Categories
- 20th-century Decorative Art
- Arms and Armour
- Books, Manuscripts and Maps
- Classical Antiquities, Coins and Medals
- Clocks, Barometers and instruments
- Furniture
- Jewellery, Snuff Boxes and Miniatures
- Medieval art
- Modern Art
- Oriental and Asian Art
- Paintings, Drawings and Prints
- Porcelain, Ceramics and Glass
- Photography
- Tribal and Pre-Columbian Art
- Sculptures
- Silver
- Textiles, Carpets and Tapestries
- Works of Art
- News
- Blogs
- Books
Quick Search
Thumbs up for ......
Johan Nieuhofs Beelden van China

*/ > In 1665 werd, acht jaar nadat Johan Nieuhof was teruggekeerd van zijn reis naar China, een uitgebreid verslag van die reis gepubliceerd door de Amsterdamse drukker Jacob van Meurs. Het boek kreeg de titel: Het Gezantschap der Neerlandtsche Oost-Indische Compagnie, aan den grooten Tartarischen Cham, den tegenwoordigen Keizer van China: waar in de gedenkwaardighste Geschiedenissen, die onder het reizen door de Sineesche Landtschappen (...) sedert denjare 1655 tot 1657 zijn voorgevallen (...) verhandelt worden. Beneffens Een Naukeurige Beschrijving der Sineesche Steden, Dorpen, Regeering, Wetenschappen, Hantwerken, Zeden, Godsdiensten, Gebouwen, Drachten, Schepen, Bergen, Gewassen, Dieren, etc. en Oorlogen tegen de Tarters. Verciert met over de 150 Afbeeltsels, na't leven in Sina getekent.

Afb. 1

Afb. 2

Afb. 3
Uit de titel van dit boek blijkt dat het hier geenszins alleen om een reisverslag gaat, maar dat het boek ook andere wetenswaardigheden over China bevat. Een dergelijke inkleding van een reisverhaal was gangbaar in de 17e eeuw. Als gevolg van de ontdekkingsreizen die men - met een toenemende economische expansie - in de 16e en 17e eeuw uit Europa naar Amerika en Azië ging ondernemen, was een heel genre van reisverhalen ontstaan, dat niet alleen bij kooplieden, maar ook bij een breder publiek gretig aftrek vond. De beschrijvingen in deze reisverhalen van avontuurlijke gebeurtenissen, verre exotische landen en vreemde zeden hadden een grote aantrekkingskracht op een burgerlijke smaak, die zich oriënteerde aan de interesse voor "kunst- en wonderkamers" aan de vorstelijke hoven van de tijd.

Afb. 4.

Afb. 5

Afb. 6
In de Nederlanden waren al voor de publicatie van Nieuhofs reisverslag verschillende reisverhalen en beschrijvingen over China in druk verschenen, vooral na 1640. Hoe rijk deze geschriften ook waren aan (niet alleen op de werkelijkheid berustende) beschrijvingen van China en haar inwoners, vrij karig waren zij met het geven van een beeld van dit land in de visuele zin van het woord. Landkaarten, zoals die in Martini's Novus Atlas Sinensis van 1655, gaven natuurlijk niet een realistisch beeld van het landschap. En voor zover er in de verschillende reisverhalen en beschrijvingen van China gravures voorkwamen, waren zij meer producten van de fantasie geworteld in Europese beeldtradities, dan voorstellingen geënt op directe waarneming in China. Jan Huygen van Linschotens Itinerario, voyage ofte schipvaert (...) naar Oost-ofte Portugals Indien uit 1595 b.v. bevatte 36 kopergravures die door de schrijver zelf waren ontworpen en waren gegraveerd door Johan Baptist van Doetechum. Een daarvan laat figuren in Chinese klederdracht zien; in het onderschrift wordt de rijkdom der gewaden benadrukt (afb. 1). De hoofdbedekking en de wijde mouwen van het gewaad van de vrouw geheel rechts bijvoorbeeld gaan terug op de werkelijke dracht in het toenmalige China, voor het overige doet het gewaad net als het uiterlijk van de vrouw geheel Europees aan. Ronduit fantastisch zijn de illustraties in Martini's Het verwoest Sina, door den wreeden Tartar van 1660 (afb. 2). Hier stellen figuren in oriëntaalse fantasiekledij - zoals Rembrandt die omstreeks 1630 placht te schilderen - Tartaren voor tijdens hun veroveringstocht door China. Evenzeer fantastisch zijn de figuren in de gravures bij Markus Paulus van Veneciens Reisen, En Beschrijving der Oostersche Lantschappen (...) uit 1664 (afb. 3). De figuren lijken op de oosterse fantasiefiguren en de volkse personages die men op sommige 17de-eeuwse Nederlandse genreschilderijen kan aantreffen, bijvoorbeeld in werken van de in Italië werkzame Nederlander Pieter van Laer. Het landschap is eveneens aan de fantasie ontsproten en on-Chinees: het is hooguit in algemene zin exotisch te noemen. Zo prijken er op de gravure van de begrafenis van de "Koningen der Tartars" Egyptische Obelisken in het landschap (afb. 4).

