De schoonste schijn - Venetiaanse kunst van de 18de eeuw

We leven in een wereld waarin geld, veel geld mensen plotseling een aanzien geeft, dat vroeger alleen vorsten en patriciërs toekwam. Er is veel nieuw geld en dat moet gezien worden. Vraag het de architecten van luxueuze villa’s en de ontwerpers van onwaarschijnlijk dure auto’s en jachten. In zo’n tijd van nieuwe rijken is men nog meer dan anders geneigd om te denken dat ook kunst volledig afhankelijk is van geld. Hoe meer mensen met geld, hoe meer opdrachtgevers en kopers van luxegoederen zoals kunstvoorwerpen. En hoe meer concurrentie, hoe hoger de kwaliteit. Nog nooit is er in de kunstgeschiedenis zo vanzelfsprekend van uitgegaan, dat rijkdom zichzelf verguldt met kunst. Waar grote kunst is, moet welvaart heersen. Wie dure opdrachten kan geven, is bijna net zo belangrijk geworden als de uitvoerder ervan, de kunstenaar. Daar zijn marxisten en kapitalisten het over eens.

Maar zo eenvoudig is het niet. Onze grote historicus Johan Huizinga bijvoorbeeld heeft er herhaaldelijk op gewezen, dat er ook prachtige kunst is ontstaan in sleetse culturen. De mooiste bloemen bloeien immers vaak op mestvaalten. De politiek krachteloos, de economie allang ingestort, de macht verloren, de herfsttij aangebroken en toch of juist dan moet je eens zien hoe vitaal en spectaculair kunstenaars verhullen dat het allemaal op zijn eind loopt. Dat is de fascinatie van de kunst van Venetië in de 18e eeuw. In de 17e eeuw, toen Venetië nog steeds een belangrijke rol vervulde op het Europese toneel, is er in de stad van San Marco nauwelijks kunst van betekenis te bekennen. De belangrijkste schilders, Johann Liss en Carl Loth, zijn uit het noorden geïmporteerd. En dan is er aan het begin van de 18e eeuw opeens Sebastiano Ricci, die de 16e eeuwse historieschilderkunst van Paolo Veronese weer nieuw leven inblaast. Na hem komen Giovanni Antonio Pelligrini en Giambattista Piazzetta en een flink aantal andere briljante schilders van altaarstukken en van bijbelse en mythologische taferelen. De allergrootste van hen is Giambattista Tiepolo, die met zijn fresco’s van elk paleis een hemelse ruimte kan maken en in kerken visioenen laat plaatsvinden op zijn altaarstukken. Naast de historieschilders zijn er schilders van het stadsgezicht als Antonio Canaletto en Francesco Guardi. In de kerken en paleizen klonk ook nieuwe muziek van eigen componisten als Tommaso Albinoni, Gabriele Marcello en Antonio Vivaldi. Door haar schilders en musici kon Venetië zich laten voorstaan op een overdadige bloei van de kunsten


Tiepolo, G.B.; Verkondiging, olie op doek, ca. 1740, 40 x 30 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg


Er zijn verschillende redenen aan te voeren, waarom het klimaat van de stad aan de lagune toen zo gunstig was voor culturele opbloei. Twee ervan zijn in het bijzonder van belang voor de beeldende kunst.

In de eerste plaats is Venetië de eerste stad in Europa geweest, die zich heeft veruiterlijkt als plek voor toeristen. Daaraan hebben we het ontstaan van de verbeelding van het Venetiaanse stadsgezicht te danken. In de 18e eeuw kon een voorname jongeling beter niet op grand tour gaan, wanneer hij bij thuiskomst niet zou kunnen melden dat hij op het plein van San Marco had gestaan. Venetië was een must. Daarbij hoorde ook, dat je een schilderij of prent van een gezicht van die wonderbaarlijke stad aan het water van één van de zogenaamde vedutenschilders als Canaletto meenam naar huis.


