Categories
- 20th-century Decorative Art
- Arms and Armour
- Books, Manuscripts and Maps
- Classical Antiquities, Coins and Medals
- Clocks, Barometers and instruments
- Furniture
- Jewellery, Snuff Boxes and Miniatures
- Medieval art
- Modern Art
- Oriental and Asian Art
- Paintings, Drawings and Prints
- Porcelain, Ceramics and Glass
- Photography
- Tribal and Pre-Columbian Art
- Sculptures
- Silver
- Textiles, Carpets and Tapestries
- Works of Art
- News
- Blogs
- Books
Quick Search
Thumbs up for ......
Chris Lanooy
- 11-3-2010
|
|
In Epe hebben vele kunstenaars gewoond en één van de bekendste is wel Chris Lanooy geweest, die voornamelijk werkzaam was als pottenbakker, maar daarnaast tevens kunstschilder, glazenier en ontwerper van glas, behang en textiel (o.a. damast) was. Hij heeft bijna 30 jaar in Epe aan de Heerderweg (nu nr. 30) in huize “Hedda” gewoond.
Oorspronkelijk was hij afkomstig uit Zeeland, hij werd daar op 16 maart 1880 geboren als Christiaan Johannes, in St. Annaland op het eiland Tholen. Zijn vader en grootvader waren allebei smid. Jammer genoeg liep de smederij van zijn vader niet zo goed: de klanten uit de omgeving bleven weg, mogelijk omdat hij een slechte kerkganger was. Toen er een baan als hoefsmid beschikbaar kwam bij de Haagse Tram Maatschappij besloot Lanooy’s vader deze kans te grijpen. In 1889 vertrok het kinderrijke gezin (10 kinderen) naar Den Haag.
Chris kon goed tekenen en na zijn schoolopleiding trad hij in 1896 als leerling-schilder in dienst bij de Haagse Plateelbakkerij Rozenburg. Hij was verplicht om ’s avonds lessen tekenen te volgen aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij werd een rappe, handige schilder met veel tempo, dit was van belang bij Rozenburg, omdat daar met stukloon werd gewerkt: hoe meer hij schilderde, des te meer hij verdiende.
In oktober 1897 heeft hij zijn baan opgezegd bij Rozenburg, want het was voor hem te beperkt om alleen decorateur te zijn. Toen is hij bij enkele bedrijfjes en bij verschillende kunstenaars als decoratieschilder aan de slag gegaan. In 1898 werd hij schilder bij plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda.
Het pottendraaien heeft hij geleerd bij een bloempottendraaier in Gouda. Ook schotels leerde hij draaien en daarnaast begon hij te experimenteren met glazuren. Hij gebruikte hiervoor allerlei verschillende grondstoffen, zoals afroomsels van een tinnegieterij en kopervijlsel.
Vanaf 1902 had hij de beschikking over een eigen atelier met oven, aan de Kleiweg in Gouda en ook in Scheveningen had hij een werkplaats.
In 1906 trad hij in dienst bij de aardewerkfabriek Haga in Purmerend, waar hij met twee anderen de artistieke leiding had. In deze periode kon hij zich verder toeleggen op andere aspecten van de keramische productie, zo beheerste hij ook vrij snel moeilijke technieken als het aanbrengen van lusterglazuur.
Van 1907 tot 1920 had hij met enkele medewerkers een fabriekje in Gouda, waar ook veel gebruiksaardewerk gemaakt werd om het hoofd boven het water te houden. Daarnaast vervaardigde hij zelf kunstaardewerk, waarbij hij de eerste series voorwerpen met monochrome of coloristisch vloeiende glazuren zonder figuratieve decoraties maakte.
Voorheen werden de thema’s voor zijn decoraties vooral ontleend aan de Oosterschelde en de oosterse keramiek:

vele soorten vissen, kwallen, zeeanemonen, wieren en verschillende schelpdieren, maar ook vlinders, wantsen, wespen, kikkers, draken, boomtakken en bloemmotieven, al dan niet in gestileerde vorm. Op de afbeelding zien we een voorbeeld van dergelijk werk van Lanooy, in dit geval een schilderij dat in het gemeentehuis in Epe hangt.
Zijn leerling Frans Slot heeft over deze ontwikkeling geschreven:
”In die tijd was Chris Lanooy een van de eerste pottenbakkers, die de decoratie vaarwel ging zeggen en overstapte op de monochromen (d.w.z. effecten in glazuren of enkelkleurbehandeling). Deze bestonden in China en Japan al lang, maar waren voor ons land iets nieuws en het werd dan ook een moeilijke tijd. Toch heeft hij het pleit gewonnen, want sindsdien is de gedecoreerde vaas steeds minder in trek gekomen. Stelt u zich voor een vaas met bloemmotieven beschilderd en nog eens bloemen er in! Zo was de gedachtengang van Lanooy!”

