Categories
- 20th-century Decorative Art
- Arms and Armour
- Books, Manuscripts and Maps
- Classical Antiquities, Coins and Medals
- Clocks, Barometers and instruments
- Furniture
- Jewellery, Snuff Boxes and Miniatures
- Medieval art
- Modern Art
- Oriental and Asian Art
- Paintings, Drawings and Prints
- Porcelain, Ceramics and Glass
- Photography
- Tribal and Pre-Columbian Art
- Sculptures
- Silver
- Textiles, Carpets and Tapestries
- Works of Art
- News
- Blogs
- Books
Quick Search
Thumbs up for ......
Beidt uw tijd, duur uw uur

Uren, dagen, jaren, eeuwen, millennia vliegen als een schaduw heen. Duizend jaar geleden dacht men dat de wereld zou vergaan. De tweede christelijke millenniumwisseling is ook aanleiding geweest voor sombere, apocalyptische voorspellingen. Niet dat Gods toorn steden zou verpulveren, maar dat de boel in het honderd zou lopen omdat de computers de nieuwe datum niet konden verwerken. De angst dat de mens iets maakt waar hij geen vat op heeft en waar het hele mensdom voor moet boeten, zit er nog altijd diep in.
Duizend jaar geleden leefde men niet met de klok; met de kalender was al snel genoeg. In de 'Très riches heures du Duc de Berry' uit 1400 verstrijken niet de uren, maar de maanden. Duizend jaar later zijn kwartshorloges niet precies genoeg en moet de geringste, met een microscopisch oog nog niet waarneembare afwijking digitaal worden gecorrigeerd. Toch zijn we nog net zo bang voor de tijd. Een Romeinse waterklok of een digitaal horloge: ze dienen allebei om de tijd te vangen en zijn allebei bewijs dat dat niet kan. Maar hoeveel schitterende pogingen zijn er niet gedaan om de vierde dimensie in een doosje te doen? In het nutteloos streven kent men de mens.
Tot en met de middeleeuwen gebruikt de Europeaan voornamelijk zonnewijzers om de tijd af te lezen, in plaats de volumineuze en kwetsbare wateruurwerken. Vanaf zo'n jaar of 1500 raken mechanische uurwerken in zwang, zodat heksen ook weten wanneer het middernacht is en de Engelsen bij laaghangende bewolking hun thee kunnen gebruiken om klokke vijf. Deze constructies voldoen echter nog niet aan de hoogste eisen van betrouwbaarheid, zodat zonnewijzers nog een paar eeuwen in zwang blijven om de klokken te controleren. Rond 1800 werken de mechanische uurwerken zo goed dat dat niet langer nodig is en wordt de rol van de ouwe, trouwe zonnewijzer gereduceerd tot een louter decoratieve. Wel kunnen op meer uitgebreide wijzers allerlei astronomische gegevens afgelezen worden, maar doorgaans vormen ze een speels, 'romantisch' element in de tuin of tegen de gevel.
Uurwerken worden echter ook niet alleen maar gemaakt om de tijd aan af te lezen. Vooral als de klok voor een hooggeplaatste opdrachtgever is vervaardigd, valt de functie in het niet bij de vorm. De gouden klok die de Engelsman Robert Allam maakte voor de Chinese keizer rond 1760, is eerder een schatkist dan een pendule. De kast heeft drie pagodedaken, waarvan de bovenste opengeklapt kan worden. Al het metaal, aan buiten- en binnenkant, is goud, met uitzondering van het uurwerk. De kast is bezet met 125 smaragden, 109 robijnen en 374 diamanten. Achter het deurtje bevinden zich nog gouden laatjes, twee flesjes en een gouden beker. Het geheel is slechts 21 centimeter hoog.
Naarmate de wereld georganiseerd wordt en tijd kostbaarder, mensen in steden leven waar haan noch zon de tijd meedelen, neemt het aantal klokken per mens toe. De hoogtijdagen van het opwindbare uurwerk vallen samen met de empirestijl in Europa. Hoewel in de zeventiende en achttiende eeuw de meest schitterende hang- en staklokken zijn gemaakt, wordt de markt na 1800 overspoeld met pendules. In de regel zijn deze schoorsteenstukken van vuurverguld brons, ingepast in een aan de Grieks-Romeinse mythologie ontleende voorstelling en vervaardigd in Parijs. Vaak horen er twee kandelabers bij, met de opzet die aan weerszijden op de schouw te plaatsen.
