Categories
- 20th-century Decorative Art
- Arms and Armour
- Books, Manuscripts and Maps
- Classical Antiquities, Coins and Medals
- Clocks, Barometers and instruments
- Furniture
- Jewellery, Snuff Boxes and Miniatures
- Medieval art
- Modern Art
- Oriental and Asian Art
- Paintings, Drawings and Prints
- Porcelain, Ceramics and Glass
- Photography
- Tribal and Pre-Columbian Art
- Sculptures
- Silver
- Textiles, Carpets and Tapestries
- Works of Art
- News
- Blogs
- Books
Quick Search
Thumbs up for ......
Het ‘Gesammtkunstwerk’ als kenmerk van de beweging van Tachtig

De beweging van Tachtig wordt meestal geassocieerd met de schrijvers die tussen 1885 en 1894 schreven voor het geruchtmakende literaire tijdschrift ‘De Nieuwe Gids’, zoals Willem Kloos, Albert Verweij, Frederik van Eeden en Herman Gorter. Maar in feite bestond deze beweging uit een divers samengestelde groep jonge kunstenaars, meestal afkomstig uit Amsterdam, waaronder zich ook schilders, beeldhouwers, architecten, componisten en toneelspelers bevonden. Zo behoorden tot de schilders van Tachtig onder meer Willem Witsen, Isaac Israëls, Jan Toorop, Marius Bauer, George Hendrik Breitner en Maurits van der Valk. Aan het eind van de negentiende eeuw vormden zij de avant garde in Nederland. Bijzonder aan deze kunstenaars was bovendien dat zij elkaar veelal goed kenden en in meerdere gevallen bevriend waren. Een boeiend gevolg van een en ander was dat deze Tachtigers regelmatig samenwerkten in de productie van kunstwerken, zogenaamde ‘Gesammtkunstwerken’.

Toorop, Jan (1858-1928)
Albert Verwey en Stefan George
14 x 14 cm
Ets/gesigneerd in de plaat en atelierstempel
Samenwerking vanuit verschillende disciplines
Een bekend voorbeeld uit de Nederlandse kunstgeschiedenis is de ‘Beurs van Berlage’, die werd gebouwd tussen 1898 en 1903. Voor de decoratie van dit gebouw aan het Damrak in Amsterdam zocht de architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934) de samenwerking met onder meer de beeldhouwer Lambertus Zijl (1866-1946), die meerdere gevels voorzag van gebeeldhouwde reliëfs, de schilder Jan Toorop (1858-1928), die voor de hal tegeltableau’s maakte, en de dichter Albert Verwey (1865-1936), die strofen schreef welke uitgehakt in de stenen façade van het gebouw zijn opgenomen. Het totaal vormt een indrukwekkend geheel dat in ons land algemeen geldt als een sleutelwerk in ontwikkeling van de moderne architectuur. Maar niet alle ‘Gesammtkunstwerken’ van de Tachtigers waren zo gigantisch van afmeting. Er werd ook op kleinere schaal samengewerkt in de totstandkoming van handzame kunstwerken als boeken.

Israëls, Isaac (1865-1934)
Spaanse danseres
31 x 51 cm
Olieverf op doek/gesigneerd r.o./Herkomst: Kunsthandel Buffa & Zonen, Amsterdam, Collectie J.M.P.Glerum, Amsterdam, Collectie Mevr. Glerum-Rincker, Amsterdam. Literatuur: Beeldende Kunst (H.P.Bremmer), vol. 6, no. 59
Frans Erens en Isaac Israëls
Recent verscheen in het ‘Tijdschrift voor boek en prent De Boekenwereld’ een boeiend artikel van J.F.Heijbroek en A.F.J.M.Munnichs over het omslagontwerp van Isaac Israëls (1865-1934) voor de bundel ‘Dansen en Rhytmen” van zijn vriend, de schrijver Frans Erens (1857-1935). Erens heeft in deze essaybundel op zeer naturalistische wijze het volksleven geschetst zoals hij dat rond 1900 in Amsterdam in de buurt van de Nes en de Zeedijk aantrof en Isaac Israëls heeft getracht daar in zijn ontwerp op aan te sluiten middels een serie snelle krabbels van dansende stelletjes in een duistere kroeg. Over het uiteindelijke boekomslag zijn de meningen, nu evenals ten tijde van de verschijning, verdeeld, maar op zichzelf zijn de impressionistische schetsen van Israëls magistraal. Net zo stemmingsvol als de verhalen van Erens en schijnbaar met evenveel vaart vastgelegd.

