Kunstpedia - http://www.kunstpedia.com
Johannes Vingboons (1616/7-1670), een kopiist pur sang
http://www.kunstpedia.com/articles/317/1/Johannes-Vingboons-16167-1670-een-kopiist-pur-sang/Page1.html
Gosselink, Martine
Drs. M. Gosselink is founder and partner of the cultural collective ‘De Nieuwe Collectief’. They organise (art) historical projects.

Drs. M. Gosselink is oprichter en partner van het culturele collectief ‘De Nieuwe Collectief’. Zij verzorgen (kunst-) historische projecten.

www.denieuwecollectie.nl


 
By Gosselink, Martine
Published on 19 July 2008
 
Als Salvador Dali de Mona Lisa overschildert en op haar lip een snorretje plakt, creëert hij een geheel nieuw schilderij dat door kenners als een opzichzelfstaand kunstobject wordt aanvaard. Nu is de Mona Lisa zo wereldberoemd dat de beschouwer bij het zien van het nieuwe werk direct doorheeft dat de kunstenaar de draak steekt met de kunstgeschiedenis. Dat kunstenaars werken van andere kunstenaars kopiëren of delen ervan overnemen, is een bekend verschijnsel. Van de kunstenaar wordt verwacht dat hij iets eigens aan het werk toevoegt en een nieuw kunstwerk maakt.

Als Salvador Dali de Mona Lisa overschildert en op haar lip een snorretje plakt, creëert hij een geheel nieuw schilderij dat door kenners als een opzichzelfstaand kunstobject wordt aanvaard. Nu is de Mona Lisa zo wereldberoemd dat de beschouwer bij het zien van het nieuwe werk direct doorheeft dat de kunstenaar de draak steekt met de kunstgeschiedenis. Dat kunstenaars werken van andere kunstenaars kopiëren of delen ervan overnemen, is een bekend verschijnsel. Van de kunstenaar wordt verwacht dat hij iets eigens aan het werk toevoegt en een nieuw kunstwerk maakt.

Dit principe werkt voor cartografen niet heel anders. De kaartmaker is voor de totstandkoming van nieuw werk zelfs afhankelijk van gegevens van anderen. Hij verzamelt deze, verwijdert ‘foute’ landsgrenzen en rivierlopen en voegt nieuwe toe. De beste en meest betrouwbare kaarten, die met de meest recente ontdekkingen, worden met elkaar vergeleken; informatie wordt verfijnd; afzonderlijke kaarten worden opgesplitst tot meerdere kaarten en meerdere kaarten worden gecombineerd tot één kaart. Daarmee houdt het werk van de cartograaf het midden tussen dat van een geografisch onderzoeker en een technisch tekenaar. De 16de-eeuwse Vlaamse cartografen Gerardus Mercator en Abraham Ortelius werkten op deze manier en hun navolgers, onder wie talloze 17de-eeuwse Hollandse vakgenoten, deden niet anders.

Toch kunnen we niet zo maar concluderen dat deze werkwijze gewoon was voor alle gerespecteerde kaartmakers uit de Republiek. Een voorbeeld van iemand die zijn werk als cartograaf niet altijd zo minutieus uitvoerde was Johannes Vingboons, een gewaardeerd kaartmaker tijdens de gloriejaren van de 17de eeuw. Van Vingboons zijn veel kaarten bekend waarvan is gebleken dat er geen grondige voorstudie aan vooraf is gegaan. Tegelijkertijd kenmerken andere werken van deze kaartmaker zich juist wel door precisie en vakmanschap. Voordat we dieper op Vingboons’ verschillende werkwijzen ingaan, volgt eerst een beknopte introductie op de man en zijn werk.

Nog steeds kunnen Vingboons’ kleurige aquarellen, met vooral internationale onderwerpen, ons bekoren. Soms zijn dit gezichten op steden die zich, gekroond met blauwe luchten, achter een decor van een kalm golvende zee vertonen. Op het water zien we her en der Oost-Indiëvaarders van de VOC en haar concurrerende naties varen. Indrukwekkend zijn ook Vingboons’ gedetailleerde stadsplattegronden die een nauwkeurig inzicht geven in de planologie van VOC- en WIC-vestigingen in Oost en West. Overigens zien we ook steden opgetekend die in handen waren van andere zeevarende mogendheden, zoals Spanje en Portugal. Naast deze gezichten, profielen, plattegronden en vogelvluchten behoren ook vele groot- en kleinschalige land- en zeekaarten tot zijn werk.

