De Mythe van de Doktor-Schilder leeft voort…

Een bezoek aan museum De Wieger in Deurne
Hendrik Wiegersma 1891-1969

 

Hendrik Wiegersma  - Medicus Pictor  1957
Hendrik Wiegersma, Medicus Pictor, 1957, olieverf op board


Ondanks alle negatieve berichten die verband houden met de bezuinigingen die de Gemeente Deurne wil afwentelen op het cultuurveld,  en die dus van grote invloed zijn op dit sympathieke museum, het “kleinood in de Peel” , zoals ze zich zelf noemen, is dit museum bereid de strijd met “het gezag”  aan te gaan. Net zoals dokter Hendrik Wiegersma in zijn tijd al een vechter was, volgt het museum zijn sporen niet alleen in artistiek oogpunt. Tijd om eens hier op bezoek te gaan om te zien welke effecten dit heeft op de kunst.  
Hendrik Wiegersma was een bevlogen man. De dorpsarts die zich in 1917 als pas afgestudeerd huisarts vestigde in het arme Deurne, besefte zich op dat moment nog niet hoe groot zijn naam en faam zich verder zouden ontwikkelen. In Museum De Wieger in Deurne zijn daar veel antwoorden op te vinden.



De medicus-pictor
De man die een mythe is geworden, was een figuur vol contrasten. Weerbarstig en betrokken, afstandelijk en genegen, soms afkeer en soms waardering, zowel (ir)rationeel als  emotioneel. De etiketten zijn gemakkelijk te plakken. Directeur Frank Lubbers is het daar helemaal mee eens : “Hendrik Wiegersma moet geen gemakkelijke man zijn geweest.”

In eerste instantie verwonder ik me erover dat ik zo weinig werk van hem in het museum zie, maar de uitleg verklaart alles: “We hebben een groot aantal werken van hem in de collectie, maar we kunnen dat niet altijd laten zien, want het museum is niet zo groot, wel hebben we altijd enkele werken hier hangen in de Wiegersma-zaal. Eens in de zoveel tijd, en dat is onlangs gebeurd, dan laten we een heleboel werk zien.” Ik had dus eigenlijk een paar maanden eerder moeten komen om meer te zien, maar het stoort me niet eens. In het hele gebouw proef ik de sfeer die er in bewoonde staat moet hebben gehangen. Ik kan me nu een voorstelling maken van atelier, van woonkamer, van spreekkamer.

“We hebben zoveel werk van hem dat we keuzes kunnen maken. We wisselen af en toe wel, zo hangt er nu een onbekend werk van hem dat we hebben laten restaureren, een soort pastiche haast op een werk van Jeroen Bosch, Christus als kruisdrager, de bespotting van Christus, dat is op een stuk hardboard geschilderd.”  Er spreekt wel erg veel expressie uit dit werk, in het midden de deemoedige Christusfiguur met eromheen alle hem bespottende en hem honende mensen. Het werk hangt naast een groot zelfportret, dat de zaal in kijkt met een soort ogen die verder kijken dan die zaal. De geloken oogleden zie je vaker terug in zijn werk. Er hangen nog enkele zelfportretten en als je dan die ogen vergelijkt met de hele  serie zwart-witfoto’s die er ook hangt, zie je pas hoe treffend die ogen eigenlijk zijn. Denk even de beroemdheden op de foto’s weg, kijk even niet naar vrouw en kinderen, kijk even alleen naar die man. De expressie in de ogen is op de foto’s haast identiek aan de expressie in de werken.

Hendrik Wiegersma foto
Hendrik Wiegersma

Hij maakte veel portretten, landschappen ook, maar zelfs spotprenten en illustraties. Hij schreef . Als arts was hij geliefd bij de bevolking, hoewel niet bij iedereen. Hij hield zelf zijn mythe stevig in stand, evenals alle verhalen eromheen. Je wist bij hem nooit zeker of het fantasie of werkelijkheid was, die scheidslijn is bij hem flinterdun. Een man met een groot eigen ik, vaak ruzie met anderen, maar sociaal sterk in de schoenen staande.


De verzamelaar
Hij is de man over wie tal van verhalen de ronde blijven doen. Het kunnen onderscheiden van fictie en realiteit is daarbij van minder belang. Hij was in het dorp de arts met het sociale hart, de man die met zijn paard, zijn motor of zijn auto het dorp doorkruiste. De man met oog voor hygiëne, voor sociaal zwakkeren, de man die volgens eigen zeggen acht uur per dag dokterde, acht uur per dag schilderde,  en acht uur sliep. Volgens de overlevering stond er zelfs in zijn spreekkamer een schildersezel. Terwijl een patiënt zich op zijn verzoek voor onderzoek ontkleedde, zette hij weer enkele streken met zijn penseel op het doek. Niet zelden kwamen patiënten thuis met een medicijn uit zijn eigen apotheek, maar ook met verfspatten op het lichaam.

