Categories
- 20th-century Decorative Art
- Arms and Armour
- Books, Manuscripts and Maps
- Classical Antiquities, Coins and Medals
- Clocks, Barometers and instruments
- Furniture
- Jewellery, Snuff Boxes and Miniatures
- Medieval art
- Modern Art
- Oriental and Asian Art
- Paintings, Drawings and Prints
- Porcelain, Ceramics and Glass
- Photography
- Tribal and Pre-Columbian Art
- Sculptures
- Silver
- Textiles, Carpets and Tapestries
- Works of Art
- News
- Blogs
- Books
Quick Search
Thumbs up for ......
door prof. dr. Henk van Os
Toen in de oorlogsjaren de buitenlandse kopers uitbleven, heeft Bernardo’s oom, voordat hij naar Engeland vertrok, nog een aantal fascinerende fantasieën van de lagune en elementen van de stad tezamen gebracht op schilderijen die men toen capriccio’s noemde. Twee van zulke stille schilderijen bevinden zich in de Hermitage. We nemen aan dat deze geschilderde improvisaties bedoeld waren voor de Venetianen zelf, voor wie het kunstig spel met hun stad interessanter was dan de werkelijkheid. De capriccio met alle speelse elementen hoort bij een stad die plezier heeft in verhullen, die leeft van de schone schijn. Geen schilder kon met meer raffinement capprici met zijn stad verbeelden als Francesco Guardi. Zijn Venetië lost op in een verfijnd grijs met hier en daar pittige kleuraccenten.

Guardi, F.; Capriccio, ca. 1775 -1780, olie op doek, 27 x 33 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg
Guardi was de schilder voor de Venetianen zelf. Dat is ook de reden waarom hij pas elders als groot schilder is ontdekt, toen ruim anderhalve eeuw later het impressionisme de ogen had geopend voor atmosferisch schilderen. Voor Guardi moet alles licht en speels zijn, niet erg bedoeld. Hij was allesbehalve een zwoegende schilder. Alles lijkt bij hem vanzelf te gaan. Een voorbeeld daarvan is de schets van een altaarstuk, die eigenlijk niet meer is dan een briljante suggestie. De voorstelling doemt op doordat het potlood heftig heen en weer beweegt. Sprezzatura is wat Guardi hier laat zien. Je zou het de techniek van de losse toets kunnen noemen, achteloze virtuositeit, die voor velen hoorde bij een bepaalde levenshouding.

Guardi, F.; Zicht op het eiland van San Giorgio Maggiore, ca. 1765 -1775
olie op doek, 43 x 61 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg
Er zijn ook heel andere cappricio’s dan die van Canaletto en Guardi. Kunstenaars componeerden architectuur fragmenten tot verweerde, donkere doolhoven. Giambattista Piranesi in Rome was in die tijd de kunstenaar, die voorbeelden leverde van spelen met architectuur voor degenen die op zoek waren naar voedsel voor duistere fantasieën. In Venetië werkte Giuseppe Bernardino Bisson. Op een ingenieuze wijze bracht hij bouwsels uit een ver verleden bij elkaar in een romantische, suggestieve wereld. Archeologie was toen volop in de belangstelling en zoals met veel nieuwe wetenschap werd zij gevoed door een verlangen naar wonderwerelden die hier tot uitdrukking komt in de betovering van een klein beetje licht in heel veel duisternis.
Venetiaanse vedutenschilders trokken naar het buitenland wanneer hun eigen stad hen niet genoeg emplooi meer bood. Maar dat deden niet alleen schilders van stadsgezichten. Ook historieschilders waaierden uit over Europa en met hen gingen architecten, stucwerkers en andere decorateurs. Dat is de tweede reden waarom Venetiaanse kunst in de 18e eeuw zo’n grote vlucht kon nemen. Wanneer de buitenlanders niet naar Venetië komen, dan gaan haar schilders wel naar het buitenland.

Carlevarijs, L.; Het dogenpaleis aan de Molo in Venetie, ca. 1710, olie op doek, 64 x 121 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg
Zo werd Venetië de eerste stad die een waarlijk Europese kunst heeft voortgebracht. Venetianen trokken naar Sint-Petersburg om voor Catharina de Grote paleizen te decoreren. Ook de architect van de Hermitage zelf, Carlo Bartolomeo Francesco Rastrelli, laat duidelijk zien hoeveel hij in Venetië had geleerd. Het is niet overdreven om te stellen dat Catharina en haar hof een Venetiaanse smaak hebben ontwikkeld.
De Venetiaan Francesco Casanova, de broer van de beroemde versierder Giacomo, was één van Catharina’s favoriete schilders. Pas onlangs is zijn werk opnieuw in de belangstelling gebracht door Irina Artemieva, de conservator voor Venetiaanse schilderkunst aan de Hermitage. Een van zijn werken in de collectie daar is een veldslag naar het voorbeeld van Philips Wouwerman, maar dan nog heftiger en kleurrijker geschilderd. Het is een welsprekende herinnering aan het feit, dat oorlog ooit aanleiding is geweest tot uitbundige schilderkunst. Een aanzienlijk aantal 18e-eeuwse Venetiaanse schilderijen behoren tot het oudste bezit. Zo is er van Bartolomeo Tarsia een getekend ontwerp voor een verloren gegane schildering van één van de plafonds van Peterhof. De grootste van de Venetiaanse kunstenaars die buiten hun stad emplooi vonden, was Giambattista Tiepolo. Duitse vorsten en Spaanse koningen zagen in hem zelfs hét schildergenie van de 18e eeuw. Wat Joseph Smith was voor Canaletto, was graaf Francesco Algarotti voor Tiepolo. Smith resideerde in Venetië en bemiddelde vermogende toeristen voor de vedutenschilder. Algarotti ging op reis. Hij was de perfecte hoveling, een vlotte prater met veel humor, ambitie en pretentie. Hij wist ten behoeve van Tiepolo de meest sensationele opdrachten binnen te halen voor de decoratie van vorstelijke paleizen.