Hoe fraai ze ook gemaakt zijn, van deze empire-klokken zijn er onevenredig veel in omloop. Zeldzamer zijn pendules in de vorm van Etruskische vazen en Egyptische tempels. Een bijzonder mooi exemplaar is de pendule 'Denderah', gemaakt rond 1806 in Parijs met een uurwerk van Lépine. De kast is vrij natuurgetrouwe miniatuur van de Hathortempel in Dendera, zoals die is getekend door Vivant Denon in zijn boek 'Description de l'Egypte' uit 1802. De klok is deels van vuurverguld en geciseleerd brons, maar de wanden van de 'tempel' zijn van plaatijzer, gepatineerd om het effect van porfier te verkrijgen.
De 'Denderah' is een unicum, rustend in een particuliere verzameling. In de negentiende eeuw gingen ook de klokken gemassafabriceerd worden, maar het handwerk bleef op bijzonder hoog niveau. Voor individuele opdrachtgevers paarden klokkenmakers mechanische precisie aan een gesoigneerde dan wel spectaculaire vorm. Een simpel, strak ontwerp dat het tegenwoordig ook heel goed zou doen, is het gouden zakhorloge dat in 1802 is gemaakt voor de Duc de Chartres, de latere burgerkoning Louis Philippe van Frankrijk. Vanwege zijn reactionaire overtuigingen moet hij het revolutionaire Frankrijk verlaten, en na veel omzwervingen komt hij in Engeland terecht. Daar koopt hij het horloge, gegraveerd met het wapen van de hertog van Chartres. Louis Philippe is koning van 1830 tot 1848, waarna hij weer in ballingschap gaat in Engeland. Daarvoor is het fraaie portret geschilderd door Franz Xaver Winterhalter, de meest gecelebreerde vorstenschilder van de negentiende eeuw. Na de val van de burgerkoning schildert hij onbekommerd de portretten van keizer Napoleon III en diens hofhouding.
Zelfs voor de gekroonde hoofden geldt dat ze bij de tijd moeten zijn en dat is inzonderlijk het geval in de negentiende eeuw, als vele monarchieën constitutioneel worden. Terwijl voor burgerlijk uurwerk de verhouding tussen wijzerplaat en kast steeds meer in het voordeel van de eerste uitvalt, zijn klokken voor de gezalfden eerder kunstwerkjes, waarvan het praktisch nut zoveel mogelijk op de achtergrond is gedrongen. Hoe absolutistischer en hoe verder verwijderd van de alledaagse werkelijkheid, hoe kunstiger de uurwerken verpakt zijn.
De bekendste voorbeelden van nutteloze cadeautjes voor autocraten zijn de zilveren pièce-de-milieus die de verbannen keizer Wilhelm II elk jaar kreeg van zijn officieren (nu in Huize Doorn) en de fabelachtige eieren die Carl Fabergé fabriekte voor de tsaar. Fabergé maakte ook klokken: een van de meest spectaculaire maakte hij in opdracht van 32 leden van de keizerlijke familie (hun namen staan allemaal in de achterplaat gegraveerd) als geschenk aan Alexander III en tsarina Maria Feodorovna voor hun zilveren huwelijk in 1891. Op een groene onyx sokkel spelen 25 zilveren putto's evenveel zilveren muziekinstrumenten. Op de onyx wijzerplaat tikken diamanten wijzers langs diamanten cijfers. Het is Fabergé's grootste opdracht van het hof van Alexander III en kostte 18.585 roebel.
