Perdok pas perdu - Het tweede schilderleven van Henk Schellevis

In de kunstgeschiedenis probeert men kunstenaars op basis van kenmerkende eigenschappen van hun werk onder te verdelen in bepaalde stijlgroepen. Dat maakt de geschiedenis helder en overzichtelijk. Maar deze classificatie leidt er tevens toe dat van deze kunstenaars de werken die niet binnen de betreffende stijltypering passen buiten de aandacht van het grote publiek vallen. En juist het a-typische werk van een kunstenaar kan zo boeiend zijn.


Perdok (ps.Henk Schellevis, 1913)
Stilleven
30 x 40 cm
Gemengde techniek op papier


Utrecht
Een paar weken geleden was ik met een vriend op bezoek bij de kunstenaar Perdok, pseudoniem van de schilder en tekenaar Henk Schellevis (1913). Hij staat in de kunstgeschiedenis bekend als een surrealist. Dat is te begrijpen, want in de jaren veertig van de vorige eeuw maakte hij deel uit van de groep Utrechtse kunstenaars die tijdens de oorlog onder meer verantwoordelijk was voor de uitgave van het surrealistische tijdschrift De Schone Zakdoek. Dit tijdschrift, dat van hand tot hand ging, verscheen in een oplage van één exemplaar, opdat de bezetter het op deze manier niet als officiële publicatie zou beschouwen en dus ook niet als illegaal tijdschrift. Bovendien hadden de eerste olieverfschilderijen van Perdok, in deze periode ontstaan, typisch surrealistische kenmerken, die aan het vervreemdende werk van Pyke Koch deden denken. De kunsthistorische positie van Perdok temidden van de Utrechtse surrealisten is om die reden niet misplaatst. Maar reeds in 1949 verhuisde Perdok van het stille Utrecht naar het luidruchtige Amsterdam, waar hij tot 1976 lesgaf aan de Kunstnijverheidsschool, de latere Rietveldacademie. En met deze verhuizing voltrok zich in zijn werk een opvallende stijlverandering en begon voor Perdok een tweede schilderleven.


Perdok (ps.Henk Schellevis, 1913)
Stilleven
30 x 40 cm
Olieverf op papier


Amsterdam
In Amsterdam kwam Perdok in aanraking met de schilders van COBRA en er volgde een periode van impulsiever werk. In een kleine, anonieme recensie van zijn tentoonstelling in 1958 bij Galerie Le Canard werd zijn werk omschreven als  “…werk dat een heel eigen toon aanslaat. (…) Het is echt picturale kunst, niet verbeelde philosophie, door en door modern en toch niet extravagant of puzzle-achtig.” Kennelijk had Perdok afstand genomen van het verhalende surrealisme en in zijn schilderijen meer de mogelijkheden van het materiaal onderzocht, zonder echter de esthetische kwaliteiten uit het oog te verliezen. Met zijn omschrijving noemde de recensent twee belangrijke elementen van dit werk, namelijk het technisch experiment in combinatie met de esthetiek. Deze elementen hadden echter niet noodzakelijk een bepaalde stijl tot gevolg. En ook dat is kenmerkend voor dit latere werk van Perdok; het is uiterst gevarieerd. Het ene schilderij is sterk geometrisch vormgegeven, terwijl een volgend doek uit organische vormen is opgebouwd. En waar sommige van zijn tekeningen zeer precies zijn, lijken andere bijna willekeurig opgezet. Maar deze willekeur is schijn, want bij nadere beschouwing heeft Perdok meerdere zogenaamd ‘willekeurige’ tekeningen gemaakt die sterk vergelijkbaar zijn, maar steeds op kleine details van elkaar verschillen. Ze zijn dus klaarblijkelijk gebaseerd op een weloverwogen vormonderzoek.


Perdok (ps.Henk Schellevis, 1913)
Vrouw op stoel (ca. 1950)
25 x 30 cm
Lijntekening O.I.-inkt op papier/gesigneerd


Vergeten maar niet verloren
Deze eigenzinnige verandering in het werk van Perdok is in de kunstgeschiedenis, zeker in vergelijking met zijn surrealistische periode, onderbelicht. Een project van zijn hand dat nog wel redelijk wat aandacht kreeg in de pers was zijn vervaardiging van een aantal mozaïeken voor het Utrechtse hoofdbureau van politie in 1959, met het verkeer als onderwerp. Eén van de recensenten die hierover publiceerde was Cor Schilp, die in het Utrechts Nieuwsblad schreef, “Terwijl hij vroeger de optische verschijningsvorm vrijwel ongerept liet, deformeert hij thans. Hij plaatst mensen en dingen vaak niet afzonderlijk, naast of tegenover elkaar, maar laat de mensfiguur, vaak tot een enkele schematische lijnen te herleiden, door het mechanisme van het straatverkeer heen spelen.“ Maar diepgravender beschouwingen bleven achterwege. Zo af en toe exposeerde Perdok nog wel, onder meer bij Galerie D’eendt, de opvolger van Le Canard, en bij Magdalena Sothmann, maar over het algemeen hield de bescheiden Perdok zijn werk voor zichzelf. Zijn werk was mij dan ook onbekend toen ik het, zoals gezegd, een paar weken terug in zijn atelier onder ogen kreeg. En de verrassing die het bij mij teweeg bracht was om die reden volledig, aangezien het mij trof als een volstrekt oorspronkelijk oeuvre. Niet in een bekende stijl onder te brengen, soms kleurrijk en dan weer monochroom, afwisselend druk en rustig, grillig en gelijkmatig, maar altijd uitgekristalliseerd. Dit werk mocht in de kunstgeschiedenis dan wel vergeten zijn, maar het was godzijdank niet verloren.


COPYRIGHT 2009 drs. Jaap Versteegh, alle rechten voorbehouden
Niets uit dit artikel, inclusief begeleidende illustraties, kan of mag gereproduceerd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurrechtelijke houder.





Related Links

Email to Friend

Fill in the form below to send this article to a friend:

Email to Friend
* Your Name:
* Your Email:
* Friend's Name:
* Friend's Email:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image
* Message:

Comments (1)

Tiel Wibaut
Said this on 5-5-2009 At 07:58 pm
I know Henk Schellevis personnaly, he presented us with some of his works and I have bought one in sepia crayon.
Post a Comment (showhide)
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:


Bookmark and Share




List of Authors


JQuery PowerPoint