Het instrument van Hooke bestond uit een 'normale' dichte alcoholthermometer en een open thermometer met bovenin de buis opgesloten lucht. De open thermometer reageerde hierbij op zowel temperatuur als luchtdruk. Met behulp van de op de gesloten thermometer afgelezen temperatuur kon men, na een door een berekening verkregen correctie voor de invloed van temperatuur, vervolgens de luchtdruk aflezen op een schaal naast de open thermometer.
 

Foto 2: Schematische voorstelling van de sympiezometer van Adie, 1818.
A = reservoir gevuld met waterstofgas
C = reservoir met gekleurde amandelolie
MN = beweegbare luchtdrukschaal
OP = temperatuurcorrectieschaal

Zoals gezegd werkte ook de 'barometer' van Adie nog steeds min of meer volgens ditzelfde principe. Het samendrukken, waaraan door Adie in de naam van zijn instrument gerefereerd werd, sloeg op het met gas gevulde reservoir van zijn sympiëzometer, waarvan de mate van samendrukken werd weergegeven door een gekleurde vloeistof. In plaats van lucht in het gesloten einde van de open buis, gebruikte Adie dus een gas, waterstofgas, dat zich hierbij boven de gekleurde vloeistof, waarvoor Adie amandelolie gebruikte, in het andere einde van de buis bevond. Verder hield de 'improvement' nog een beweegbare schaal in om de correctie van de luchtdruk voor de gemeten temperatuur te vergemakkelijken. De clou was dat men bij luchtdrukwaarnemingen eerst de heersende temperatuur aflas op de aparte thermometer. Vervolgens stelde men de verstelbare luchtdrukschaal zó in dat het eraan vastzittende pennetje op de temperatuurcorrectieschaal de temperatuur aanwees die men zojuist had afgelezen op de thermometer. Tenslotte las men de barometerstand af op het olieniveau. Alhoewel sommige van de thermobarometers van Hooke ook al met een dergelijke beweegbare schaal waren uitgerust, was het instrument van Adie veel smaller, eenvoudiger en dus in de praktijk een stuk bruikbaarder.

Het was vooral Adie's uitgangspunt geweest om een minder kwetsbare barometer te maken voor het gebruik op schepen, ter vervanging van de scheepsbarometers met de lastige en kwetsbare lange kwikbuis. In 1829, dus kort voor de reis van de Beagle, concludeerde de bekende Schotse wetenschapper James Forbes dat Adie hierin was geslaagd: 'as a marine barometer, its superiority in accuracy and utility, as well as convenience, seems fully established'.

Adie nummerde alle sympiëzometers die onder zijn eigen patent door hemzelf werden vervaardigd. Hiervan werd een groot aantal voorzien van de naam van een door hem uitgekozen agent. In de 60 jaar na het verlenen van het patent zouden er op deze manier meer dan 2500 worden gemaakt. Toen het patent na 15 jaar verliep gingen ook anderen zich overigens alras bezighouden met het produceren van sympiëzometers. Er ontstonden uitvoeringen in alle denkbare afmetingen, zelfs tot sympiëzometers in pocketuitvoering aan toe. Ondanks het feit dat sympiëzometers dus behoorlijk populair waren, treffen we ze vandaag de dag echter nog slechts sporadisch aan in de antiekhandel.


Foto 4: Close-up opname sympiëzometergedeelte van Foto 3.

Toch bleken er ook aan de sympiëzometer nog wel enkele nadelen te kleven. Allereerst bleef het lastig dat het instrument niet in één oogopslag was af te lezen. Ook bleek de vermeende grotere geschiktheid voor transport een illusie te zijn, omdat het instrument veelal rechtop vervoerd diende te worden. Een belangrijk nadeel was verder de relatief gezien korte levensduurduur van het instrument. Na verloop van enige tijd zag het waterstofgas namelijk kans om via de olie te ontsnappen, waardoor de aanwijzing minder nauwkeurig werd. Ook de amandelolie kon na een bepaalde periode gaan verdampen.

Toen zich rond 1850, met de uitvinding van de aneroïdebarometer en de ontwikkeling van de sterk verbeterde, gestandaardiseerde kwikscheepsbarometer volgens het 'Kew Marine'principe, betere alternatieven aandienden, werd de sympiëzometer dan ook langzaam maar zeker verdrongen. Wel werden er vanaf het midden van de negentiende eeuw tot enige tijd daarna kwikscheepsbarometers vervaardigd die uitgerust werden met een sympïezometer als extra accessoire. Hierdoor was het mogelijk om de beide instrumenten met elkaar te vergelijken in situaties waarin zeer nauwkeurige waarnemingen vereist waren.

Foto 3  toont een voorbeeld van een dergelijke luxueus uitgevoerde scheepsbarometer met sympiëzometer, gesigneerd 'D. Mc. GREGOR & Co GLASGOW & GREENOCK' en vervaardigd tussen circa 1860 en 1870.  De opvallend slanke, massief eiken kast van het instrument heeft door facetgeslepen glas afgeschermde schaalplaten. Die van het barometergedeelte zijn van ivoor en voorzien van twee noniussen, te bedienen via een tandheugelsysteem met afneembare knoppen. De onder de cardanische ophanging gemonteerde sympiëzometer heeft een schaalplaat van verzilverd messing. Met het 'geheugenwieltje' links bovenin kon de afgelezen stand eventueel nog voor later worden vastgehouden. De kwikbuis van de barometer is voorzien van een vernauwing om bij ruw weer het z.g. 'pompen' van het kwik tegen te gaan. Het palmhouten reservoir heeft een lederen bodem en een vaste stelschroef, en wordt afgeschermd door messing.

Foto 1 toont eveneens een zeer bijzondere en vrij vroege sympiëzometer, n.l. de kort na 1840 vervaardigde sympiëzometer door Charles Cummins. Aan deze instrumentmaker uit Londen werd in dat jaar het patent verleend (British Patent 8462) voor een sympiëzometer die qua vorm afweek van die van Adie en waarbij bovendien zwavelzuur gebruikt werd in plaats van amandelolie. De massief mahonie kast heeft verzilverde messing schaalplaten, afgeschermd door vlak glas. De kwikthermometer heeft een verdeling in graden Fahrenheit. Het luchtdrukschaalplaatje wordt op-en-neer bewogen via een messing schuifpen, gemonteerd in de rechterzijde. Op deze pen bevindt zich tevens een draaibare knop waarmee de nonius kan worden bediend via een tandheugelsysteem.

© Marco Fontijn
Met toestemming van ‘Horological Foundation’