Het Verzamelen van Waardepapieren

Het verzamelen van waardepapieren, oude effecten die in het economisch verkeer van vandaag geen waarde meer hebben, is als het ware spoorzoeken in de geschiedenis, waarbij elk stuk iets prijsgeeft van de sociaal-culturele en financieel-economische historie van een land, een bedrijfstak of de mate van globalisering. Oude effecten zijn toverlantaarn plaatjes van onze ontwikkeling en ze maken ons bewust van de kwetsbaarheid en de wisselvalligheid daarvan.

Verzamelaars ervan zijn dus eigenlijk archeologen die aan de hand van oude documenten een stukje van onze historie bloot leggen. Deze hobby van het verzamelen van deze stukken heet scripofilie, en alhoewel het geen ziekte is, kan aanraking ervan buitengemeen besmettelijk zijn. Het woord, eigenlijk ,,scripophilie”, is een samensmelting van het Griekse woord voor liefde, ,,philos”, en het Engelse ,,scrip” dat staat voor het recht van eigendom.


voorbeeld van een vliegtuig aandeel


De geschiedenis van waardepapieren
De oudste waardepapieren waren mogelijk de schuldpapieren die eeuwen geleden door verschillende Europese steden werden uitgegeven om hun oorlogen tegen de Spanjaarden te financieren.

Maar het oudste gedrukte aandeel dateert van 1602 en is van onze roemruchte Vereenigde Oost Indische Compagnie. De Heeren XVII trokken ter financiering van hun pionierende handelsexpedities naar de Oost risicodragend kapitaal. Volgens het van 20 maart 1602 daterende charter werd dat voor 10 jaar ter beschikking gesteld. Daarna kon ofwel het kapitaal worden teruggeëist ofwel het kon opnieuw worden geïnvesteerd. In 1622 werd de looptijd van 10 jaar vervangen door een onbepaalde. Zo werd een VOC aandeel wereldwijd het eerste echte bewijs van deelgerechtigheid in een onderneming.

Overigens is de oudste, nog lopende, obligatie die van de polder Lekdijk Bovendams daterend van 1680. Hierop wordt nog steeds rente uitgekeerd!

Voorlopers in het ter beschikking stellen van risicodragend kapitaal als de Nederlanders zich in die tijd toonden, tegen het midden van de 19e eeuw gedroegen onze voorvaderen zich overwegend risicomijdend. Onze grotere spoorwegen en bijvoorbeeld de Bathpolders moesten door vooral Engelse en Duitse investeerders gefinancierd worden. Zelf stopten wij liever ons geld in hoogrentende buitenlandse fondsen, zoals Russische staatsobligaties en in Amerikaanse spoorwegobligaties en goudgerande spoorweg-aandelen. Men prefereerde dus een wat minder onzekere vaste investeringsvergoeding.

De zich sterk ontwikkelende industrialisatie in Europa en Verenigde Staten noodzaakte startende onder-nemers hun familie, kennissen en anderen in hun netwerk ervan te overtuigen gelden in hun start-ups te stoppen. Deze particuliere bedrijven werden toen veelal opgezet als naamloze vennootschappen op aan-delen.

Dat betrof niet louter hout- of metaalfabrieken en dergelijke, maar ook gas-, water- en electriciteitsbedrij-ven waaraan door de overheden concessies werden verleend. De ontwikkeling van private utiliteitsbedrijven vond ook in Nederland plaats.
Echter, succesvolle nutsondernemingen werden veelal aan het einde van de looptijd van de concessie door de plaatselijke overheden ,,ingepikt” en voortgezet als gemeentelijke bedrijven.

Een vergelijkbare ontwikkeling vond plaats met spoor- en tramwegen, zo documenteren oude effecten. Ieder dorp z’n eigen burgemeester, notaris, dokter maar ook z’n eigen vervoersmaatschappij.

In dezelfde periode werden voor de financiering van hun spoorwegen en industrialisatie door het keizerlijk China en tsaristisch Rusland op grote schaal internationaal leningen opgenomen.

De geboorte van scripofilie
Begin 70-er jaren van de vorige eeuw publiceerden twee bankiers uit Frankfurt (Ulrich Drumm en Alfons Henseler) catalogi van deze Chinese en Russische oude effecten, eigenlijk als mogelijke aanzet tot alternatieve investeringen door een klein groepje bankiers en commissionairs.

Die twee catalogi, welke nu gelden als standaard referentiewerken, wekten meteen enorme belangstelling, zowel binnen Duitsland als internationaal. Ze waren de aftrap van het ontstaan van een geheel nieuwe verzamelhobby welke inmiddels wereldwijd honderdduizenden enthousiaste verzamelaars telt.

De hoeveelheid oude effecten is eindig. Sinds een jaar of 30 worden geen papieren stukken meer uitgegeven maar gebeurt dit giraal door inschrijvingen in een register. Er komen dus geen nieuwe papieren effecten bij en hun aantal kan alleen maar afnemen. Ze belanden per ongeluk of door onwetendheid bij het oud papier of gaan in vlammen op. Hoe minder er van zijn des te interessanter zijn ze voor verzamelaars.

Scripofilie kan worden uitgebreid door niet alleen de oude effecten te verzamelen, maar ook andere documenten van de betreffende bedrijven, zoals oude brieven, rekeningen, foto’s, landkaarten, gedenkboeken, penningen, stempels, etc.


voorbeeld van een Chinees spoorweg aandeel


Verzamelen = investeren?
Het merendeel van de verzamelaars gaat er niet van uit dat hun verzameling sterk in waarde toe zal nemen en ze dus eigenlijk aan’t investeren zouden zijn. Maar het is heel goed mogelijk dat waardevermeerdering optreedt, niet alleen door schaarser worden door verlies of vernietiging maar ook door het toenemen van de verzamelaargemeenschap.

Type effecten
In wezen zijn er twee type effecten, namelijk aandelen en obligaties/leningen en afgeleiden daarvan. Binnen beide typen bestaat er een grote verscheidenheid.

Aandelen
dat wil zeggen bewijzen van risicodragend partieel eigendom in het kapitaal van een naamloze of commanditaire vennootschap, waarvan de dividend-bewijzen recht geven op een deel van de winst, als daar tenminste sprake van is. Aandelen hebben bijna altijd een onbeperkte looptijd.

Vormen van aandelen zijn: (cumulatief) preferent, prioriteits- of winstdelende aandelen, oprichtersbewijzen en -aandelen of bewijzen van oprichtersrecht, bewijzen van deelgerechtigdheid, certificaten, claims of bewijzen van voorkeur, recepissen, opties, scrips, (extra)dividendbewijzen, talons, bewijzen van aandeel in een geldlening, als blankette, proefdruk of specimen.


voorbeeld van een Inkomst obligatie


Obligaties/leningen
dat wil zeggen schuldbekentenissen van staten, provincies, steden, openbare lichamen, internationale organisaties of van bedrijven, meestal tegen een vaste vergoeding van rente op de geleende gelden, en met bijna altijd een bepaalde looptijd.
Voorbeelden van deze effecten zijn: obligaties, prioriteitsobligaties, winstdelende of converteerbare obligaties, inkomsten of goud obligaties, (niet) rentegevende premieleningen, schuldbekentenissen, pand-brieven, tontines.


  • 29-1-2010

Comments (0)

Post a Comment
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:

Was it of interest?  Why not share it with others!



List of Authors