Tiepolo, G.B.; Mecenas presenteert de Schone Kunsten aan Augustus, 1743
olie op doek, 70 x 90 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg
In de Hermitage is een uniek voorbeeld van Algarotti’s bemiddeling .De voorstelling was door Algarotti uitgedacht met de bedoeling om binnen te komen bij graaf Heinrich Brühl, de machtige minister van August III. Links op het schilderij, naast de keizer op zijn troon, is Mecenas te zien die in Rome aan keizer Augustus de Schone Kunsten presenteert. Eerst de schilderkunst met palet en penselen. Ook een masker, dat ligt op een van de treden van de troon, is haar attribuut. Achter haar de beeldhouwkunst met een marmeren buste en daarachter de architectuur met een passer. Muziek met een trompet leidt de blinde Homerus, die de poëzie moet voorstellen. De troon van Augustus is geflankeerd door beelden van Minerva en Apollo. Op de achtergrond zijn werklieden bezig om de monumentale loggia te voltooien. Door de boog rechts is in de verte het paleis van graaf Brühl te zien.
De bedoeling van het schilderij is duidelijk. Bovendien heeft Algarotti in een brief geschreven wat er wordt bedoeld: ‘Brühl, je bent een perfecte mecenas en jouw raadgevingen zullen van het hof van de Nieuwe Augustus een bloeiend cultureel centrum maken. Dresden zal een nieuw Rome zijn.’ Wat hij ook wil zeggen, is: ‘Maar dan moet ik de bouwheer worden en Tiepolo de schilder.’ Er kwam niet veel terecht van deze actie van Algarotti, behalve dat wij er dit prachtige schilderij en nog een ander werk met een voorstelling van Flora (nu in the Fine Arts Museums of San Francisco) aan te danken hebben. In ieder geval wist hij zo in Dresden op zijn minst belangstelling voor Venetiaanse historieschilders te wekken. Al was het niet voor August III, Tiepolo heeft ons wel in de Duitse landen een van de hoogtepunten van de Europese schilderkunst nagelaten. In de Residenz in Würzburg heeft hij met zijn muurschilderingen de monumentale architectuur geheel naar zijn hand gezet. Een huis van steen heeft hij getransformeerd tot een hemels verblijf met een duizelingwekkende illusie van licht en luchtig leven.

Guardi, F.; Capriccio, ca. 1775 -1780, olie op doek, 27 x 33 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg
Guardi was de schilder voor de Venetianen zelf. Dat is ook de reden waarom hij pas elders als groot schilder is ontdekt, toen ruim anderhalve eeuw later het impressionisme de ogen had geopend voor atmosferisch schilderen. Voor Guardi moet alles licht en speels zijn, niet erg bedoeld. Hij was allesbehalve een zwoegende schilder. Alles lijkt bij hem vanzelf te gaan. Een voorbeeld daarvan is de schets van een altaarstuk, die eigenlijk niet meer is dan een briljante suggestie. De voorstelling doemt op doordat het potlood heftig heen en weer beweegt. Sprezzatura is wat Guardi hier laat zien. Je zou het de techniek van de losse toets kunnen noemen, achteloze virtuositeit, die voor velen hoorde bij een bepaalde levenshouding.

Guardi, F.; Zicht op het eiland van San Giorgio Maggiore, ca. 1765 -1775
olie op doek, 43 x 61 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg
Er zijn ook heel andere cappricio’s dan die van Canaletto en Guardi. Kunstenaars componeerden architectuur fragmenten tot verweerde, donkere doolhoven. Giambattista Piranesi in Rome was in die tijd de kunstenaar, die voorbeelden leverde van spelen met architectuur voor degenen die op zoek waren naar voedsel voor duistere fantasieën. In Venetië werkte Giuseppe Bernardino Bisson. Op een ingenieuze wijze bracht hij bouwsels uit een ver verleden bij elkaar in een romantische, suggestieve wereld. Archeologie was toen volop in de belangstelling en zoals met veel nieuwe wetenschap werd zij gevoed door een verlangen naar wonderwerelden die hier tot uitdrukking komt in de betovering van een klein beetje licht in heel veel duisternis.
Venetiaanse vedutenschilders trokken naar het buitenland wanneer hun eigen stad hen niet genoeg emplooi meer bood. Maar dat deden niet alleen schilders van stadsgezichten. Ook historieschilders waaierden uit over Europa en met hen gingen architecten, stucwerkers en andere decorateurs. Dat is de tweede reden waarom Venetiaanse kunst in de 18e eeuw zo’n grote vlucht kon nemen. Wanneer de buitenlanders niet naar Venetië komen, dan gaan haar schilders wel naar het buitenland.

