De Schoolkaart van Insulinde van R. Schuiling: Een overzicht van de Indische kartografie in 1898 op vijf m²

In 1889 beweert de auteur van het eerste uitvoerige handboek van de geografie van Nederlands Oost-Indië, getiteld 'Nederland tusschen de Tropen', in het voorbericht: "Naar ik mij vlei, heb ik van al de belangrijkste bijdragen tot de geographie onzer koloniën gebruik gemaakt." Een gezonde dosis wantrouwen lijkt hier op zijn plaats, maar in dit geval kunnen we de auteur, namelijk Roelof Schuiling, wel geloven. De naam Schuiling zou later, in de twintigste eeuw, een bijna legendarisch begrip worden: 'Altmeister', 'Maestro', 'Nestor der Nederlandsche Geografen' [1] of gewoon, wat minder hoogdravend, 'de stoere Drent'. In dit artikel zal worden aangetoond dat het genoemde citaat, met 'geographie' vervangen door 'kartographie', ook van toepassing is op de in 1898 door Schuiling vervaardigde 'Schoolkaart van Insulinde'. Deze groot formaat wandkaart geeft in één oogopslag een vrij compleet overzicht van de Indische kartografie vlak voor het einde van de 19de eeuw.

Wereld aan de Wand

Zo er al in de 19de eeuw een jansaliegeest heeft rondgewaard in Nederlands Oost-Indië, dan toch zeker niet meer in de jaren '80 en '90 van die eeuw. Men hoeft daarvoor slechts te denken aan in die tijd spelende zaken als het einde van de onthoudingspolitiek [2] en de nationalistische opleving, de aanleg van spoor- en tramwegen en de winning van steenkolen en petroleum, de militaire en geografische expedities en de tot de verbeelding sprekende ontdekkingsreizen, de triangulatie van Sumatra en het planten der Nederlandse vlag op 141° oosterlengte. In 1898 viel het echter niet mee om deze en andere recente ontwikkelingen ook in de kaarten van Nederlands Indië terug te vinden. De voorloper van de 'Atlas van Tropisch Nederland' (1938), de bekende atlas van Stemfoort en Ten Siethoff (1883-1885), was sterk verouderd, terwijl de tweede druk pas in 1907 compleet verkrijgbaar was. Afgezien van Java waren van grote delen van de archipel nog geen topografische kaarten beschikbaar. De zeekaarten van het 'Hydrographisch Bureau' werden regelmatig bijgewerkt maar gaven toch vooral kustlijnen en zeediepten. Volks- en schoolatlassen van bijvoorbeeld Van Gelder, Havenga, Pijnappel, Versteeg en (P.H.) Witkamp waren doorgaans niet gedetailleerd en niet erg nauwkeurig. Onder de atlassen was in 1898 wellicht de vierde druk van de gedetailleerde atlas van Dornseiffen een goede keus, hoewel deze toch ook al weer vier jaar oud was. Zouden we geen verbrokkeling willen van het kaartbeeld in atlassen, en Nederlands Indië op een grote kaart afgebeeld willen zien, dan is het aanbod nog beperkter. [3] De tweede druk van de schoolwandkaart van (P.R.) Bos, Rijkens en Van Gelder (1890) en de (wand)kaarten van Kan (1892) en (H. Ph. Th.) Witkamp (1893) ontberen alle drie de vele kleine en grote aanpassingen van het kaartbeeld die in de loop van de jaren '90 nodig bleken te zijn. De 'Schoolkaart van Insulinde' van Schuiling kwam in 1898 eigenlijk als geroepen. In een recensie van deze kaart was de schoolgeograaf Niermeyer ook deze mening toegedaan: "[Er] bestonden thans alleen zeer verouderde wandkaarten. Zoo is deze kaart een ware uitkomst." [4]
 

1. Portret van R. Schuiling uit het gedenkboek bij zijn 70ste verjaardag. [5]



SCHUILINGSCHE ARBEIT

De loopbaan van Schuiling (1854-1936; zie afbeelding 1) doet denken aan een Hollywood-filmscenario: een boerenzoon uit het Drentse Annen werkte zich grotendeels door zelfstudie op tot leraar aan de Rijkskweekschool in Deventer en vervolgens tot een van de vormgevers van de geografische wetenschap in Nederland. [5] Hij publiceerde een duizelingwekkend aantal aardrijkskundige leerboeken, atlassen [6], schoolplaten en wandkaarten bij vier uitgeverijen: Noordhoff, Thieme, Tijl en Ten Brink, alsof hij aan een of twee uitgevers niet genoeg had. Schuiling is vooral bekend geworden door als eerste het beginsel van de 'natuurlijke landschappen' toe te passen: "De aard van den bodem moet grondslag en uitgangspunt zijn voor alle geographische beschouwingen." [7] Dit beginsel heeft hij zeer consequent toegepast onder meer in 'Aardrijkskunde van Nederland' (1884), in 'Nederland tusschen de Tropen' (1889) en op de gehele aarde in 'Beknopt leerboek der Aardrijkskunde' (1894). Staatkundige grenzen werden daarbij ondergeschikt gemaakt aan de grenzen van de landschappen, en er is veel aandacht voor de geologie, ook die van de jongste tijdvakken. Zijn methode vond veel weerklank in de geografische wereld van die tijd, "wiewohl es die nicht leichte Konkurrenz mit den Beekmanschen und Blinkschen Arbeiten auszuhalten hatte." [8] Ondanks Schuilings fysisch-geografische oriëntering bleek hij op latere leeftijd toch ook open te staan voor de nieuwe denkbeelden van de economische geografie. Een streven naar volledigheid is een ander kenmerk van het werk van Schuiling. Beknoptere versies van genoemde leerboeken bleken dan ook nodig om gebruikers op scholen niet af te schrikken. De kroon op zijn levenswerk 'Aardrijkskunde van Nederland' kon echter ongestoord uitgroeien tot een geografische encyclopedie, kortweg 'Nederland' getiteld (zesde druk, 1934-1936), in twee delen met 1900 pagina's, 400 figuren en maar liefst 100 kaarten. Opmerkelijk is verder dat Schuiling (net zoals de kamergeleerden P.J. Veth en C.M. Kan) nooit in Nederlands Indië is geweest, en toch, gezien zijn leerboeken, artikelen en kaarten op dit gebied, als een Indiëkenner beschouwd kan worden. Originele ideeën over geografie en het onderwijs daarin, een streven naar volledigheid en veel kennis van Indië: de ingrediënten voor een grootse wandkaart van Nederlands Oost-Indië waren aanwezig.


  • 13-1-2010

Comments (0)

Post a Comment
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:

Was it of interest?  Why not share it with others!



List of Authors