Ga mee op expeditie in Dordrecht - De Indische tekeningen van Frans Lebret

 

“Ja, als ik in mijn klamboe lig te dromen……….” . Hoe vaak is ons Indië in vroeger dagen niet bezongen in populaire liedjes. Het land riep een exotisch gevoel op, een verlangen, maar tegelijk ook koloniale gedachten. De Nederlander droomde van een onbereikbaar land, waar je pas na veel weken varen kon komen. Een reis erheen was duur, maar de herinneringen die je overhield, waren onbetaalbaar. Herinneringen die weer vervaagden door politieke en politionele conflicten vertroebelden het beeld daarna weer.   
Sterke machten van buitenaf zijn altijd aangetrokken geweest door de natuurlijke rijkdommen van het land. De eerste groepen Europeanen arriveerden in 1512. Achtereenvolgens waren het de Portugezen, de Hollanders en de Britten, die probeerden de herkomst van onder andere nootmuskaat, kruidnagel en peper te vinden en zo de internationale handel erin te beheersen. Toen de Verenigde Oost-Indische Compagnie in 1798 failliet ging, werd Indonesië onder de naam Nederlands Oost-Indië een nationale kolonie. 
Op het eiland Java werd al op grote schaal suiker geproduceerd, maar toen vanaf 1830 in het Cultuurstelsel werd bepaald dat de boeren op Java een vijfde deel   van hun land beschikbaar moesten stellen voor de teelt van suikerriet , leidde dit opnieuw tot grote winsten voor Nederland, maar voor de Javaanse boeren die  op het land en in de suikerfabriek verplicht moesten werken, was er geen echte verbetering in de leef- en werkomstandigheden.
Een van de mensen die op Java fortuin maakte als suikerfabrikant was Gerrit Lebret. In 1863 kreeg hij daar familie op bezoek: zijn broers Frans Lebret  en Jan Hendrik Lebret maakten de lange reis naar Java. De twee broers begonnen als toeristen aan een riskante trip, die normaal alleen vanwege economische, wetenschappelijke of politieke doelen ondernomen werd. 
Frans Lebret  (1820-1909)  was een kunstenaar uit Dordrecht, die vooral bekend was om zijn oer-Hollandse landschappen met schapen. Omdat de Dordtenaren volgens een legende nog steeds ‘schapenkoppen’ worden genoemd, zijn die vaak levensgrote schilderijen van Lebret sterk met de stad verbonden. De twee broers maakten de reis,  en de indrukken die Frans Lebret opdeed tijdens de reis zijn vastgelegd met schrijf- en tekenpen. Het reisverslag werd opgetekend en van de ruim honderd tekeningen in potlood, Oost-Indische inkt en waterverf is een selectie gemaakt die wordt tentoongesteld in het Dordrechts Museum.
De tentoonstelling is zeer smaakvol te noemen. In het kader van een groter evenement in Dordrecht, de INDOrdt Fair 2011, is door assistent-conservator Wyke Sybesma een selectie gemaakt . Die wordt aan de hand van een grafische tijdlijn aan de bezoeker gepresenteerd. Bovendien is als extra de reis langs verschillende landschappen, bezienswaardigheden en mensen ook online te volgen.
Frans Lebret vertrok per trein naar Marseille op 15 januari 1863. Daar nam hij het stoomraderschip  naar Alexandrië, waarna het per trein weer verder ging naar Caïro, waar hij op 25 januari arriveerde. Vanaf Suez  ging de reis verder per schip. 
Uit zijn verslag:
“….Woestheid zonder leven blootgesteld aan eene brandende hitte over dag, afgewisseld door zoele winden, die het heette zand als een wolk des verderfs medevoeren… “ 
We zien gedetailleerde tekeningen in diverse technieken, penseeltekeningen, potloodtekeningen, gewassen pentekeningen, aquarellen en krijttekeningen. Het is alsof Lebret alles wilde vastleggen als souvenir, met hetzelfde gemak waarmee wij de camera hanteren om landschappen en mensen te fixeren.  Je kunt de  tentoonstelling dan ook echt bekijken als een reportage waarmee iemand zijn indrukken heeft vastgelegd en die met iedereen wil delen. Of het nu een ezelrijdende Arabier betreft, het gezicht op de Rode Zee met de berg Sinaï of de piramides bij Gizeh, we zien hier werk van een technisch begaafde vakman met veel gevoel voor details. Hij wilde graag “nog eens ooggetuige zijn van het Oostersch leven”  en zijn indrukken zijn goed geconserveerd. 
“….Het grootsch aanzien van het landschap, gestoffeerd door verschillend gedreven wordende karabouwen en koeyen, welke ’t geheel tot zoveel schilderijen stof gaf, als men slechts begeerde….”
De duidelijke tijdlijn onder de werken geeft een heldere aanduiding van de steden en dorpen waar hij verbleef en de gebieden die hij bezocht. Batavia, Surabaya, Pasuruan, Yogyakarta. De Borobudur, Pekalongan, allemaal plekken die herinneringen oproepen aan ons koloniaal verleden. De drie broers trokken samen over het eiland Java. Je kijkt naar hun reis of je in een plaatjesboek zit te kijken van vroeger. Dagtochtjes werden gemaakt, maar ook langere tochten, zoals een vierdaagse tocht naar het Tengergebergte.  De citaten onder de tekeningen maken het extra boeiend:
“….het reinigen van elkanders hoofd langs den openbaren weg, waaraan nog een curiositeit verbonden is, die ik nauwelijks wagen durf te vermelden: hetgeen opgespoord, wordt met gretigheid verorbert….”
Vaak zijn het de alledaagse werkzaamheden en de landschappen die getoond worden, maar vooral de nietigheid van de mens in de natuur komt duidelijk naar voren. Het in kleur gemaakte werk heeft als hoofdtoon een bijna mystiek groen die de natuurgetrouwheid en de levendigheid een sfeer geven die elke bezoeker aan Java herkenbaar moet voorkomen.  Er is een grote fascinatie voor de mensen, hoe ze eruit zien, de kleding, de houding. Hij is onder de indruk van de statigheid van de mensen en van de kleurige gewaden.  Hij geeft een goed beeld van wat hij belangrijk vindt en legt juist die dingen vast. Hij is echt een toerist die de plaatjes mooi maakt.  Titels zijn ook toeristisch: ‘….de inlanders langs den weg zittende….”  Alsof je het zelf bij je gemaakte foto zou schrijven……
Er is ook in het verslag ruimte voor drama:
“….Het jongske onmiddellijk door de kaaiman aangegrepen, door een slag met den poot bedwelmd en alzoo onder water geslagen. Eene worsteling om het kind werd onder vreeslijk geschreeuw door der moeder gewonnen….”
Het bezoek aan Java, maar ook de reis erheen, moet voor de gefortuneerde westerling Lebret een ware cultuurschok geweest zijn. Het reisverslag dat ook op de tentoonstelling wordt getoond, getuigt daarvan. De grootste ongemakken, de hitte waardoor hij niet kan slapen en die hem neerslachtig maakt, het klimaat, het ongedierte. Hij schrijft erover, om zijn eerlijke indrukken vast te houden voor  later.   
Boeiend is het om die reis te volgen via de site www.expeditiejava.waarbenjij.nu
Een medium van nu om de reis van toen van dag tot dag te kunnen volgen.
Vandaag, 8 september 2011 staat daar te lezen:
“….Aan de rede van Galles besluiten we met enkele reisgenoten aan wal te gaan. We verbazen ons over de loods die aan boord komt “met eene boot bestaande uit een uitgeholden boomstam, waarop aan weerszijden twee plankjes met bamboe of rotting schillen verbonden waren, om hooger opstand te verschaffen, met een zoogenaamde uitlegger aan eene zijde, die met stokken van hout en met touwen van ’t haar van kokosnooten aan de twee einden verbonden zit. Zoo kozen wij van de veele om ’t schip zweevende booten, toch liever eene, op Europesche wijze gebouwde boot, en staken in groot gezelschap af en stapten wij kort daarop aan wal…”
Hij tekent en beschrijft de reis naar Java, op het land en vanaf het schip. Op de tentoonstelling is alleen de heenreis te zien en het verblijf op Java. De terugreis die  begon op 30 april 1863, is wel beschreven , maar wordt niet getoond. De tekeningen komen uit de eigen collectie van het museum. Een stukje historie is op deze manier levend gemaakt. Als Europeaan heeft Lebert op een neutrale manier gekeken naar deze voor hem nieuwe wereld en die inderdaad fotografisch vastgelegd. De expositie is opgezet vanuit een historisch en niet vanuit een kunsthistorisch perspectief. Hoe reis je, hoe lang duurde het, wat maak je dan mee, de kernbegrippen waar het om draait. De tentoonstelling kan ‘gelezen’  worden als een soort stripverhaal en zal zeker de nazaten van de mensen aanspreken die vanuit ‘ons Indië’ hier zijn komen wonen, maar ook de gewone museumbezoeker die een andere kant van een kunstenaar wil zien. Het manuscript is nooit gepubliceerd, dat was ook niet de bedoeling, maar misschien dat ooit nog fondsen vrijgemaakt kunnen worden om manuscript en tekeningen te bundelen en alsnog te publiceren. Het Dordrechts Museum heeft er wel belangstelling voor. 
Er is gebruik gemaakt van de eigen teksten van Frans Lebret, vooral om de sfeer van die tijd op te roepen.  Het Dordrechts Museum is er op die manier prima in geslaagd om manuscript en tekeningen samen te laten komen in een boeiende presentatie. 
Er komen veel reacties van mensen die op Java geboren zijn en die herkenningspunten zien, maar bij wie vooral emotie en nostalgie naar boven komen. Zelf sprak ik een paar bezoekers aan. Een mevrouw die in 1957 Java had verlaten, was diep onder de indruk, maar toonde ook verwondering. Bepaalde punten, zoals een postweg die zij herkende, maar die in haar herinnering verhard was, zag ze hier op een prent terug als zandweg. Ze vond het allemaal heel bijzonder en heel mooi. Ik denk dat de tentoonstelling een aanrader is voor iedereen die op een of andere manier een band heeft met ons “oude Indië” of er misschien nog wel een keertje heen wil, niet met boot en trein en niet met pen en papier, maar vliegend en met de camera. Ik zet ook dit ongetwijfeld mooie eiland vast op mijn verlanglijstje ! 
Tentoonstelling Expeditie Java- De Indische tekeningen van Frans Lobret
Loopt nog tot en met 31 oktober 2011
www.dordrechtsmuseum.nl

