Omstreeks 1900 was er in de ons omringende landen zeer veel belangstelling voor fraai vormgegeven artikelen passend in de 'Art Nouveau'-stijl. Met name gegoten tinnen artikelen waren populair. Dit laatste is met vreemd, als u zich bedenkt dat bet materiaal tin zich bij uitstek leent voor gieten in de meest grillige vormen en voldoende stijfheid heeft om fraai af te werken. Het is clan ook geen wonder dat er rond 1900 veel fabrieken ontstonden die zich met de lucratieve productie van kunsttinnen artikelen gingen bezig houden. De dadendrang van de toen bestaande ontwerpers en fabrikanten was bijzonder hoog. In Duitsland zijn er zeker een dertigtal te noemen waarbij namen als WMF, Orivit, Osiris en Kayser Zinn de bekendste zijn. Vooral in de omgeving van Krefeld waren zeer goede vaklieden aanwezig. In Nederland moeten we wachten tot 1903. In dat jaar werd in Maastricht de eerste kunsttinfabriek in Nederland opgericht onder de volgende naam:

Urania
Eerste Nederlandse fabriek van kunstvoorwerpen in metaal Maastricht

Blijkens de archieven van de gemeente Maastricht en het 'Adresboek van Maastricht en omstreken' was de fabriek gevestigd op net volgende adres:

Scharnderweg 4, Maastricht (stadsdeel Amby)

De geraadpleegde bronnen noemen ook de adressen Bergerstaat 4 en Scharnderweg 4. Dit hoeft met te wijzen op verhuizingen. Waarschijnlijker is bet dat de verschillende adressen het gevolg zijn van veranderingen van de straatnamen en -nummering. Naast de fabriek aan de Scharnderweg was er een depot dat gevestigd was aan de Spilstraat 25 te Maastricht. Dit depot werd beheerd door de beer H.Lodewick.
 

Ontstaansgeschiedenis
Door de gunstige ligging van Maastricht aan de Maas, de aanwezigheid van kolen voor de energievoorziening en de aanwezigheid van `goed zand', heeft Petrus Regout in 1834 de Sphinx opgericht. Petrus Regout heeft er bovendien voor gezorgd dat er heel veel nevenbedrijven zijn gekomen. Daaronder bevinden zich vele ceramische bedrijven, maar ook bedrijven op bet terrein van de glasproductie. Hierdoor ontstond er rond Maastricht en vlakbij in Duitsland een situatie waarin er voldoende geschoold en industrie-minded personeel voorhanden was. Petrus Regout was naast een buitengewoon gedreven en begaafd man ook een man met een groot gezin. Veel van zijn kinderen waren op een of andere wijze met de bedrijven verbonden. Een van zijn zonen was Hubert E.T. Regout die gehuwd was met Marie M.Th.L. Kersten. Zij woonden in Maastricht en op 26 december 1858 kregen zij een zoon met de naam Hubert Dieudonne Frederik Regout. Blijkens de bronnen waren beide ouders op dat moment zonder beroep. Hubert Dieudonne Frederik Regent, kleinzoon van Petrus Regout, werd ingenieur van beroep. Hij huwde Clara Polis, een vrouw nit een voornaam geslacht in Frankrijk. Op 24 april 1902 richtte hij de NV `Kunstzinn' (= kunsttin) te Maastricht op, waarschijnlijk door bet grote geld dat lokte. Als enige medevennoten werden genoemd de Valkenburgse arts dr. Emile Herman en de werkmeester Karl Watzal, eveneens wonende te Valkenburg.



Op 24 november 1903 richtte Frederik in zijn eentje de: NV `Urania', eerste Nederlandse fabriek van kunst en luxe artikelen in metaal te Maastricht op. De statuten en williging staan gedateerd op 9 november 1903. De vennootschap werd aangegaan voor ca 30 jaar en het aanvangskapitaal was NGL 45.000 verdeeld over 90 aandelen, groot NGL 500 elk. De medevennoten van de eerder opgerichte NV 'Kunstzinn' worden in deze transactie niet genoemd. Zij waren dus geen vennoten meer of Frederik had volmacht gekregen deze stappen te ondernemen. Of zij op een andere manier aan de nv `Urania' deelnamen is met bekend. Er zijn aanwijzingen dat de fabriek al voorr 24 november 1903 onder de naam ‘Amby tin' opereerde. Uit documenten blijkt dat de arbeidsinspectie op 19 maart 1903 toestemming heeft verleend, hoewel de officiële vergunning pas in mei 1904 kwam door het in gebreke blijven om gegevens in te sturen.

Omvang van de fabriek
Over de omvang van de fabriek is weinig tot niets bekend. Gezien bet assortiment aan artikelen, de ingenieuze ontwerpen, de uitvoering en afwerking moet toch gedacht worden aan een fabriek van enige importantie. De huidige maatstaven als norm genomen, zou gedacht kunnen worden aan het volgende:

 Directie
  • Algemeen directeur
  • Technisch directeur of bedrijfsleider
  • Economisch directeur of verkoopleider
  • Administratieve afdeling (2 man)
  • Ontwerp afdeling gevormd door ongeveer 2 hoog gekwalificeerde ontwerpers
  • Modellen- en mallenmakerij voor de vervaardiging van hulp gereedschap (6 man)
  • Tingieterij (3 man)
  • Afwerkerij voor het afbramen en fatsoeneren (12 man)
  • Soldeerderij belast met het samenstellen van componenten (4 man)
  • Polijsterij (8 man)
  • Inpak- en verzendafdeling (2 man)
  • Huishoudelijke dienst voor het schoonmaken, (2 man)

Uitgaande van bovenstaande inschatting zouden er op bet hoogtepunt van de fabriek tussen de 40 en 50 mannen en vrouwen gewerkt kunnen hebben. Het aantal vrouwen zal betrekkelijk gering zijn geweest. In die tijd was het gebruikelijk vrouwen enkel te belasten met administratieve en huishoudelijke taken. Er zullen naar verhouding veel jongeren van net boven de 12 gewerkt hebben vanwege de lagere loonkosten die zij met zich meebrachten. De veronderstelling dat er tussen de 40 en 50 werknemers werkzaam kunnen zijn geweest wil niet zeggen dat het hier om vast personeel gaat dat volledig bij `Urania' in dienst was. Het was namelijk heel gebruikelijk om personeel tijdelijk in te huren voor een korte periode of voor slechts een dag.

