Koningsschild
Joannes Bynen, Koning te Eersel 168....Een karakteristiek beroep van het Brabantse platteland was dat van molenaar. Het waren dikwijls welvarende mensen die het gilde een mooi schild konden aanbieden. Vrijwel altijd is daarop de molen afgebeeld waarmee ze hun geld verdienden. Een heel mooi voorbeeld is het schild van Johannes Verheijen die in 1786 koning werd in Valkenswaard. De standaardmolen is er met veel details afgebeeld. Klompenmakers maken ook deel uit van het agrarische wereldje.
Koningsschild
Cornelius Bresfers Timmerman Boog en Pijlemaker Koopman in Honing & Was
Koning van St. Sebastiaans Gild te Tilburg
Anno 1...68Ook andere ambachten komen we frequent tegen. Timmerlieden en smeden ontbraken in vrijwel geen enkele plaats en er zijn diverse koningsschilden waarop de attributen van hun werk te zien zijn. Het schild van meester-timmerman Adriaen Hertroeys uit Valkenswaard laat een werkbank zien met een hele verzameling timmergereedschap. De schilden van wevers zijn herkenbaar aan de typisch gevormde schietspoelen, soms aan afbeeldingen van weefgetouwen of aan een afbeelding van de heilige Severus, de beschermheilige van deze beroepsgroep.
Vanaf de tweede helft van de 17de eeuw verdienden veel Brabanders hun geld als voerlui, die op vaste trajecten hun ritten maakten, meestal met een huifkar. Het ging zowel om de verbindingen tussen de noordelijke en Zuidelijke Nederlanden als om transportdiensten tussen de Brabantse steden onderling.
En dan waren er natuurlijk nog de traditionele beroepen als slagers en bakkers die van alle tijden zijn. Schoenmakers vinden we vooral in Midden-Brabant. Dat blijkt al wanneer de patroonheilige van de schoenmakers, Sint Crispijn, ook de beschermheilige van het gilde is. Behalve deze heilige zien we op de koningsschilden ook veelvuldig schoenmakers aan het werk. Ook pastoors en schoolmeesters konden koning worden. De attributen die bij hun vak horen maken dan ook deel uit van de motieven op de schilden.
In de wat grotere dorpen of vlekken waren kooplieden actief. Dikwijls ging het om handelaren in textiel. Ze lieten zich afbeelden met lappen stof in de hand, achter een toonbank. Een mooi voorbeeld is het schild van Paulus Reymakers die in 1729 koning werd in het Barabaragilde van Geldrop. In Zuid-Oost Brabant kennen we het verschijnsel van de teuten die onder meer in koper en mensenhaar handelden. Het Gilde van Catharina en Barbara uit Eersel bezit nog een schild van zo’n haarteut. En dan heb je nog de uitbaters van cafés die hun werk zo nu en dan combineerden met een ander beroep, zoals dat van begrafenisondernemer.
Koningsschild
Hendric Schaapsmeeders Koning Van De Hand Bogh van St Sebastian Gilde 1761 tot Tilborg