De voorbeelden waarnaar Vingboons werkte werden hem aangereikt door uitgever Joan Blaeu, die van 1638 tot 1673 als baas kaartmaker van de VOC gelieerd was aan het Oost-Indisch Huis in Amsterdam. Hier, op zijn werkplek, kwam al het kaart- en verkenningsmateriaal terecht dat door de beambten van de VOC in de Oost werd opgetekend. Blaeu leverde Vingboons niet alleen de kaarten die gekopieerd en samengebonden dienden te worden voor zijn atlassen. Via Blaeu’s clientèle kwam de kaartmaker ook aan opdrachten. Alleen welgestelde lieden konden Vingboons luxe atlassen aanschaffen. Denk aan Christina, koningin van Zweden, groothertog Cosimo de Medici en de verzamelaars Christoffel Beudeker en Laurens van der Hem. De atlassen van deze notabelen zijn door de eeuwen heen verspreid geraakt over verschillende collecties. Tot op heden zijn de volgende atlassen bekend: de Atlas Bom –als losse kaarten terechtgekomen in diverse instellingen-, de Christina Atlas in de bibliotheek van het Vaticaan en de Atlas Beudeker in het Nationaal Archief in Den Haag. Verder is er een verzameling losse Vingboonskaarten in de Florentijnse bibliotheek van de familie De Medici. Tot slot wordt ook de atlas Blaeu-Van der Hem in de nationale bibliotheek van Wenen beschouwd als afkomstig uit de studio van Johannes Vingboons.

Zijn oeuvre, dat goed bewaard gebleven is, omvat honderden kaarten die verdeeld zijn over de hierboven genoemde atlassen en verzamelingen. De atlassen zijn samengesteld als complete series en laten zich onderling dan ook goed vergelijken. Wat valt dan direct op? Twee atlassen, de Christina Atlas in het Vaticaan en de over de wereld verspreidgeraakte (losgeknipte) Atlas Bom, hebben een duidelijk doel gediend: beide atlassen –vervaardigd na 1650- vertolken dat deel van de wereld waar de West-Indische Compagnie handeldreef, de aan de Atlantische Oceaan grenzende landen. Opmerkelijk is dat binnen beide atlassen een groot deel van de kaarten zeer nauw op elkaar aansluit: waar de weergave van een bepaald gebied op de ene kaart ophoudt, gaat de volgende kaart exact verder. De grenzen sluiten naadloos aan, de gebruikte schaal is overal dezelfde. Als je deze kaarten aan elkaar zou plakken, ontstaat een immens aaneengesloten gebied van Noord- tot Zuid-Amerika en de gehele westkust van Afrika. De eenduidigheid in stijl en techniek die hier wordt vertoond, duidt op precisiewerk, verricht door een zeer bekwaam vakman. BEELD? Vingboons zal tientallen voorbeeldkaarten bestudeerd hebben om tot deze nauwkeurig aaneengeregen weergave te komen. Het kaartbeeld laat ons de meest recente cartografische kennis van de West in zijn tijd zien. Kortom, voor de vervaardiging van deze twee atlassen zal Vingboons de methodiek hebben toegepast zoals hierboven in de inleiding is beschreven, die van eindeloze studie, verfijning, weglating van verouderde informatie, toevoeging van nieuwe gegevens en het maken van combinaties.