Het is goed om in het museum de documentaire over Hendrik Wiegersma te bekijken waarin hij zelf aan het woord is. De zwartwitbeelden van een wonderlijk, maar wel zeer zelfverzekerd persoon, spreken boekdelen. Hendrik zelf aan het woord:



Ik leerde de mensen hoe ze de kindertjes moesten voeden, hoe ze die moesten leren lopen, hoe ze gewassen moesten worden. Ik leerde hoe ze van die kinderen een mens moesten maken, hoe ze die moesten opvoeden zodat hun sterftecijfer omlaag ging.


Mijn vader en moeder kenden geen kunst. De kunst is als een fantoom gekomen. Plotseling uit het niets is het gevoel voor schoonheid in mijn ziel ontstaan. En ik geloof dat het gekomen is doordat onze lieve God gezegd heeft : Jij eenzame mens, ik wil je helpen. Je krijgt iets van me waarmee je het leven mooier kunt maken En mijn leven is met de kunst mooier geworden.



Hij spreekt de zinnen met zoveel pathos uit dat het lijkt of hij zelf het meest overtuigd is van eigen kunnen, op welk gebied dan ook. Een zekere trots kan hem niet ontzegd worden. Deze filmbeelden zeggen meer dan een beschrijving die je in een boek leest.

Behalve het creëren van eigen werk, was hij een groot verzamelaar. Hij verwierf veel eigentijdse kunst en verzamelde verwoed de op het Brabantse platteland vervaardigde volkskunst in de vorm van wandelstokken, breischeien, mesheften. Deze collectie werd later door het Openluchtmuseum in Arnhem aangekocht. De verhalen gaan heel sterk dat niet alle objecten die ouderdom hadden die eraan werden toegedicht. 

Hij liet in 1922 de architect Cor Roffelsen het kolossale woonhuis in Hollandse neorenaissancestijl bouwen, net even buiten de dorpsgrens. Het kreeg de naam “De Wieger” omdat dat ook de naam was die de dorpsbevolking hem had gegeven. Het werd de plek voor zijn woning, zijn praktijk en zijn atelier en na zijn dood werd het verbouwd tot museum.

 

Hendrik Wiegersma  - De Motorrijder 1926
Hendrik Wiegersma, De Motorrijder, 1926, olieverf op doek


Roem
Na een ontmoeting die Wiegersma in 1925 had met de schilder Otto van Rees, begon Hendrik als een bezetene te schilderen. Van Rees, de kubist die uit een nest kwam waarin vrijdenkers, anarchisten, filosofen en kunstenaars, kind aan huis waren, werd later de man die met zijn experimenten zeker als tussenpersoon een belangrijke rol in de Nederlandse kunst heeft gespeeld. Zijn netwerk was omvangrijk en ook dat vond zijn weerslag in huize De Wieger. Samen met Moissey Kogan , de joods-russische beeldhouwer en graficus, stimuleerden zij Wiegersma zijn talenten verder te ontwikkelen. Mede door hun invloed werd het landelijke Deurne het culturele trefpunt voor kunstenaars en intellectuelen uit binnen- en buitenland. Wiegersma had contacten met o.a. Ossip Zadkine, Constant Permeke, Aldous Huxley, Joep Nicolas  en Jan Engelman. Dat die contacten vaak tot langdurige vriendschappen leidden, was voor hem noodzakelijk, al zal menige dorpsbewoner zich vaak verwonderd hebben over al die kunstenaars met hun capriolen. Wiegersma bleef als bindende factor verbonden met de Brabantse wereld om hen heen, al had hij moeite alle veranderingen te accepteren. Het contrast tussen tragiek en vreugde bleef ook. In het boek “Hendrik Wiegersma 1891-1969, medicus-pictor” (Uitgeverij Boom Amsterdam, 1997),  zijn schitterende voorbeelden te vinden van zijn beleving van het gezinsleven, de schilderkunst en de maatschappij. De patriarch die geen tegenspraak duldde, de ontembare kracht die hij had als schilder, de man die het dorp uit de achterstandsituatie wilde helpen. Zoveel verhalen zijn er, waarschijnlijk zijn er meer niet dan wel verteld. Het maakt de mythe alleen maar groter. Hij werd verguisd en geëerd, zelfs in een roman of speelfilm over hem zou je de scheiding tussen waarheid en fictie niet kunnen maken. Een goed producer zou met gemak een musical over hem kunnen maken, er zijn in dit land slechtere scripts voor het theater geschreven. Of de titel dan “de grote wonderdokter” , “de grote kunstenaar” of gewoon “Hendrik de Grote” moet worden, laat ik dan maar in het midden. De arts-pictor die de keuterboer en de burgemeester gelijk behandelde, maar ze naar draagkracht liet betalen. Alleen meneer pastoor wenste hij niet te behandelen.