Carlevarijs, L.; Het dogenpaleis aan de Molo in Venetie, ca. 1710, olie op doek, 64 x 121 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg
Zo werd Venetië de eerste stad die een waarlijk Europese kunst heeft voortgebracht. Venetianen trokken naar Sint-Petersburg om voor Catharina de Grote paleizen te decoreren. Ook de architect van de Hermitage zelf, Carlo Bartolomeo Francesco Rastrelli, laat duidelijk zien hoeveel hij in Venetië had geleerd. Het is niet overdreven om te stellen dat Catharina en haar hof een Venetiaanse smaak hebben ontwikkeld.
De Venetiaan Francesco Casanova, de broer van de beroemde versierder Giacomo, was één van Catharina’s favoriete schilders. Pas onlangs is zijn werk opnieuw in de belangstelling gebracht door Irina Artemieva, de conservator voor Venetiaanse schilderkunst aan de Hermitage. Een van zijn werken in de collectie daar is een veldslag naar het voorbeeld van Philips Wouwerman, maar dan nog heftiger en kleurrijker geschilderd. Het is een welsprekende herinnering aan het feit, dat oorlog ooit aanleiding is geweest tot uitbundige schilderkunst. Een aanzienlijk aantal 18e-eeuwse Venetiaanse schilderijen behoren tot het oudste bezit. Zo is er van Bartolomeo Tarsia een getekend ontwerp voor een verloren gegane schildering van één van de plafonds van Peterhof. De grootste van de Venetiaanse kunstenaars die buiten hun stad emplooi vonden, was Giambattista Tiepolo. Duitse vorsten en Spaanse koningen zagen in hem zelfs hét schildergenie van de 18e eeuw. Wat Joseph Smith was voor Canaletto, was graaf Francesco Algarotti voor Tiepolo. Smith resideerde in Venetië en bemiddelde vermogende toeristen voor de vedutenschilder. Algarotti ging op reis. Hij was de perfecte hoveling, een vlotte prater met veel humor, ambitie en pretentie. Hij wist ten behoeve van Tiepolo de meest sensationele opdrachten binnen te halen voor de decoratie van vorstelijke paleizen.

Tiepolo, G.B.; Mecenas presenteert de Schone Kunsten aan Augustus, 1743
olie op doek, 70 x 90 cm
Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg
In de Hermitage is een uniek voorbeeld van Algarotti’s bemiddeling .De voorstelling was door Algarotti uitgedacht met de bedoeling om binnen te komen bij graaf Heinrich Brühl, de machtige minister van August III. Links op het schilderij, naast de keizer op zijn troon, is Mecenas te zien die in Rome aan keizer Augustus de Schone Kunsten presenteert. Eerst de schilderkunst met palet en penselen. Ook een masker, dat ligt op een van de treden van de troon, is haar attribuut. Achter haar de beeldhouwkunst met een marmeren buste en daarachter de architectuur met een passer. Muziek met een trompet leidt de blinde Homerus, die de poëzie moet voorstellen. De troon van Augustus is geflankeerd door beelden van Minerva en Apollo. Op de achtergrond zijn werklieden bezig om de monumentale loggia te voltooien. Door de boog rechts is in de verte het paleis van graaf Brühl te zien.
De bedoeling van het schilderij is duidelijk. Bovendien heeft Algarotti in een brief geschreven wat er wordt bedoeld: ‘Brühl, je bent een perfecte mecenas en jouw raadgevingen zullen van het hof van de Nieuwe Augustus een bloeiend cultureel centrum maken. Dresden zal een nieuw Rome zijn.’ Wat hij ook wil zeggen, is: ‘Maar dan moet ik de bouwheer worden en Tiepolo de schilder.’ Er kwam niet veel terecht van deze actie van Algarotti, behalve dat wij er dit prachtige schilderij en nog een ander werk met een voorstelling van Flora (nu in the Fine Arts Museums of San Francisco) aan te danken hebben. In ieder geval wist hij zo in Dresden op zijn minst belangstelling voor Venetiaanse historieschilders te wekken. Al was het niet voor August III, Tiepolo heeft ons wel in de Duitse landen een van de hoogtepunten van de Europese schilderkunst nagelaten. In de Residenz in Würzburg heeft hij met zijn muurschilderingen de monumentale architectuur geheel naar zijn hand gezet. Een huis van steen heeft hij getransformeerd tot een hemels verblijf met een duizelingwekkende illusie van licht en luchtig leven.
- 4-12-2008
Was it of interest? Why not share it with others!