Lanooy bezocht diverse tentoonstellingen,o.a.over Japanse kunst, maar ook over Franse pottenbakkers. In Frankrijk hadden zich rond 1880 nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. Hier ontstond het begrip “artiste céramiste’ oftewel kunstpottenbakker.Deze pottenbakkers beschouwden zichzelf niet langer als ambachtslieden, maar als kunstenaars. Zij zochten hun inspiratiebronnen vooral in de Aziatische keramiek. Ook Lanooy heeft deze ontwikkeling van decoratieschilder naar kunstpottenbakker doorgemaakt.
In 1907 is Chris Lanooy getrouwd met Johanna Elizabeth Schuitemaker, ‘Belly’, met wie hij 5 kinderen heeft gekregen:Lotty geboren in 1908, Cees in 1909; Betty in 1911, Rudi in 1914 en in 1919 zoontje Hedda, dat in februari 1920 overleden is, drie maanden oud.
Omdat Elizabeth een goede verkoopster was, verhuisden ze naar de Wachtelstraat in Gouda, waar ze een grotere werkplaats en winkel hadden.
Toch heeft Lanooy, ondanks deze goede voorzieningen, besloten om uit Gouda weg te gaan en naar Epe te verhuizen. De drassige omgeving van Gouda was ongezond voor zijn kinderen, zijn dochter Lotty had malaria en Hedda, het jongste kind, had kinkhoest gekregen en was daaraan overleden. De hoger gelegen Veluwe was daarom beter geschikt.
In 1931 heeft Lanooy in het tijdschrift ‘Ons Nederland’ een stukje over Epe geschreven:”De gezonde lucht dankt Epe aan de bosschen en de hooge ligging: tusschen 2 en 21 M. boven A.P. Voor de weersgesteldheid ligt Epe ook zeer gunstig, b.v. met onweder. De meeste buien trekken langs den IJsseldijk of hoogen heuvelrug weg, zoodat Epe dikwijls voor zware buien gespaard blijft. Doordat er weinig stilliggende plassen zijn, heeft Epe geen last van de krankheden der lagere provincie-polders als malaria e.d. Daarom kan men met recht spreken van extra gezonde lucht. Daarom heeft schrijver dezes zich er elf jaar geleden voor goed gevestigd en nog altijd kan hij niets dan goeds van Epe zeggen. Het sterkste bewijs hoe gezond Epe is, is het feit dat menige professor of dokter zich er een landhuisje laat zetten om er de vacantie door te brengen met vrouw en kinderen.”
Het lot was hem gunstig gezind, want hij kon zijn hele collectie kunstaardewerk voor een hoge prijs verkopen aan een vermogende Amerikaan.
Na de verkoop van zijn pand aan de Wachtelstraat kocht hij even buiten Epe, aan de Heerderweg een villa met een groot perceel grond van enkele hectaren. Deze villa gaf hij de naam “Huize Hedda” naar zijn gestorven zoontje. Ondanks zijn financiële meevallers had hij zich voor deze aankoop zodanig in de schulden gestoken, dat hij besloot om de eerste jaren het huis te verhuren en in een houten schuur op het terrein te gaan wonen. Op het grondstuk stonden ook nog een timmerfabriekje en een houten loods. De overgenomen gereedschappen in het timmerfabriekje kwamen hem goed van pas. Voor zijn schoonmoeder bouwde hij een huis in een hoek van het terrein en noemde het “De eekhoorn”. Hij bouwde ook zelf zijn eigen werkplaatsen en had zodoende de beschikking over verschillende ovens met twee schoorstenen. Een van de ovens had vier vuurgaten, die zeer hoog gestookt kon worden. Tevens waren er een gipsruimte, enkele glazuur- en draaikamers en een plaats om klei te mengen.
Ook had hij een tentoonstellingsruimte voor zijn werk.

Lanooy aan het werk
Related Links
Email to Friend
Fill in the form below to send this article to a friend:
|
|






