De Oostfriesche Keurkamers Tijdens Het Koninkrijk Holland - Een geschiedenis van protest en onderhandeling

Armoe troef
In november 1809 wendde de keurkamer in Norden zich tot Poelman met een zeer opmerkelijk verzoek. De armoede onder de werkmeesters in Norden zou zo groot zijn dat de meesten naast het smeden nog een ander baantje hadden.

Vanwege deze armoede viel de verplichting tot de aanschaf van toetsnaalden erg zwaar. Als oplossing voor de situatie wilden de keurmeesters de toetsnaalden in tweeën kloven, zodat ze goedkoper zouden zijn. Poelman wees deze oplossing van de hand. Hij was van mening dat de toetsnaalden van 1 engels (ca 1,5 gram) voor goud en 1 once (ca 31 gram) voor zilver best betaalbaar waren en dat splijting alleen maar kon leiden tot verwarring. Deze afwijzing leidde er toe dat zes werkmeesters opgaven het werken 6f in goud 6f in zilver te staken. Eén werkmeester staakte zijn werkzaamheden in het geheel.

Waarschijnlijk was deze neerlegging van de werkzaamheden slechts formeel en boden de werkmeesters elkaars werk ter keuring aan. Enkelen van de teruggetrokken werkmeesters werden na de Franse periode (na 1813) wederom actief als goud- én zilversmid. Niet alleen in Norden maar ook in Leer staakten enkele werkmeesters hun activiteiten omdat zij niet in staat waren de benodigde toetsnaalden aan te schaffen.


Afb. 3 Avondmaalskan.
Zilver. Merken: Norden (1809-1812), meesterteken Brams (Carl Ludwig Braams), gehalte 10, jaarletter d (1811-1812). Hoogte 35 cm. De kan staat op een vierkante voet en is voorzien van een hoekig houten handvat. De kan wordt versierd door een bolvormig deksel met daarop een bol. Gravering: H.C. Schwers Anno 1812. Huidige verblijfplaats onbekend (Foto: Ostfriesische Landschaft, Aurich).



Lödig zilver
Tot aan de annexatie van Oost-Friesland waren de zilversmeden gewoon werken te maken van 8 en 9 lödig (550‰ resp. 563‰). Door de invoering van de Hollandse wet werden zij verplicht zilver met een gehalte van 10 penningen (833%0) te maken. Vanwege de concurrentie uit de buurlanden Minster en Oldenburg, waar het lagere zilvergehalte nog wel was toegestaan, verzochten de werkmeesters in Leer zilver van laag allooi te mogen blijven maken. Zo zou voorkomen worden dat particulieren hun zilver uit het buitenland zouden halen en het rijk belasting zou mislopen. De zilversmeden zouden dan het door hen gemaakte zilver van laag allooi bij de keurkamer aanbieden als reeds vervaardigde werken en er als zodanig belasting over betalen. De minister kon zich echter in het geheel niet vinden in dit plan en wees het verzoek van de hand.

Het lödig zilver bleef voor problemen zorgen. Zo wilde een keurmeester in Leer van Poelman weten of oud Oldenburgs en Minsters zilver wèl of niet met de gekroonde B moest worden gestempeld. De keurmeester was van mening dat vanwege het te lage zilvergehalte de betreffende werken niet onder de wet van 11 maart 1807 vielen. Zijn collega's en de keurkamer in Emden vonden echter dat de werken wel degelijk als zilver behandeld dienden te worden en aan de belasting onderhevig waren. Poelman verwees naar de wet van 11 maart 1807, en legde deze als volgt uit: de gekroonde 0, B en V zeggen niets over het gehalte, maar alleen of de belasting is voldaan. Dus diende het lödig zilver gestempeld te worden met de gekroonde B voor oude werken en met de gekroonde V voor vreemde (= buitenlandse) werken.


Afb. 4 Kelk.
Zilver. Merken: Esens (1810-1812), meesterteken GHR (Gottfried Heinrich Ronstadt).
Hoogte 19 cm, φ 11 cm. Gladde kelk zonder graveringen. De kelk werd in 1811 door de kerk gekocht voor 35 reichstahler, ter vervanging van de kelk die in hetzelfde jaar gestolen werd.
Collectie: Evangelisch Lutherse Gemeente Leerhafe.





Een keurkamer erbij
Op 20 april 1809 ontving de minister van Financiën een verzoek van de goud- en zilversmeden in Esens om aldaar een keurkamer te mogen oprichten. Ter motivatie droegen zij aan dat Jever vanuit Esens slecht bereikbaar was: `... een afstand van twaalf poststations over een slechte weg.' Poelman verwachtte dat de koning zou instemmen met de oprichting van een keurkamer in Esens en ontwierp alvast een keurkamerteken. De minister wees echter de instelling van nog een keurkamer in Oost-Friesland af, omdat hij mutaties in het aantal keurkamers bij aanvang van het kalenderjaar wilde doorvoeren. De oprichting van een keurkamer zou in heroverweging genomen worden als daar aan het eind van 1809 aanleiding toe zou zijn. De goud- en zilversmeden in Esens zorgden gedurende het jaar voor voldoende aanleiding. Zo weigerden zij hun meesterteken te laten slaan op de insculpatieplaat op de keurkamer van Jever. Dit had tot gevolg dat deze keurkamer niet in staat was om een volledige plaat naar Den Haag te sturen. Daarnaast weigerden de werkmeesters en kasthouders in Esens hun voorraden te laten stempelen met de gekroonde O. Nadat zij in december 1809 gevisiteerd waren, verzochten zij hun werken alsnog met de gekroonde B te mogen laten stempelen, zonder daarvoor te hoeven betalen. De minister weigerde aan dit verzoek te voldoen, omdat hij van mening was dat de goud- en zilversmeden zelf schuld hadden aan het niet laten stempelen in de voorgeschreven periode.

In het voorjaar van 1810 herinnerde het gilde in Esens de minister aan zijn voornemen de oprichting van een keurkamer te heroverwegen. De minister kwam zijn belofte na en 26 april 1810 besloot hij tot de oprichting van de keurkamer. Er werden drie keurmeesters en twee
plaatsvervangend-keurmeesters benoemd en een keurkamerteken toegewezen. Het keurkamerteken dat Poelman aan Esens toewees, blijkt het teken voor de nooit geopende keurkamer van Purmerend te zijn. Dit stempel was al in 1807 gesneden en lag waarschijnlijk nog bij Poelman in de kast.

De keurkamer in Esens begon met zijn werkzaamheden in mei 1810. Onder de keurkamer van Esens kwamen de werkmeesters in het gelijknamige arrondissement, waaronder ook de werkmeesters in Wittmund en Carolinesiel.


Afb. 5 Theezeef.
Zilver. Merken: Norden (1809-1812), gehalte 10, jaarletter e (1810), meesterteken ontbreekt. Lengte 4,3 cm, ø 3,4 cm. Tuitzeef aan een hengsel, voorzien van een splitpen. Collectie : Heimatmuseum, Leer.




Email to Friend

Fill in the form below to send this article to a friend:

Email to Friend
* Your Name:
* Your Email:
* Friend's Name:
* Friend's Email:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image
* Message:

Comments (0)

Post a Comment (showhide)
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:


Bookmark and Share




List of Authors


JQuery PowerPoint