We zijn intussen in de twintigste eeuw aanbeland. Gekroonde hoofden laten zich verblijden met nutteloze uurwerken, terwijl de burgerij massaal nutteloze zonnewijzers aanschaft. De bekende huis-, tuin- en keukenzonnewijzers, de metalen met de vele hoepels die het zo goed doen tussen afrikaantjes en viooltjes, zijn equatoriale zonnewijzers van het type 'sphaera armillaris gnomonica', zegt u maar armillosfeer: armilla betekent hoepel en sfeer is bol. De vorm is afgeleid van die van de hoepelbol of astrolabium, een verstelbaar navigatie-instrument dat al in de oudheid werd gebruikt, maar in onze eeuw alleen nog in het Midden-Oosten om de precieze gebedstijden aan af te lezen: God wacht niet, en van Europese uurwerken hadden ze tot voor betrekkelijk kort geen hoge pet op.
Een uitzondering op de regel is de laatste pasja van Marrakesj, Haj Thami El Mezouari El Glaoui. Deze vertegenwoordiger, eigenlijk gouverneur, van de Sultan van Marokko beleefde aangename tijden in Marokko en was onder anderen bevriend met Winston Churchill. In Parijs vatte hij een bijzondere liefde op voor de horloges van de firma Cartier. Een van Cartiers beroemdste unica is een rechthoekig gouden polshorloge, speciaal vervaardigd voor de Pasja in 1931, gedecoreerd met blauwe en groene Moorse motieven in email. In 1985 lanceerde Cartier het 'Pasha' horloge, als herinnering aan die gouden tijd. Maar Haj Thami was in 1955 al verbannen door zijn Sultan, die in 1957 koning werd van een onafhankelijk Marokko.
De enige adel die er nog toe doet is die van Hollywood: snel, mateloos populair, bijzonder machtig en met een maximale houdbaarheid van een decennium. Sinds de jaren twintig leven diva's en jeune premiers een leven in de heuvels rond Los Angeles dat in alle opzichten is afgekeken van de gepriviligieerde klasse in het Europa van weleer. In opzichtige villa's vol antiek, met overdreven veel paardekrachten voor de deur en gehuld in zoveel nerts en juwelen als de benen dragen kunnen. Een klok is voor een filmster van het grootste belang: de secondewijzer houdt de tanende populariteit bij.
De associatie van een voorwerp met een bekende naam is voldoende om prijzen van zes cijfers voor de komma te verkrijgen: de trend in 'celebrity memorabilia' neemt absurde vormen aan, zoals veilingen van de spulletjes van Jackie Kennedy, Marilyn Monroe en Elvis Presley hebben laten zien. Een Zwitsers veilinghuis hield begin dit jaar een liefdadigheidsveiling van klokken en horloges van beroemde mensen. Vrijwel alle beroemdheden hadden hun sporen verdiend in de Amerikaanse amusementsindustrie. En toevallig brachten ze allemaal een Zwitsers uurwerk in. In sommige gevallen uit hun persoonlijk bezit, meestal 'geschonken' door een klokkenmaker en ter beschikking van een liefdadig doel gesteld. Hoewel alle stukken waren voorzien van een inscriptie met de naam van de beroemdheid en van een authenticiteitscertificaat, is het twijfelachtig of de film- of televisiester in kwestie het uurwerk ooit in handen heeft gehad. Een uitzondering is Bob Hope, die zijn 'Rood, wit en blauw'-horloge doneerde. De wijzerplaat is versierd met de Amerikaanse vlag en de tekst 'America Time'. Volgens het bijgaande briefje droeg de oudste grappenmaker uit het vak zelden horloges: er was altijd wel iemand in de buurt die wist hoe laat het was. Desalniettemin verzamelt hij horloges.
Hope slaat de spijker op zijn kop: een klok is een sieraad dat een illusie bevat. Hoe nauwkeuriger we de tijd kunnen meten, des te meer ze ons ontsnapt. Sinds de uitvinding van de secondewijzer is de tijd alleen maar sneller gegaan. Al een paar jaar wordt Amsterdam ontsierd door een electronische klok die de seconden aftelt tot het jaar 2000, het laatste jaar van deze eeuw. Wat is nuttelozer dan de tijd terugtellen?
Origine 6, 1999
- 24-4-2008
Was it of interest? Why not share it with others!