“Ja, als ik in mijn klamboe lig te dromen……….” . Hoe vaak is ons Indië in vroeger dagen niet bezongen in populaire liedjes. Het land riep een exotisch gevoel op, een verlangen, maar tegelijk ook koloniale gedachten. De Nederlander droomde van een onbereikbaar land, waar je pas na veel weken varen kon komen. Een reis erheen was duur, maar de herinneringen die je overhield, waren onbetaalbaar. Herinneringen die weer vervaagden door politieke en politionele conflicten vertroebelden het beeld daarna weer.   

 

Veth, Jan, Portret van Frans Lebret, doek
Portret van Frans Lebret
Jan Veth


Sterke machten van buitenaf zijn altijd aangetrokken geweest door de natuurlijke rijkdommen van het land. De eerste groepen Europeanen arriveerden in 1512. Achtereenvolgens waren het de Portugezen, de Hollanders en de Britten, die probeerden de herkomst van onder andere nootmuskaat, kruidnagel en peper te vinden en zo de internationale handel erin te beheersen. Toen de Verenigde Oost-Indische Compagnie in 1798 failliet ging, werd Indonesië onder de naam Nederlands Oost-Indië een nationale kolonie. 


Op het eiland Java werd al op grote schaal suiker geproduceerd, maar toen vanaf 1830 in het Cultuurstelsel werd bepaald dat de boeren op Java een vijfde deel   van hun land beschikbaar moesten stellen voor de teelt van suikerriet , leidde dit opnieuw tot grote winsten voor Nederland, maar voor de Javaanse boeren die  op het land en in de suikerfabriek verplicht moesten werken, was er geen echte verbetering in de leef- en werkomstandigheden.


Een van de mensen die op Java fortuin maakte als suikerfabrikant was Gerrit Lebret. In 1863 kreeg hij daar familie op bezoek: zijn broers Frans Lebret  en Jan Hendrik Lebret maakten de lange reis naar Java. De twee broers begonnen als toeristen aan een riskante trip, die normaal alleen vanwege economische, wetenschappelijke of politieke doelen ondernomen werd. 


Frans Lebret  (1820-1909)  was een kunstenaar uit Dordrecht, die vooral bekend was om zijn oer-Hollandse landschappen met schapen. Omdat de Dordtenaren volgens een legende nog steeds ‘schapenkoppen’ worden genoemd, zijn die vaak levensgrote schilderijen van Lebret sterk met de stad verbonden. De twee broers maakten de reis,  en de indrukken die Frans Lebret opdeed tijdens de reis zijn vastgelegd met schrijf- en tekenpen. Het reisverslag werd opgetekend en van de ruim honderd tekeningen in potlood, Oost-Indische inkt en waterverf is een selectie gemaakt die wordt tentoongesteld in het Dordrechts Museum.

 

Berglandschap op Java, Aquarel
Berglandschap op Java, Aquarel


De tentoonstelling is zeer smaakvol te noemen. In het kader van een groter evenement in Dordrecht, de INDOrdt Fair 2011, is door assistent-conservator Wyke Sybesma een selectie gemaakt . Die wordt aan de hand van een grafische tijdlijn aan de bezoeker gepresenteerd. Bovendien is als extra de reis langs verschillende landschappen, bezienswaardigheden en mensen ook online te volgen.
Frans Lebret vertrok per trein naar Marseille op 15 januari 1863. Daar nam hij het stoomraderschip  naar Alexandrië, waarna het per trein weer verder ging naar Caïro, waar hij op 25 januari arriveerde. Vanaf Suez  ging de reis verder per schip. 