Hoe zit het dan met zijn andere werk? Duiden die kaarten op dezelfde ‘chirurgische’ aanpak? Die vraag kan met een kort ‘nee’ worden beantwoord. Laten we de kaarten uit de De Medici-bibliotheek en de Beudeker-atlas die in het Nationaal Archief wordt bewaard, als voorbeeld nemen. Beide verzamelingen laten steden en gebiedsdelen uit zowel het oostelijk als het westelijk halfrond zien en vormen dus niet een afgebakend terrein zoals bij de atlassen hierboven. In geen van beide verzamelingen zijn landkaarten te ontdekken die met hun begrenzingen op elkaar aansluiten, zelfs niet in setjes van twee. Als we naar de onderwerpkeuze kijken valt het volgende op: in geen van beide verzamelingen treffen we een afbeelding van Batavia aan, de hoofdstad van de VOC in Azië. Dat is op zijn zachtst gezegd vreemd. Maar ook van andere belangrijke VOC-vestigingen zoals Deshima of Hougli, zijn geen kaarten opgenomen. We weten dat beide verzamelingen complete sets zijn, er kunnen dus geen kaarten bij zijn geweest die nu ontbreken. Wel treffen we een groot aantal kaarten van steden en gebieden aan, die niet direct van belang zijn geweest voor de VOC of WIC. Om er maar een paar te noemen: Hispaniola (Haïti), Santo Domingo (Dominicaanse Republiek), Angra op het eiland Terceira (Azoren) en Bijapur (India).


Dit betekent dat Vingboons’ selectie voor het samenstellen van deze kaartverzamelingen niet met een bepaald doel lijkt te zijn gemaakt. Sterker nog, het heeft er alle schijn van dat de keuze van de afgebeelde topografie puur op toevalligheden heeft berust en dat Vingboons voor deze keuze sterk afhankelijk is geweest van het materiaal dat voorhanden was. Maar niet alleen de selectie geeft te denken. Terwijl Vingboons met de kaarten uit de Christina- en Bom-atlas de meest recente cartografische kennis van zijn tijd laat zien, is dat in het geheel niet het geval bij de kaarten uit Den Haag en Florence. Zo toont hij ons een versie van de stad Porto Rico zoals deze er in 1625 uitzag (Afb. 1). Als voorbeeld voor het maken van deze kaart heeft Vingboons een aquarel uit de Parijse collectie De Gaignières gebruikt. Deze plattegrond (Afb. 2) van het eiland Porto Rico is gemaakt op het moment dat de Nederlanders de stad in 1625 proberen in te nemen. Vingboons volgt nauwgezet allerlei details van deze kaart, maar laat specifieke militaristische informatie weg. Dat is wellicht zijn enige poging om de kaart te ‘moderniseren’. Het is duidelijk dat er verder geen enkele moeite is gedaan om andere informatie te verzamelen voor een meer up-to-date versie.


1. Porto Rico in plate grndt, Nationaal Archief, Den Haag, inv.nr. 4.VELH619-87


2. Anoniem, Gezichten op Porto Rico, aquarel, 1625, Bibliothèque nationale de France, Parijs, inv.nr. 31 (2) - format 4 - P188361

Vingboons gebruikt zelfs nog veel oudere kaarten als voorbeelden voor de kaarten in zijn kostbare atlassen. Dat blijkt onder meer uit het gezicht op de Zuid-Indiase stad Calicut (Afb. 3). Met deze plaats had de VOC wel degelijk contacten, Calicut werd in de jaren ‘60 door de Compagnie ingenomen. Misschien is dat voor Vingboons de aanleiding geweest om deze plaats op te nemen, ook al gebruikt hij geen recent voorbeeld. Hij kopieert zijn Calicut naar een prent (Afb. 4) uit Civitates Orbis Terrarum van G. Braun en F. Hogenberg, een zesdelige atlas die tussen 1572 en 1617 verscheen. De Civitates kan worden beschouwd als één van de eerste echte atlassen: een verzameling van maar liefst 546 stadsgezichten, plattegronden en vogelvluchtperspectieven van over de gehele wereld.


3. Zonder titel (Calicut, India) Nationaal Archief, Den Haag, inv.nr. 4.VELH6619-116


4. Gezicht op Calicut, gravure uit: Civitates Orbis Terrarum van G. Braun en F. Hogenberg, Keulen 1581-1618 Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