Canaletto, A.; Zicht op de kerk van San Giovanni dei Battuti gelegen op het eiland Murano, ca. 1725-1728
olie op doek, 67 x 127 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg


De geschiedenis van het Venetiaanse stadsgezicht is een kras voorbeeld van een verschijnsel dat in de cultuursociologie gesunkenes Kulturgut wordt genoemd. Het begint met Luca Carlevarijs .Hij schildert bijzondere gelegenheden, zoals de ontvangst van een belangrijke gezant of vorstelijke gast. Wat is er mooier dan wanneer Carlevarijs voor de voorname gast die kleurrijke gebeurtenis vereeuwigd in het schitterende decor dat Venetië te bieden heeft. Carlevarijs werkte alleen voor een elite, waarvoor hij unica schilderde. Zijn schilderijen zijn vooral souvenirs voor deftige heren, opdat zij niet zullen vergeten en anderen met hun herinneringen kunnen imponeren.

Antonio Canaletto werd in 1725 ontdekt door twee Engelsen in Venetië, de gentleman-art dealer Owen McSwiney en de koopman Joseph Smith. De kunsthandelaar vroeg hem naar Engeland te komen om interieurs van landhuizen met fictieve landschappen te decoreren, zoals zoveel schilders dat toen overal in Europa deden: het duurste behang verzorgen. Maar Smith had een ander idee. Hij liet Canaletto gezichten van Venetië schilderen. Daarmee had de schilder in de jaren dertig enorm succes. Kopers waren vooral vermogende toeristen. Canaletto kreeg zoveel werk, dat er een groot atelier ontstond waarin stadsgezichten groot en klein bij dozijnen werden geproduceerd. Een stad die zich veruiterlijkt, die het moet hebben van bewonderende bezoekers, zo’n stad heeft immers stadsgezichten nodig. Daarvoor zorgde Canaletto.


Canaletto, A.; Zicht op de eilanden San Michele, San Cristoforo en Murano vaaf de Fondamento Nuove, ca. 1725 -1728
olie op doek, 67 x 127 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg


Canaletto’s atelier werd in korte tijd dankzij Joseph Smith een onderdeel van de toeristenindustrie. Het is net alsof Smith zich de woorden uit Simon Vestdijks roman ‘De leeuw en zijn huid’ ter harte heeft genomen: ‘Jaag de verarmde Venetianen en de rijke Engelsen op elkaar in, en ga er zelf tussenin staan’. Smith gaf een boek uit met prenten van Canaletto’s stadsgezichten, dat de omzet aanzienlijk verhoogd moet hebben. Wie zich geen schilderij kon veroorloven, kon ook een prent kopen naar één van zijn stadsgezichten. Omstreeks 1740 is er op diverse plaatsen oorlog in Europa en dus heeft de toeristenindustrie in Venetië het moeilijk. Canaletto’s voorstellingen daalden naar lager niveau, het atelier verloopt en in 1766 gaat de schilder naar Engeland om voor zijn cliënten daar in hun estates te schilderen.

De meest begaafde medewerker van Canaletto was zijn neef Bernardo Bellotto. Net als zijn oom vertrekt hij uit Venetië om zijn fortuin elders te zoeken. Hij is van 1744-1745 in Turijn en schildert daar in opdracht van Karel Emmanuel III, koning van Sardinië en hertog van Savoye. Van 1747 tot 1758 werkt hij in Dresden voor August III, koning van Polen en keurvorst van Saksen. Prachtige stadsgezichten schildert hij daar. Heel nauwkeurig maar zonder pedant detaillisme.

Er heerst een wonderlijke rust in zijn schilderijen, ook al omdat alles wat hij schildert, samenhang vertoont door een heel eigen licht. Zijn reislust wordt in grote mate bepaald door het oorlogsgeweld. Daarom verlaat hij in 1758 Dresden. Wanneer hij er tegen het eind van de oorlog terugkeert, vindt hij een stad in ruïnes. Die ruïnes documenteert hij op een indrukwekkend schilderij uit 1765. Maar er zijn in Dresden geen opdrachtgevers meer en daarom vertrekt hij in 1758 naar Wenen, waar hij emplooi vindt bij keizerin Maria Theresia en van 1767 tot aan zijn dood in 1780 bij koning August Stanislaw II in Warschau.


Email to Friend

Fill in the form below to send this article to a friend:

Email to Friend
* Your Name:
* Your Email:
* Friend's Name:
* Friend's Email:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image
* Message:

Comments (0)

Post a Comment (showhide)
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:


Bookmark and Share




List of Authors


JQuery PowerPoint