Search

Advanced Search

Rijksmuseum Amsterdam

The Rijksmuseum Amsterdam, owned by the state, is the largest and most important art and historical museum of the Netherlands. The museum owns major works of Rembrandt van Rijn and counts more than 1 million objects in its collections.

Het Rijksmuseum Amsterdam is het grootste en belangrijkste kunst- en geschiedkundige Rijksmuseum van Nederland en is eigendom van de staat. Het bevat onder meer topstukken van de kunstschilder Rembrandt van Rijn en telt ruim 1 miljoen voorwerpen in zijn collectie.

Rijksmuseum
Jan Luijkenstraat 1
Amsterdam
t. 020-6747000
www.rijksmuseum.nl

(Page 1 of 2)   
« Prev
  
1
  2  Next »

 Articles by this Author

In de jaren ’50 van de 18de eeuw trok de economie in Nederland aan en kwam er langzaam maar zeker weer vraag naar luxueuze consumptieartikelen. Bovendien was als gevolg van de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) de productie van faïence en porselein in Oost-Frankrijk en Duitsland weggevallen. Dit bood goede kansen voor het starten van een porseleinfabriek in Nederland. 

In mei 1778 scheepten Jan Brandes en zijn vrouw Truy zich in op de Oost-Indiëvaarder Holland. Brandes werd als lutherse dominee uitgezonden naar Batavia, het centrum van het koloniale rijk van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Jan Brandes was geboren in Bodegraven, had gestudeerd in Leiden en Duitsland en als predikant gewerkt in Doetinchem.

De schilderkunst in de Nederlanden kwam tot grote bloei dankzij de uitvinding van het schilderen in olieverf aan het begin van de 15de eeuw; doorgaans wordt aangenomen dat Jan van Eyck de eerste was die deze techniek onder de knie kreeg. Olieverf droogt vrij langzaam waardoor de schilder veel tijd heeft voor fijne details, mooie, geleidelijke kleurovergangen kan maken en een foutje vrij gemakkelijk kan herstellen. Dat in een schilderij zulke prachtige effecten kunnen worden bereikt – een glanzende parel, een blozende wang, het wuivende groen van een boom – is aan de uitvinding van de olieverfschilderkunst te danken. En dat de mensen bij het horen van het woord ‘kunst’ vaak aan ‘schilderkunst’ denken, komt omdat er al eeuwenlang een grote bewondering is voor de betoverende wereld – net echt – in het platte vlak van een schilderij.

Alle vier tuimelen ze door de ruimte, als astronauten uit een ontplofte capsule, als klerken uit een brandende wolkenkrabber, Tantalus, Icarus, Phaëton en Ixion, op de vier prenten die Hendrick Goltzius in 1588 vervaardigde. Mooie afbeeldingen, tondo’s, die door hun perspectief en doordat ze rond zijn een zuigende, wervelende uitwerking op onze blik hebben. Ze bewerkstelligen een gevoel van duizeligheid, een vermoeden van hoogtevrees.

Op tafel ligt een tekening van een verminkte hand. Het is de rechterhand van Hendrick Goltzius (1558-1617), wiens virtuoze prenten en tekeningen bij tijdgenoten in heel Europa bewondering afdwongen, onder meer aan het Praagse hof van keizer Rudolf II. ‘En met deze hand’, benadrukt conservator prentkunst Huigen Leeflang, ‘heeft hij al die fantastische werken gemaakt!’ Goltzius hanteerde met schijnbaar evenveel gemak de pen, de burijn en – op latere leeftijd – het penseel.

Jean-Etienne Liotard wordt beschouwd als een van de belangrijkste 18de-eeuwse pastelschilders van Europa. Zijn portretten, oosterse taferelen én zijn excentrieke uiterlijk maakten hem populair aan het hof in Wenen, Londen, Parijs en Den Haag.

Lang werd de uitvinding van de toverlantaarn zoals wij die thans kennen, toegeschreven aan de Duitse Jezuïet Athanasius Kircher (1602-1680). Deze pater gebruikte de lantaarn om afvallige gelovigen weer naar de kerk te lokken. Onder zijn pij verstopte hij een eenvoudige toverlantaarn met op het glasplaatje een realistische afbeelding van de duivel. Dit plaatje projecteerde hij van buiten af op de ramen en de volgende zondag zat zijn kerk weer vol omdat de mensen dachten dat de duivel echt verschenen was. Vandaag de dag vermoedt men dat Christiaan Huygens (1629-1695) de uitvinder van de toverlantaarn is geweest, aangezien er een brief van hem is gevonden waarin hij een toverlantaarn met plaatjes beschrijft, tien jaar voordat Kircher dat deed.

In en rondom het kleine stadje Arita op het Zuid-Japanse eiland Kyushu lagen tientallen ovens, waarin sinds het begin van de 17de eeuw het porselein werd gebakken dat over de hele wereld werd uitgevoerd. In Europa is Japans porselein dan ook vooral bekend in de vorm van exportporselein. Deze tentoonstelling richt zich echter op een heel ander soort: het porselein dat geproduceerd werd voor de Japanse binnenlandse markt, afgestemd op de smaak van de Japanse consument. De motieven werden ontleend aan Chinese en Japanse schilderstijlen of Japans textiel, de vormen van de voorwerpen waren gericht op de Japanse eetcultuur.

Michael Sweerts (1618-1664) is één van de meest bijzondere en tegelijk raadselachtige schilders van de 17de eeuw. Niet alleen vanwege zijn mysterieuze schilderstijl, maar ook door de mythevorming rond zijn persoon. Een eenling werd hij genoemd, een melancholicus, een godsdienstfanaat, een ruziezoeker en een homoseksueel. Hij is één van die onbekende meesters die pas omstreeks 1900 werd ontdekt. Niet zo vreemd, want veel van zijn schilderijen zijn niet gesigneerd en maar drie dragen een datum. Bovendien bevonden de meeste schilderijen zich toen bij particulieren thuis en was de naam van de kunstenaar allang vergeten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Sweerts’ werk aanvankelijk nogal eens aan andere schilders werd toegeschreven. Aan Nicolas Poussin bijvoorbeeld, omdat Sweerts net als deze Franse schilder een voorkeur had voor uitgekiende composities van figuren die aan klassieke beelden doen denken.

Rococo : Nederland aan de Zwier

Rococo op de natuur geënte, anti-klassieke vormgeving onstond in Parijs en verspreidde zich vanaf ongeveer 1730 over geheel Europa. Nederland was meer dan 50 jaar in de ban van deze eigenaardige stijl.  Kunstenaars rond het hof van de Franse koning Lodewijk XV stonden aan de wieg van de nieuwe mode die daarom ook wel Lodewijk XV-stijl wordt genoemd. Enkele edelsmeden worden beschouwd als de grondleggers van het rococo. Claude II Ballin (1661-1754) was een van hen.