De bekendste schoolatlas is sinds jaar en dag 'De Grote Bosatlas' van uitgeverij Wolters(-Noordhoff). Dat weet iedereen. En concurrent Thieme had voor het aardrijkskunde-onderwijs zijn 'Methode Prop'. Toch ook niet onbekend. Maar wie herinnert zich dat het R.K. Jongensweeshuis in Tilburg een door Rafaël vervaardigde schoolwandkaart van Nederland uitgaf, die eens tot de meest gebruikte schoolwandkaarten behoorde? Rafaël, dat was toch een aartsengel? En een weeshuis als uitgever? Inderdaad, het klinkt onwaarschijnlijk, maar toch is het waar: "In bijna alle katholieke scholen van Nederland prijkten aan de wanden de landkaarten 'door Rafaël'." [N.N., 1948]

Kaarten van Nederland zijn in het Nederlandse onderwijs zeer intensief gebruikt. In de 19de en 20ste eeuw werden namelijk indrukwekkende aantallen, onderling soms sterk verschillende Nederland-kaarten ontworpen voor gebruik in schoolatlassen of aan schoolwanden. Een eenvoudige graadmeter om het belang van dergelijke kaarten voor het aardrijkskunde-onderwijs vast te stellen is het aantal keer dat een kaart een nieuwe druk heeft beleefd. Zo'n ranglijst van 'winnaars' in het geval van schoolwandkaarten geeft tabel 1. Tussen de coryfeeën van de Nederlandse schoolkartografie staan Rafaël en het Jongensweeshuis als vreemde eenden in de bijt. Van de vijf in de tabel genoemde 20ste-eeuwse wandkaarten wordt het aantal drukken van de Rafaël-kaart alleen overtroffen door de Thieme-klassieker 'Schoolkaart van Nederland' van G. Prop [Brink, 2005a] en de Wolters-klassieker 'Nieuwe wandkaart van Nederland' van R. Noordhoff [Brink, 2007a] en K. Zeeman [Brink, 2003]. Hoe hebben Rafaël en deze instelling tot verzorging van ouderloze jongens dat in Godsnaam klaargespeeld? Het Jongensweeshuis was onderdeel van een kloostergemeenschap genaamd 'Fraters van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid', kortweg 'Fraters van Tilburg'. Dit klooster lijkt een goed startpunt voor een nader onderzoek naar de raadsels rondom de Rafaël-kaart.


Tabel 1. De meest herdrukte schoolwandkaarten van Nederland [Brink, 2007b].
 Auteur(s)  uitgever aantal drukken periode
 H.F. Puls           
 Oomkens 8 1849-1886
 C.A.C. Kruyder (zwart) Tijl 8 1864-1905
 C.A.C. Kruyder (geologisch) Tijl 8 1878-1915
 G. Prop Thieme 7
 1909-1957
 R. Noordhoff, K. Zeeman Wolters 7 1909-1961
 Rafaël R.K. Jongensweeshuis 5 1898-ca. 1930
 J.J. ten Have Ykema 4 1896-ca. 1925
 A. Luinge, B. Stegeman, e.a. Noordhoff 4 1927-1966


FRATERS VAN TILBURG

LO, BLO, VGLO, ULO, kweekscholen, HBS, vakonderwijs, weeshuizen, pensionaten, instituten voor doofstommen, blinden en voogdijkinderen. De lijst is waarschijnlijk nog niet eens volledig, maar het geeft een indruk van het uitgebreide werkterrein van de fraters van Tilburg en andere onderwijscongregaties. Vooral in Noord-Brabant en Limburg, maar ook daarbuiten, hebben deze congregaties van broeders (soms fraters genoemd) en zusters in de 19de en de 20ste eeuw op religieus, maatschappelijk en cultureel gebied onvoorstelbaar veel tot stand gebracht. De tijd was er rijp voor: het ontstaan van de katholieke emancipatiebeweging vanaf ca. 1800, de grondwet van 1848 en het herstel van de kerkelijke hiërarchie in 1853 veroorzaakten een spectaculaire opkomst van talloze religieuze broeder- en zustercongregaties. [Vugt, 1994] En wat betreft de fraters van Tilburg was ook de plaats bevorderlijk voor het stichten van een congregatie: de armoede van de arbeidersbevolking in het vroeg geïndustrialiseerde Tilburg moest iedereen die er oog voor had wel opvallen. Joannes Zwijsen, een energieke pastoor in Tilburg - later aartsbisschop van Utrecht - ontging het in ieder geval niet. De oprichting in 1844 van de 'Congregatie der Fraters van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid' (fig. 1) was een van zijn wapenfeiten ter bestrijding van de armoede in zijn parochie. [N.N., 1894]
 


1. Congregatiebeeldmerk van de Fraters van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid.


De congregatie begon zeer bescheiden: de zorg voor zeven weesjongens was de belangrijkste taak. Dat dit kleine weeshuis zou uitgroeien tot de grootste Nederlandse broedercongregatie met een eerbiedwaardige reputatie op het gebied van onderwijs, pedagogiek en didactiek kon zelfs de visionaire Zwijsen niet bevroeden. In 1844 overheersten bij hem nog vooral onzekerheden: hoe in het bestaan van de congregatie te voorzien, en welk vak moesten de wezen leren? Dat de trappisten in het nabijgelegen Westmalle juist toen een tweedehands druk- en bindapparaat te koop hadden, kan te danken zijn aan Gods voorzienigheid. Het kan ook gewoon toeval zijn. In ieder geval kon Zwijsen zijn plan om een drukkerij te beginnen doorvoeren, en in 1846 zag de 'Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis' het licht. Het leverde bescheiden inkomsten op, de wezen leerden een vak, en kloosters in de omgeving konden hun boeken op een discrete wijze en tegen lage kosten bij het 'RKJW' bestellen. Nadat in 1848 vrijheid van onderwijs in de grondwet was vastgelegd, verscheen in 1850 het eerste door het RKJW uitgegeven boekje voor katholieke lagere scholen. Met dat ene, eenvoudige leesboekje was het eigenlijke werk van de drukkerij annex uitgeverij begonnen.