De kunstenaar
Wiegersma was zonder enige twijfel een van de grootste expressionisten die ons land kende. In het begin,  nadat Otto van Rees hem had gestimuleerd, werkte hij als een bezetene en maakte in het eerste jaar meer dan 100 schilderijen. Daarvan zijn er slechts enkele overgebleven omdat hij alles wat hem niet beviel, gewoon vernietigde. Hij nummerde al zijn werken in volgorde. Omdat veel nummers ontbreken, is duidelijk geworden dat hij veel vernietigde. Tentoonstellingen in het Stedelijk Museum te Amsterdam (al in 1928) , het Musée de Beaux Arts in Brussel en op de Biënnales van Venetie  (zelfs twee  keer)  en Sao Paulo  vestigden zijn naam. Hij was erg succesvol in de jaren dertig.

Frank Lubbers : “Hij werd door de meest gerenommeerde kunstcritici van zijn tijd de hemel in geprezen en werd gezien als de grote belofte voor de Nederlandse expressionistische schilderkunst, terwijl toch ook mensen als Jan Sluijters en Charley Toorop aan het werk waren. De mensen die hem alle lof toezongen, waren Albert Plasschaert, Cornelis Veth, Jan Engelman, dat soort grote critici uit die tijd. Eigenlijk is er van die beroemdheid weinig meer over. Hij is nu veel meer beroemd als een heel bijzonder geval dan als belangrijke schilder. Alles bij elkaar maakt hem uiteraard wel bekend. Als beeldend kunstenaar heeft hij niet meer die statuur die hij had in de jaren dertig. Dat heeft te maken met een veranderingen in de receptie van zijn werk, maar ook met het feit dat hij slechts tot ongeveer 1940 belangrijk werk maakte. Daarna begon hij zichzelf te herhalen. Zijn portretten werden een soort koppen die uit hetzelfde model kwamen. Na de Tweede Wereldoorlog  kreeg het expressionisme een heel andere vorm waaruit Cobra ontstond , en het lyrisch expressionisme, waardoor hij helemaal aan de kant werd geschoven. Hij paste niet meer in het tijdsbeeld. Hij was een excentrieke man en wilde dat ook zijn.  Hij was vaak  inconsequent. Hij kon onredelijk uitvallen en het daarna weer snel goedmaken. Hij moet een gecompliceerd leven hebben gehad.

 

Hendrik Wiegersma  - Familie in de tuin 1934
Hendrik Wiegersma, Familie in de tuin, 1934, olieverf op doek


Jozef van Ruyssevelt
Op dit moment is er een grote tentoonstelling in het museum van Jozef van Ruyssevelt (1941-1985) , een te jong gestorven Vlaamse schilder. Onder de titel “De schilder van het intieme licht” is er een boeiende expositie van werken die gemaakt werden in zijn rommelige en kleurrijke landhuis. Vooral door de wisselwerking van zijn vervoering voor de schilderkunst en voor de muziek zijn met een nerveuze gehaaste toets werken gemaakt die aan de ene kant aandringen op het stilzetten van de tijd en anderzijds de haast tonen waarmee hij de huiselijke taferelen wilde vereeuwigen. En juist die werken komen in de huiselijke sfeer van De Wieger perfect tot hun recht. Een mooie aansluiting op het werk van Wiegersma is hiermee gemaakt.


Donkere wolken
Ongewild is het museum in zwaar weer terechtgekomen.
Frank Lubbers hierover: “We willen meer naamsbekendheid. We hebben al een goede naam, binnen Deurne weet iedereen dat dit een museum is, hoewel veel mensen uit het dorp hier nog nooit geweest zijn. Onze sterke punten zijn is dat dit de enige plek in Deurne waar een belangrijk deel van het cultureel erfgoed wordt gemaakt, en steeds weer wordt vernieuwd, door tentoonstellingen te organiseren die te maken hebben met het erfgoed van Wiegersma en de mensen uit zijn tijd. Hier ligt een hele geschiedenis, ook van zijn zoons Pieter en Friso, en van  mensen als Zadkine, Aldous Huxley, Permeke, Antoon Coolen. Een enorm belangrijke periode voor Deurne, en het is jammer dat dit niet altijd in ere werd gehouden door de Deurenaren zelf. Voor Deurne zelf is dit dus heel erg belangrijk.