De Civitates is niet de enige 16de eeuwse bron waar Vingboons uit put. Uit Jan Huygen van Linschotens Itinerario (Amsterdam 1596) verwerkt hij drie gravures: kaarten van de steden Angra, Goa en het eiland Mozambique. In Vingboons’ ogen moeten dit stokoude kaarten geweest zijn. Waren de kaarten soms zo bijzonder dat hij ze kopieerde? Of waren de plaatsen misschien belangrijk voor de economie van de Republiek? Dat is niet echt het geval. Misschien geldt het een beetje voor Goa, een Indiase stad in handen van Portugal, waar de VOC nogal wat cocurrentie van te duchten had. Maar voor Angra en Mozambique geldt het geenszins. De enige reden waarom er kaarten van deze plaatsen in de Haagse verzameling opgenomen zijn, berust op het enkele feit dat Jan Huygen van Linschoten er ooit heeft vertoefd en tekeningen van de locaties heeft gemaakt. Vingboons kopieert (Afb. 5, 6, 7) de originelen uit 1596 één op één, zonder toevoeging van nieuwe elementen of weglating van oude (Afb. 8, 9, 10). Het enige compromis dat Vingboons met zijn moderne tijd wil sluiten is het weglaten van de wapens die de kaarten van Van Linschoten sieren.


5. Zonder titel (Angra, Azoren) Nationaal Archief, Den Haag, inv.nr. 4.VELH619-106


6. ... Plaetsen van Stat en ’t Eylant Goa, Nationaal Archief, Den Haag, inv.nr. 4.VELH619-53

We hebben gezien dat Vingboons in het geval van de Christina Atlas en de Bom Atlas heeft gewerkt volgens de strenge methodiek van de cartograaf. Ook dient de atlas als geheel een duidelijk doel, het laat een gestructureerde weergave van een bepaald gebied zien. Dat gebeurt aan de hand van recentelijk verworven cartografische kennis. Voor de Haagse en Florentijnse kaartreeksen daarentegen is gebruik gemaakt van oude bronnen. De afgebeelde plaats hoefde geen speciale betekenis te hebben, noch binnen de context van de reeks, noch als afbeelding zelf.


8. J. Huygen van Linschoten, Angra, ingekleurde gravure uit: J. Huygen van Linschoten, Itinerario, voyage ofte schipvaert…, Amsterdam 1596, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag


9. J. Huygen van Linschoten, Goa, ingekleurde gravure uit: J. Huygen van Linschoten, Itinerario, voyage ofte schipvaert…, Amsterdam 1596, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag


10. J. Huygen van Linschoten, Het eiland Mozambique, ingekleurde gravure uit: J. Huygen van Linschoten, Itinerario, voyage ofte schipvaert…, Amsterdam 1596, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Zoals gezegd is er geen eenheid in stijl, noch in onderwerpskeuze. In beide series komen verschillende typografieën en verschillende handschriften terug. Zonder al te snel conclusies te trekken kan gesteld worden dat de Christina Atlas en de Bom Atlas door de vakman Vingboons gemaakt zijn. De andere, minder nauwkeurig samengestelde series, verraden naast Vingboons’ hand ook de handen van andere medewerkers. De verschillen tussen beide series roepen vragen op. De Christina Atlas en de Bom Atlas zijn met een duidelijk doel samengesteld, maar hoe zit het dan met de andere series? Zijn ze in opdracht gemaakt? Zijn het losse kaarten uit Vingboons’ atelier? Helaas ontbreken de aanwijzingen die ons hier meer over kunnen vertellen. Ook al zullen we met vragen over deze series blijven zitten, toch kan voorzichtig geconcludeerd worden dat het gebrek aan samenhang duidt op een min of meer toevallige bundeling van de kaarten. Een bonte verzameling van kaartmateriaal, waarvoor Vingboons en zijn ateliergenoten uit de meest uiteenlopende bronnen hebben geput.

© Martine Gosselink
From Caert Thresoor 2008-2

 
 
Land in zicht
Vingboons tekent de wereld van de 17de eeuw

Schilderachtige aquarellen en kaarten van dorpen, steden en kusten van over de hele wereld. Van Havana op Cuba tot Banda Aceh in Indonesië. Ze zijn allemaal rond 1665 gemaakt door Johannes Vingboons, een Amsterdamse cartograaf. Hij vervaardigde deze prachtige aquarellen in opdracht van en in samenwerking met Joan Blaeu, de baas van de kaartenmakerij van de Verenigde Oostindische Compagnie.

Auteur        : Martine Gosselink
Bladzijden   : 160
Type           : Gebonden, 167 kleurenfoto's
                    en 6 zwart-witfoto's
Uitgeger      : Waanders Uitgevers te Zwolle en
                     Nationaal Archief, Den Haag.
Prijs            : € 22,50

Bestellen >>