsterdamsche Veerhuis Verkoopen: een groote party diverse soorten van Weesper Porcelynen alle in de Saxische Smaak, bestaande in Therines, Borden, Coffy- en Thee- Serviesen, Melk-Kannen, Spoel- Kommen, Suiker-Potten, Sous- en Room-Kommen, Beelden en een groote party Coffy-, Thee en Chocolaat goed met en zonder Ooren, geschilderd en ongeschilderd (Amsterdamsche Courant 12 juni 1773).
Rijksmuseum aan de Vecht
Porselein zorgde naast de Weesper moppen, Weesper brandewijn en Van Houten’s cacao voor welvaart in Weesp. De stad was in de 18de eeuw zo welvarend dat het zich een nieuw stadhuis kon permitteren. De bovenverdieping van dit fraaie gebouw herbergt sinds lang het Gemeentemuseum, met als voornaamste schat de verzameling Weesper porselein, die met de collectie van het Rijksmuseum de belangrijkste verzameling in Nederland vormt. Het Gemeentemuseum Weesp en het Rijksmuseum zijn bijzonder verheugd dat deze beide verzamelingen vanaf 11 juni 2004 voor vijf jaar in het stadhuis van Weesp te zien zullen zijn onder de noemer Rijksmuseum aan de Vecht.
Rijksmuseum Kunstkrant mei / juni 2004
© Rijksmuseum Amsterdam
© Rijksmuseum Amsterdam
