Kunst onderweg in de Gouden Eeuw

In de 17de eeuw werd er heel wat afgereisd in zowel binnen- als buitenland. Het Rijksprentenkabinet bezit vele tekeningen die daarvan het resultaat zijn.

Reizen is ‘in’, zoals dat tegenwoordig zo kernachtig heet. De gemiddelde Nederlander voelt zich vandaag de dag misdeeld als hij niet minstens tweemaal per jaar op vakantie mag. En liefst flink ver weg. Niks huisje op de Veluwe of pensionnetje op Terschelling: we gaan bergwandelen in Tibet of we trekken in het voetspoor van de Azteken door Peru. En waarom niet? Reizen is gerieflijk, reizen gaat snel, en als je een beetje handig winkelt hoeft het niet eens veel te kosten. In de 17de eeuw was dat wel anders. Toen duurde zelfs het in onze ogen onbenulligste tochtje ongelooflijk lang. De trekschuit van Amsterdam naar Utrecht deed er zeven uur over. Voor het traject Culemborg-Wageningen over de weg moest men acht uur uittrekken. En goedkoop? Het ritje van Culemborg naar Wageningen kostte in 1669 acht gulden, voor die tijd niet bepaald een gering bedrag. Bovendien was reizen ongezond en gevaarlijk.


Lambert Doomer
De stadsmuur van Nantes, ca. 1670
Pen in bruin, penseel in grijs, 236 x 414 mm


Onderweg kon men de vreselijkste kwalen opdoen, want in de herbergen was de hygiëne meestal ver te zoeken. En dan was er altijd het risico dat de argeloze reiziger door struikrovers werd overvallen en uitgeschud. Wie zoiets overkwam mocht blij zijn als hij het kon navertellen. Toch werd er ook in de 17de eeuw heel wat afgereisd: door jongelieden van goeden huize die ter vervolmaking van hun opvoeding Italië bezochten, door kooplieden, die wel moesten, door pelgrims die ter bedevaart gingen, en niet in de laatste plaats door kunstenaars.


Jan van Goyen
Gezicht op Kleef, 1650
Zwart krijt, 98 x 157 mm



Reizen naar de Oudheid en de Renaissance
Wie echt grote artistieke ambities had en schilder van bijbelse en mythologische taferelen wilde worden, was eigenlijk wel verplicht een reis naar Italië te maken. Daar kon men immers de kunst en architectuur van de Klassieke Oudheid en de werken der grote schilders van de Renaissance bestuderen. De dichter Constantijn Huygens vond dan ook dat hij de jeugdige historieschilders Rembrandt van Rijn (1606-1696) en Jan Lievens(1607-1674) – die hij overigens allebei zeerbewonderde – stevig moest kapittelen omdat ze geen aanstalten maakten de tocht naar Italië te ondernemen. Die onwil kon volgens Huygensaan niets anders te wijten zijn dan aan dat vleugje onverstand bij figuren die voor het overige zo geniaal zijn. Rembrandt en Lievens gaven zelf als excuus dat ze hun tijd wel beter konden gebruiken dan die met reizen te verdoen. Maar misschien hadden ze eenvoudigweg geen zin in alle rompslomp.


Gerbrand van den Eeckhout
Glooiend landschap met Arnhem in de verte, ca. 1651-53
Pen in bruin, 192 x 274 mm


Een veel mindere ster aan het artistieke firmament, de Haarlemse schilder Vincent Laurensz van de Vinne (1628-1702), getroostte zich wél de moeite van zo’n verre reis, maar door oorlogsomstandigheden bereikte hij zijn reisdoel Italië niet. En ook in Zwitserland voelde hij zich niet op zijn gemak: Het meeste dat mijn speet en altijt spijten sal, is dat ick soo heerlijcken en vreemden lant van bergen, klippen, water vallen, revieren en uijtstekende verschieten heb moeten door reijsen sonder bij na ijets te durven teijkenen, want de boeren hier ymant op betraept hebbende, souden hem voor een spijon en verrader wel licht gevat en sonder verder procederen op gehangen hebben, schreef hij in zijn dagboek. De boeren waren het namelijk niet eens met een aantal belastingen die hun van hogerhand waren opgelegd. Heel wat gemakkelijker zal Lambert Doomer (1624-1700) het gehad hebben, die in 1646 naar Frankrijk reisde. In Nantes had hij twee broers wonen, dus over zijn logies hoefde hij zich geen zorgen te maken. Met het huis van zijn broers als uitvalsbasis tekende Doomer een flink aantal gezichten op, in en om Nantes. De hier afgebeelde tekening, een gezicht op een wel zeer pittoresk deel van de oude stadsmuur, moet gebaseerd zijn op een studie die Doomer ter plaatse maakte. Het is een weliswaar eigenhandige, maar lang na de reis ontstane herhaling, een uit een grote reeks van dergelijke tekeningen die hij waarschijnlijk in het begin van de jaren zeventig maakte. Deze latere versies tekende Doomer op papier uit een kasboek, dat te her kennen is aan twee horizontale lijnen in rood bruine inkt, bedoeld om de op te tellen bedragen netjes onder elkaar kunnen noteren. Doomer was redelijk welgesteld en hoefde niet voor zijn brood te werken. Zijn ‘reprises’ van zijn oude reisschetsen tekende hij wellicht op verzoek van bevriende verzamelaars.  


Email to Friend

Fill in the form below to send this article to a friend:

Email to Friend
* Your Name:
* Your Email:
* Friend's Name:
* Friend's Email:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image
* Message:

Comments (0)

Post a Comment (showhide)
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:


Bookmark and Share




List of Authors


JQuery PowerPoint