Dit is een van de weinige musea die niet alleen een verzameling heeft van de figuratieve expressionistische schilderkunst uit de eerst helft van de vorige eeuw, maar die er ook hele tentoonstellingen omheen organiseert met de uitlopers ervan. Wij kunnen die hele periode tonen met onze collectie en met de wisseltentoonstellingen.”

Even aarzelt hij of hij de actuele situatie moet toelichten. Dan komt het hoge woord er toch uit:
“De verhouding tussen ons museum en de gemeente is altijd van enigszins problematische aard geweest. In 1976 begon dit als een gemeentelijk museum, maar door bezuinigingsrondes is die status niet meer aan de orde. Sluiting dreigde, maar door felle protesten vanuit de kunstenaarsgemeenschap kon het blijven bestaan binnen een Stichting. Weer later werd bezuinigd op de exploitatiekosten en op dit moment is het museum voor de derde keer in de gevarenzone. De sterk verminderde subsidie lijkt niet voldoende te zijn om het museum te runnen. Door vooral op dit moment creatief te begroten en met lagere kosten te werken kan de pijn enigszins beperkt worden gehouden. Alleen is dan een statisch museum het gevolg, zonder de nodige wisselexposities. Dit zou het bezoekersaantal ook fors beperken. De visie van de gemeente is duidelijk niet cultuurgericht, maar stoelt op economische gronden. Het besef dat hier boeiende tentoonstellingen kunnen worden gemaakt, lijkt nog niet helemaal bij de bestuurders te leven. Wij als museum willen dat soort boeiende tentoonstellingen blijven maken. Ik moet nu al mijn vindingrijkheid aanwenden om tentoonstellingen te maken van hoog niveau die niettemin weinig kosten, waarbij ik bruikleengevers en sponsors gewoon moet laten meebetalen aan de tentoonstelling. Dat is een enorme klus en ik vraag me af hoe lang dat goed kan gaan. De  gemeente is niet echt cultuurminded.”

Plannen zijn er genoeg, maar om die te kunnen uitvoeren voor weinig geld, ligt er een enorme uitdaging. De in de komende zomer geplande tentoonstelling “Het Barbizon van Brabant” kan helemaal gemaakt worden met werken uit museum Kennemerland. “Als je geen geld hebt, moet je geld uitgeven om weer geld te kunnen verdienen.  Zo moet er een mooi boek komen, dat geld kost, maar waarmee ik weer kan verdienen. Ik hoop dat ik meer van dat soort dingen tegenkom, waarbij ik vindingrijkheid nodig heb om de kunst te promoten. Overal is kunst een sluitpost en ik hoop dat wij als museum het krediet verdienen om die bewondering te oogsten en ons te laten belonen voor onze inspanningen.”


De  collectie van het museum is voor een deel ook op de site te vinden.  De andere gegevens zijn daar ook te vinden. Het museum heeft ook een actiesite gelanceerd om te protesteren tegen alle afwentelingen op het cultuurveld. Van harte aanbevolen.

 

Museum De Wieger

Museum De Wieger
Oude Liesselseweg 29
5751WN Deurne
www.dewieger.nl


  • 1-5-2012

Comments (2)

Frank Lubbers
Said this on 12-5-2012 At 06:53 pm
Geachte heer Nagelkerke,

Het is een leuk geschreven en onderhoudend artikel geworden. Een kleine correctie evenwel. Waar u schrijft "Museum Kennemerland" moet dat zijn "Museum Kempenland" in Eindhoven, dat als museum helaas niet meer bestaat (wegbezuinigd door de gemeente) maar waarvan de collectie gelukkig nog bij elkaar is gebleven en voor bruiklenen beschikbaar. Zie: www.museumkempenland.nl

Met vriendelijke groet,

Frank Lubbers
Jacques Nagelkerke
Said this on 13-5-2012 At 07:18 pm
Beste heer Lubbers,
Met excuses voor de gemaakte fout uiteraard. Bij deze is dit gecorrigeerd. Verder nogmaals dnak voor de gastvrije ontvangst !
Jacques Nagelkerke
Post a Comment
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:

Was it of interest?  Why not share it with others!