De afgelopen jaren is er in de kunstgeschiedenis steeds meer aandacht gekomen voor specifieke plaatsen en streken die een grote aantrekkingskracht op kunstenaars hebben uitgeoefend. Meerdere musea hebben ondertussen tentoonstellingen gewijd aan Nederlandse kunstenaarsdorpen als Kortenhoef, Bergen, Oosterbeek en Domburg en er verschijnen regelmatig fraai geïllustreerde boeken over de “Schilders van Laren” of de “Schilders van Dongen”. De Vechtstreek is in al deze aandacht jammergenoeg achtergebleven. Toch zijn in dit schilderachtige rivierengebied tussen Utrecht en Amsterdam in de loop der eeuwen veel kunstenaars actief geweest. Dit gemis vormde voor mij aanleiding om aan die streek dit najaar eens uitgebreid aandacht aan te besteden en een tentoonstelling te maken getiteld “Meesters uit de Vechtstreek”.

Daniel Stoopendaal
De Vechtstreek is bij het grote publiek vooral bekend geworden als het gebied waar in de 17e eeuw veel rijke kooplieden uit Amsterdam hun buitens en heerlijkheden lieten bouwen. Momenteel is er in het nabijgelegen Museum Maarssen een mooie aanvullende tentoonstelling te zien over “Buitenplaatsen aan de Vecht”, waar een beeld wordt geschetst van het luxe leven van de nieuwe rijken van de 17e en 18e eeuw. Zij waren trots op hun grote huizen en lieten hun rijkdom graag vereeuwigen door kunstenaars. Een bekend voorbeeld is het boek “De Zegepralende Vecht” (1719), later uitgegeven onder de titel “De Vechtstroom van Utrecht tot Muyden”(1791) door de Amsterdamse graficus Daniel Stoopendaal (actief tussen 1685 en 1713), waarin 102 gravures van huizen en tuinen langs de rivier de Vecht zijn opgenomen. De populariteit zijn prenten moge blijken uit de vele kopieën die er in de loop der jaren van zijn gemaakt, niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland met onderschriften in het Engels, Frans en Duits.


Groenevecht (1869)
26 x 20 cm
Aquarel/gesigneerd en gedateerd l.o.


P.J. Lutgers
Tot begin negentiende eeuw bleek dit genre zeer gewild. De tekenmeester, schilder en lithograaf Petrus Johannes Lutgers (1808-1874), wonende  te Loenen aan de Vecht, was als landschapsschilder gespecialiseerd in riviergezichten. Op de tentoonstelling zijn  verschillende Romantische vergezichten van zijn hand te zien, al dan niet gefantaseerd met bergen en kerkjes in de verte. Maar zijn grootste faam verwierf  Lutgers met zijn tekeningen en schilderijen naar bestaande buitenhuizen. In 1836 publiceerde hij zijn eerste serie topografische litho’s, “Gezichten aan de rivier de Vecht”,  voorstellende de buitenplaatsen en dorpen van Nederhorst den Berg tot Zuilen. Later volgden nog vergelijkbare prentenboeken van voornamelijk landhuizen en buitenplaatsen uit de regio’s Haarlem, Utrecht en Leiden, allemaal inspelend op hetzelfde gegeven; dat het zo mooi wonen is aan het water.


Gezicht op Loenen aan de Vecht
40 x 60 cm
Olieverf op doek/gesigneerd r.o.


Nicolaas Bastert
Een van de leerlingen van Lutgers was de jonge Nicolaas Bastert, geboren op 7 januari 1854 op de nu niet meer bestaande buitenplaats ‘Otterspoor’, gelegen aan de Vecht bij Maarssen. Na zijn opleiding bij Lutgers ging Bastert naar de Rijksacademie in Amsterdam, waar hij onder meer bevriend raakte met G.H. Breitner, om zich vervolgens in 1881 weer in de Vechtstreek te vestigen, in Breukelen. In deze tijd ontstonden veel van zijn impressies van vlakke polders en van bomen en bossen. Het zijn losse, impressionistische schilderijen, maar hij oogstte er weinig succes mee. Vanaf 1890 veranderde deze situatie ten goede. In dat jaar trad Bastert in het huwelijk met Eva Versteeg en sinds die tijd ging het de schilder niet alleen in zijn privéleven, maar ook artistiek voor de wind. In 1892 kreeg hij op de tentoonstelling van ‘Levende Meesters’ te Amsterdam de gouden medaille en in 1895 kreeg hij zijn eerste eenmanstentoonstelling bij de firma E.J. van Wisselingh. Dit succes had mede tot gevolg dat hij een prachtig buiten kon huren, het achttiende-eeuwse ‘Rupelmonde’ bij Nieuwersluis. De Vecht bracht Bastert echter niet alleen plezier. In 1906 schreef hij in zijn dagboek ‘De Vecht stroomt door de straat, waarin wij paling vangen.’ En drie jaar later moest hij zijn atelier leegpompen, waarin meer dan een meter water stond. Toch bleef hij de Vechtstreek trouw. Toen ‘Rupelmonde’ na verloop van tijd te groot begon te worden verhuisde Bastert in 1922, voor de laatste maal, naar het huis ‘Rustlust’in de dorpstraat in Loenen aan de Vecht, waar hij tot zijn dood in 1939 zou blijven wonen.