Israëls, Isaac (1865-1934)
Harmonicaspeler in café
41,5 x 43 cm
Zwart krijt op papier/gesigneerd l.o./Prov.:Coll. Benno Gitter
Kloos, Witsen, Nieuwenhuis en Verwey.
In bepaalde gevallen betrof de samenwerking in de productie van een boek echter nog meer kunstenaars. Zo werd de dichtbundel ‘Honderd verzen en Okeanos’ van Willem Kloos (1859-1938), in 1909 voor de tweede maal uitgegeven door W.Versluys in een beperkte oplage van negentig stuks, voorzien van een prachtig bewerkte leren band naar ontwerp van de sierkunstenaar Theo Nieuwenhuis (1866-1951) en met een geëtst portret van de dichter door de schilder-graficus Willem Witsen (1860-1923). Deze kunstenaars waren alledrie meesters binnen hun eigen discipline en het resultaat, met goud op snee, mag er nog steeds zijn. In zekere zin viel echter in de totstandkoming van deze dichtbundel nòg een kunstenaar te betrekken en wel de eerdergenoemde schrijver Albert Verwey, die in zijn jonge jaren een intieme vriendschap onderhield met Kloos. Naar zijn eigen zeggen was Verwey reeds enige tijd vóór Kloos begonnen aan een vergelijkbaar episch gedicht over een onderwerp uit de Griekse mythologie, zijn ‘Persephone’. Verwey meende dat dit werk van grote invloed moest zijn geweest op de ’Okeanos’ van Kloos. Hetgeen Kloos vanzelfsprekend weersprak. Want behalve door samenwerking werd de vriendenclub van de Tachtigers ook gekenmerkt door een sterke animositeit. En de nodige roddel en achterklap.

Gezicht op den Binnen-Amstel (Vanuit de zalen van Fred.Muller)
49 x 39 cm
Ets-aquatint/gesigneerd r.o./Deze prent werd door Witsen vervaardigd I.o.v. de firma Fred.Muller en is derhalve uiterst zeldzaam!
Gijsbreght van Aemstel
Het meest indrukwekkende bibiliofiele ‘Gesammtkunstwerk’uit deze tijd is echter de ‘Gijsbreght van Aemstel’. Vanaf 1893 verscheen in de loop van de komende acht jaar in twintig delen een zeer bijzondere editie van dit toneelstuk van Joost van den Vondel, welke illustraties bevatte van Antoon Derkinderen (1859-1925), decorontwerpen van de alleskunner H.P.Berlage en muziek van de componisten Bernard Zweers (1854-1924) en Alphons Diepenbrock (1862-1921). Dit monument binnen de herleving van de Nederlandse boekkunst is onder meer uitvoerig beschreven door de boekhistoricus Ernst Braches, wiens standaardwerk ‘Het boek als Nieuwe Kunst’ in 2003 bij uitgeverij De Buitenkant een passend mooie herdruk beleefde. Dergelijke studies als van Braches en van de eerdergenoemde J.F.Heibroek zijn geen overbodige luxe wanneer men zich wil verdiepen in de kunst van de beweging van Tachtig. De Tachtigers huldigden namelijk het principe dat ‘Kunst om de Kunst’ gemaakt diende te worden en dat maakte hun werk niet altijd even toegankelijk. Dat is geen bezwaar wanneer men zoekt naar oppervlakkig genot, waartoe dit werk zich evengoed leent. Maar als men wil doordringen tot de kern van de ‘meest individuele expresssie van de meest individuele emotie’ dan is enige ‘inside-information’ bij de multidisciplinaire kunst van de Tachtigers uiterst welkom.
COPYRIGHT 2009 drs. Jaap Versteegh, alle rechten voorbehouden
Niets uit dit artikel, inclusief begeleidende illustraties, kan of mag gereproduceerd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurrechtelijke houder.
- 15-12-2008
Was it of interest? Why not share it with others!












