Het aardewerk van Petrus Regout, 1836-1899

Productiemethodes

In de beginjaren van de Maastrichtse aardewerkproductie werd er volgens ambachtelijke methodes gewerkt. De klei werd met de hand op de draaischijf gevormd of met een mal geperst. Losse delen van het voorwerp werden apart gemaakt en later aangezet (het zogenaamde garneren). De voorwerpen werden na het drogen in een cassette geplaatst, die met de hand in de rondovens opgestapeld werden. Voor het glazuren moesten de producten stuk voor stuk in een vernisbak worden gedoopt. Na het drogen, bakken en glazuren van de klei kon het voorwerp, eveneens met de hand, worden gedecoreerd. Om het productieproces te versnellen maakte men wel gebruik van stempels of sjablonen, dit vooral wanneer een patroon vaak herhaald moest worden, bijvoorbeeld op serviezen.

Het schilderen op een ongebakken glazuurlaag vereist veel vaardigheid, omdat glazuur veel vocht opneemt en veranderingen daarom niet meer mogelijk zijn.


Sedert de tweede helft van de 19e eeuw was het mogelijk om decors door middel van een in Engeland ontwikkeld drukprocedé, het zogenaamde 'Transferprinting' op het voorwerp aan te brengen. Dit werd bij Regout als volgt toegepast: in een vlakke, gepolijste koperen plaat wordt de gewenste voorstelling gegraveerd. Af en toe wordt een proefafdruk gemaakt om te controleren of het resultaat aan de eisen voldoet.


De diepte van de aangebrachte lijnen en stippels is bepalend voor het effect bij het drukken. Voor de kleur rood moet bijvoorbeeld vrij diep worden gegraveerd. De gegraveerde koperen plaat wordt verwarmd en ingeinkt met een vrij dikke, vettige massa, waardoor een ceramische kleurstof is gemengd. Het teveel opgebrachte wordt met een breed paletmes verwijderd, zodat de 'inkt' alleen achterblijft in de lijnen en stippels van de plaat, maar die moeten dan ook geheel zijn gevuld. Een dun velletje papier wordt behandeld met een oplossing van groene zeep in water en vervolgens op de plaat gelegd. De verwarmde plaat en het papier worden dan onder de cilinder van een handdrukpers doorgevoerd. Daarna kan het papier, waarop nu de voorstelling in spiegelbeeld is overgebracht, voorzichtig van de plaat worden gehaald. Het overtollige papier wordt weggeknipt en ten slotte wordt het papier met de bedrukte zijde naar beneden op het te decoreren voorwerp gelegd en met een vochtige flanellen of corduroy 'robber' zeer stevig aangedrukt, zodat de kleurstof van het papier op het poreuze biscuit voorwerp wordt aangebracht. Het papier wordt vervolgens met water verwijderd. De oliehoudende bestanddelen van de 'inkt' op het voorwerp moeten daarna door verhitting worden uitgeschakeld en pas dan kan het voorwerp een glazuurbehandeling ondergaan.


Als het decor met een transparante glazuurbehandeling is bedekt heeft het een grote mate van duurzaamheid en kan het niet gemakkelijk door krassen e.d. beschadigd worden. Aan deze handdrukmethode kwamen behalve een graveur, een drukker, een knipster, een oplegster en een wrijfster te pas. Het was een zeer arbeidsintensieve aangelegenheid.


Petrus Regout liet de gegraveerde koperen platen uit Engeland komen. Pas toen de lithografie zo gevorderd was dat met in de oven bruikbare kleurstoffen kon worden gewerkt, kwam aan de omslachtige techniek met de gravures een einde.


Het eerste baksel wordt biscuit-brand genoemd, het tweede glad-brand. Hoewel het principe steeds hetzelfde blijft, traden er ook voor vormen, glazuren en bakken veranderingen op. Als eerste werd er voor het vormen van aardewerk aan het einde van de 19e eeuw overgeschakeld op het gebruik van mallen. Pas veel later, in 1913, werden de traditionele vernisbakken vervangen door op generatorgas gestookte kanaalovens, en pas in 1933 kwamen de kanaalovens, waar het aardewerk direct en onverpakt op wagens in gereden kan worden.


Het gebruik van kleuren van een bepaalde samenstelling bij de onderglazuur-decoratiemethode leverde nogal eens moeilijkheden op. De kleuren ontwikkelden zich dan namelijk pas na de tweede glazuring. Ook daarvoor vond men op den duur oplossingen: men was in staat meer onderglazuurverven samen te stellen, die de hoge temperatuur van de tweede glazuurbakking konden verdragen. Daarnaast werden de voorwerpen met een bovenglazuurdecoratie, bestaande uit methaalhoudende verven, die een hoge temperatuur niet konden verdragen, in een 'moffel' (een vuurvaste kist) geplaatst en voor de tweede mal gebakken bij een hitte van 800 tot 900 graden Celsius, in plaats van de gebruikelijke 1400 graden Celsius.


Ondanks de vertechnisering bleef het maken van ingewikkelde vormen lange tijd een samengestelde handeling. Losse onderdelen moesten met de hand aangezet worden. Pas in de 20e eeuw werd het mogelijk twee helften van een voorwerp te vormen en deze mechanisch aaneen te voegen.


Email to Friend

Fill in the form below to send this article to a friend:

Email to Friend
* Your Name:
* Your Email:
* Friend's Name:
* Friend's Email:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image
* Message:

Comments (1)

Leo Haanappel
Said this on 10-3-2010 At 12:05 am
About twenty years ago I bought some "diepen borden" in Australia from a person that spend a couple of years in Borneo.
These plates were recovered from old graves of Chinese people during housing development.
The design is "boerenbont" some made in Maastricht and some, I think, in Belgium. Some markings on the plates are hard to decipher.
Interestingly, two of the Petrus Regout plates have block printing along the entire edge with brushwork in the centre.
I found your article most interesting and gave ne more information available from local Maastricht websites. Thanks,
Leo Haanappel
Melbourne, Australia
Post a Comment (showhide)
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:


Bookmark and Share




List of Authors


JQuery PowerPoint