Poldervaart in de Vechtstreek
58 x 80 cm
Olieverf op doek/gesigneerd l.o.

F.J. van Rossum du Chattel
Ook de uit Leiden afkomstige Fredericus Jacobus van Rossum du Chattel (1856-1917), die zijn werken altijd signeerde met Fred.J. du Chattel, werd al tijdens zijn leven geassocieerd met de rivier de Vecht. Anders dan Bastert wordt hij echter niet tot de Amsterdamse impressionisten gerekend, maar tot de tweede generatie van de Haagse School. Zijn penseelvoering is ook verfijnder en minder los dan van Bastert. Du Chattel volgde zijn scholing aan de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten en kreeg adviezen van Willem Maris. Hij zou vervolgens zijn hele leven onder invloed van de Haagse School blijven en zich in het verlengde van deze stroming ontwikkelen tot een gerenommeerd schilder en aquarellist van landschapstaferelen. Steeds weer op zoek naar nieuwe inspiratie verhuisde Du Chattel regelmatig en in 1884 vestigde hij zich met vrouw en kind voor drie jaar in Vreeland nabij Loenen aan de Vecht.  Hier ontstonden zijn belangrijkste werken, grote olieverfschilderijen, die gekenmerkt worden door waterpartijen, vaak in het schemerlicht, veelal omzoomd door hoge boompartijen en heesters.

Hendrik Man Heek
Een bijzondere plaats op deze tentoonstelling heb ik ingeruimd voor een aantal fraaie aquarellen van tuinen in de Engelse landschapsstijl door H.M. Heek. Zijn signatuur is in het verleden altijd verkeerd gelezen als zijnde ‘H. van Heek’, ook door schrijvers van standaardwerken over de Vechtstreek als dr. R. van Luttervelt, en om die reden  was er tot op heden weinig bekend over deze kunstenaar. Bij nauwkeurige beschouwing zag ik echter dat de kunstenaar zijn initialen aan elkaar vast schreef en de letter M, voor èn achter samenvallend met een letter H,  al die jaren als een V was gelezen. Toen dit eenmaal duidelijk was, bleek het vervolgens niet moeilijk om vast te stellen dat het hier om de in 1883 geboren kunstenaar Hendrik Man Heek ging, die samen met zijn broer Gerrit in het dorp Maarssen een boekhandel en uitgeverij dreef en daarnaast, vakkundig maar vooral uiterst nauwkeurig, de omgeving van Maarssen had vastgelegd in gedetailleerde aquarellen.


Atheneum Illustre Amsterdam
60 mm
Slagpenning/Eerste penning Ver.v.Penningkunst 1932/N.B.

Bert Sondaar, Gerarda Rueter e.v.a.
Maar de Vechtstreek trok niet alleen schilders aan; er vestigden zich ook kunstenaars met andere disciplines. In 1937 vetrok Lambertus Sondaar met zijn vrouw Ton Dobbelman, beide beeldhouwer, en de kinderen van Frankrijk naar Loenen aan de Vecht, waar zij het buiten Oud-Over aan de oevers van de Vecht betrokken. Enige jaren later kregen zij in dit idyllische dorpje gezelschap van de beeldhouwster Gerarda Rueter, een dochter van de kunstschilder Georg Rueter en een leerling van de befaamde professor Jan Bronner van de Rijksacademie te Amsterdam. En ook de architecten Aldo en Hannie van Eyck streken er neer. En de schilder Jaap Hillenius had er zijn atelier. Er zouden nog veel kunstenaars volgen, want tot op de dag van vandaag is de Vechtstreek in trek bij velen, waaronder kunstenaars, maar dat levert tegenwoordig niet langer kunst op die kenmerkend is voor deze streek. Dat paste meer bij de meesters uit de Vechtstreek van vroeger eeuwen.


COPYRIGHT 2009 drs. Jaap Versteegh, alle rechten voorbehouden
Niets uit dit artikel, inclusief begeleidende illustraties, kan of mag gereproduceerd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurrechtelijke houder.