De enige feitelijke aanwijzing voor het aantal personeelsleden stamt uit 1908; een jaar dat waarschijnlijk al een moeilijk jaar was voor de fabriek. Uit dat jaar dateert een opgave aan de arbeidsinspectie. Hieruit blijkt dat het totale aantal vaste medewerkers, uitgezonderd het administratieve personeel, bestond uit 2 volwassen mannen, 5 jongens van 12-16 jaar en 1 vrouw van boven de 16 jaar. Het is waarschijnlijk dat het hier om Limburgers uit de omgeving ging, maar het is niet uitgesloten dat het gespecialiseerde personeel uit het nabije Krefeld kwam. Documenten over de periode na 1908 zijn er vrijwel niet. Het enige dat nog gevonden is, is een verkoopfactuur van machines daterend uit 1910.

Gespecialiseerd personeel
In het voorgaande is kort ingegaan op het aantal personeelsleden en hun functie, maar de vakinhoudelijke kant is nog onderbelicht gebleven. Afgaande op de complexe vormen van veel artikelen van 'Urania' moeten zij gemaakt zijn volgens de ‘verloren was methode'. Deze eeuwenoude methode is zonder deskundigheid en ervaring niet uit te voeren. Dit betekent dat er een aantal specialisten bij Urania gewerkt moet hebben. Gelet op de schitterende vormgeving en uitvoering van de voorwerpen zouden de volgende conclusies kunnen worden getrokken:
  • Urania heeft hoog gekwalificeerde ontwerpers in dienst gehad.
  • Urania heeft, zoals dat in die tijd wel meer gebeurde, de ontwerpen gekocht.
  • Urania heeft samengewerkt met andere kunsttinfabrieken.
Daargelaten welke conclusie feitelijk de juiste is, feit blijft dat de ontwerpen aantonen dat de ontwerper(s) goed op de hoogte waren met de stijlkenmerken uit die tijd. De voorwerpen geven dat overduidelijk weer. Naar alle waarschijnlijkheid heeft de bekende Duitse ontwerper Friedrich Adler ook voor Urania gewerkt. Zo is er een opvallende overeenkomst tussen sommige voorwerpen van ‘Urania' en veel voorwerpen die deze ontwerper heeft gemaakt voor Osiris, Orivit en anderen.

Urania voorwerpen: de toegepaste materialen en afwerking
Bij de vervaardiging van de voorwerpen is gebruik gemaakt van tin met een hoog antimoon gehalte (± 6%). Zoals eerder opgemerkt moest het materiaal goed te gieten zijn om de grillige vorm te vullen. Bovendien mochten er geen luchtbellen (zogenaamde gietgallen) ontstaan. Dit betekent dat tin bij uitstek geschikt was. Een tweede eis waaraan het materiaal moest voldoen was dat het hard en stevig was. Om die reden is antimoon aan het tin toegevoegd. Het hoge percentage antimoon gaf niet alleen de gewenste hardheid, maar maakte het ook mogelijk de voorwerpen naar een zilverkleur te polijsten. In Duitsland wordt dit materiaal dan ook `Silber-Zinn' genoemd.

Het is niet bekend bij welke leverancier(s) het ruwe materiaal werd ingekocht. Het kan bij Biliton in Arnhem zijn geweest, maar het ligt meer voor de hand dat bet ruwe materiaal in Krefeld werd gekocht. In Krefeld waren de materialen met die legering namelijk bekend, zodat ze zelf niet aan het mengen behoefden te slaan. Bij de vervaardiging van de Urania voorwerpen werd ook glas en kristal toegepast. Deze materialen werden waarschijnlijk bij een van de fabrieken van de fami¬lie Regout afgenomen. Verder werd er ook wel samengewerkt met anderen zoals Loetz Witwe uit Oostenrijk. Naast de hiervoor genoemde 'Silber-Zinn' voorwerpen heeft Urania ook andere voorwerpen geproduceerd. Het betreft hier in eerste instantie verzilverde en vergulde voorwerpen. Bovendien zijn er enkele vertinde en verzilverde messing voorwerpen bekend.

Urania voorwerpen: het afzetgebied
Voor zover na te gaan is, zijn Urania voorwerpen voornamelijk geëxporteerd naar Duitsland, Engeland en Frankrijk. De afzet in Nederland is niet groot geweest en beperkt gebleven tot de zuidelijke provincies. De huidige situatie wijkt niet veel af van die tussen 1903 en 1910. In Duitsland, Engeland en Frankrijk is Urania momenteel een begeerd collectors item dat gelijk staat met verwante merken als WMF, Orivit en Osiris. In Nederland is Urania tot nu toe nog niet doorgebroken.

© Trix Kwint Kunst en Antiek


 Eerste Nederlandse fabriek van kunstvoorwerpen in metaal Urania Maastricht 1903-1910
Jan C. G. Kwint, Pub. 2002, 124p, f/c & z/w illu.
ISBN 90 74265 47 2