Afb. 7

Afb. 8

Afb. 9
Toen Hendrik Nieuhof dus in 1665, in de voorrede van de uitgave van Johan Nieuhofs reisverslag het boek aanprees met de woorden dat het meer dan 150 illustraties bevatte, gemaakt naar de schetsen die de auteur zelf in China "na het leven" had vervaardigd en "die van niemant tot noch toe, dan van mijnen broeder uit Sina gebracht zijn", benadrukte hij terecht de noviteit van dit illustratiemateriaal.6 Deze woorden moeten bij de toenmalige lezer een gevoel van sensatie hebben gewekt, niet alleen te vernemen, maar voor het eerst ook te zien hoe China en zijn bewoners er nu werkelijk uitzagen. Het ogenblikkelijke succes van het boek - te nieten naar de oplagen en de herdrukken, ook in Franse, Duitse, Engelse en Latijnse vertaling - alsmede het feit dat de illustraties direct in andere boeken over China werden gekopieerd en de inspiratiebron werden van de ontluikende Chinoiseriemode, moet dan ook worden toegeschreven aan de kwalificatie van de illustraties: "na het leven". Wat geven deze prenten nu te zien? Thematisch volgen zij de indeling van het gehele boek in tweeën: het eigenlijke reisverslag (p. 1-208), een "Algemeene Beschryving van 't Ryk Sina" (p. 1-258), waarin is opgenomen een "Kort en bondigh verhael van 't overgaan van 't Ryk Sina aen den Grooten Cham vanTartarye" (p. 253 e.v.). Verreweg het grootste aantal gravures dient als illustratie van het reisverslag, terwijl een veel kleiner aantal het "etnologische" tweede deel opluistert.

Afb. 10

Afb. 11

Afb. 12
De illustraties bij het reisverslag zelf brengen etappegewijs de gehele route van Batavia tot Peking in beeld die het ambassadegezelschap heeft afgelegd in 1655-1656. De meeste gravures laten het silhouet van een grotere of kleinere stad zien, zoals Johan Nieuhof die in het omringende landschap heeft zien liggen vanaf de rivieren in Zuid-China en het Keizerlijk Kanaal in het noorden - de strömen waarover het ambassadegezelschap per schip werd vervoerd (afb. 5). Een enkele maal vertonen zij ook een bijzonder voorbeeld van Chinese architectuur, zoals een pagode (afb. 6), of een landschappelijke bezienswaardigheid (afb. 7). Daarnaast brengen enkele gravures de belangrijkste gebeurtenissen van de reis in beeld, zoals het ontvangstbanket voor de muren van Kanton (afb. 8) en de keizerlijke audiëntie in Peking (afb. 9), alsmede de plattegrond van (een deel van) deze belangrijkste steden (afb. 10). Het tweede deel van het boek is verlucht met gravures die de zeden en gewoonten en het uiterlijk der Chinezen tot onderwerp hebben. Zo beelden zij bij voorbeeld verschillende Chinese "afgoden" af (afb. 11), monniken (afb. 12), bedelaars en acrobaten (afb. 13), de manier waarop de boeren zich kleden (afb. 14), en geven zij verschillende voorbeelden van de Chinese flora en fauna (afb. 15). Een enkele prent tenslotte is gewijd aan de oorlogshandelingen en wreedheden die tijdens de Tartaarse invallen in China hebben plaatsgevonden( afb. 16).

Afb. 13
Afb. 14

Afb. 15
Met deze lange reeks prenten is China niet alleen voor het eerst "na het leven" aan een Europees publiek gepresenteerd, maar ook met een veelheid en verscheidenheid van beelden die tot dan toe ongekend was. Een belangrijke vraag die zich nu voordoet, is hoe menin de 17e eeuw zelf het "levensechte" karakter van deze prenten beoordeelde, en hoe wij deze kwalificatie moeten verstaan. Om hier inzicht in te krijgen, zullen wij in het onderstaande een aantal van deze prenten nader analyseren, vooral tegen de achtergrond van het onlangs door Blusse in Parijs teruggevonden originele reisverslag van Johan Nieuhof. Daarnaast zullen wij bezien, hoe men in een aantal gevallen Nieuhofs China-beelden beoordeelde in de periode 1655-1665 - de periode die reikt van de aanvang van de reis naar Peking tot het verschijnen van het gedrukte reisverhaal in Amsterdam.

Afb. 16

Afb. 17

Afb. 16

Afb. 17
-->
- 30-3-2009
Was it of interest? Why not share it with others!