Uit zijn verslag:
….Woestheid zonder leven blootgesteld aan eene brandende hitte over dag, afgewisseld door zoele winden, die het heette zand als een wolk des verderfs medevoeren… “ 


We zien gedetailleerde tekeningen in diverse technieken, penseeltekeningen, potloodtekeningen, gewassen pentekeningen, aquarellen en krijttekeningen. Het is alsof Lebret alles wilde vastleggen als souvenir, met hetzelfde gemak waarmee wij de camera hanteren om landschappen en mensen te fixeren.  Je kunt de  tentoonstelling dan ook echt bekijken als een reportage waarmee iemand zijn indrukken heeft vastgelegd en die met iedereen wil delen. Of het nu een ezelrijdende Arabier betreft, het gezicht op de Rode Zee met de berg Sinaï of de piramides bij Gizeh, we zien hier werk van een technisch begaafde vakman met veel gevoel voor details. Hij wilde graag “nog eens ooggetuige zijn van het Oostersch leven”  en zijn indrukken zijn goed geconserveerd. 

….Het grootsch aanzien van het landschap, gestoffeerd door verschillend gedreven wordende karabouwen en koeyen, welke ’t geheel tot zoveel schilderijen stof gaf, als men slechts begeerde….

 

De rede van Pointe de Galla, Penseeltekening
De rede van Pointe de Galla, penseeltekening


De duidelijke tijdlijn onder de werken geeft een heldere aanduiding van de steden en dorpen waar hij verbleef en de gebieden die hij bezocht. Batavia, Surabaya, Pasuruan, Yogyakarta. De Borobudur, Pekalongan, allemaal plekken die herinneringen oproepen aan ons koloniaal verleden. De drie broers trokken samen over het eiland Java. Je kijkt naar hun reis of je in een plaatjesboek zit te kijken van vroeger. Dagtochtjes werden gemaakt, maar ook langere tochten, zoals een vierdaagse tocht naar het Tengergebergte.  

De citaten onder de tekeningen maken het extra boeiend:
….het reinigen van elkanders hoofd langs den openbaren weg, waaraan nog een curiositeit verbonden is, die ik nauwelijks wagen durf te vermelden: hetgeen opgespoord, wordt met gretigheid verorbert….


Vaak zijn het de alledaagse werkzaamheden en de landschappen die getoond worden, maar vooral de nietigheid van de mens in de natuur komt duidelijk naar voren. Het in kleur gemaakte werk heeft als hoofdtoon een bijna mystiek groen die de natuurgetrouwheid en de levendigheid een sfeer geven die elke bezoeker aan Java herkenbaar moet voorkomen.  Er is een grote fascinatie voor de mensen, hoe ze eruit zien, de kleding, de houding. Hij is onder de indruk van de statigheid van de mensen en van de kleurige gewaden.  Hij geeft een goed beeld van wat hij belangrijk vindt en legt juist die dingen vast. Hij is echt een toerist die de plaatjes mooi maakt.  Titels zijn ook toeristisch: ‘….de inlanders langs den weg zittende….”  Alsof je het zelf bij je gemaakte foto zou schrijven……

 

Er is ook in het verslag ruimte voor drama:
….Het jongske onmiddellijk door de kaaiman aangegrepen, door een slag met den poot bedwelmd en alzoo onder water geslagen. Eene worsteling om het kind werd onder vreeslijk geschreeuw door der moeder gewonnen….


Het bezoek aan Java, maar ook de reis erheen, moet voor de gefortuneerde westerling Lebret een ware cultuurschok geweest zijn. Het reisverslag dat ook op de tentoonstelling wordt getoond, getuigt daarvan. De grootste ongemakken, de hitte waardoor hij niet kan slapen en die hem neerslachtig maakt, het klimaat, het ongedierte. Hij schrijft erover, om zijn eerlijke indrukken vast te houden voor  later.   


Boeiend is het om die reis te volgen via de site www.expeditiejava.waarbenjij.nu Een medium van nu om de reis van toen van dag tot dag te kunnen volgen.Vandaag, 8 september 2011 staat daar te lezen:
….Aan de rede van Galles besluiten we met enkele reisgenoten aan wal te gaan. We verbazen ons over de loods die aan boord komt “met eene boot bestaande uit een uitgeholden boomstam, waarop aan weerszijden twee plankjes met bamboe of rotting schillen verbonden waren, om hooger opstand te verschaffen, met een zoogenaamde uitlegger aan eene zijde, die met stokken van hout en met touwen van ’t haar van kokosnooten aan de twee einden verbonden zit. Zoo kozen wij van de veele om ’t schip zweevende booten, toch liever eene, op Europesche wijze gebouwde boot, en staken in groot gezelschap af en stapten wij kort daarop aan wal…


Hij tekent en beschrijft de reis naar Java, op het land en vanaf het schip. Op de tentoonstelling is alleen de heenreis te zien en het verblijf op Java. De terugreis die  begon op 30 april 1863, is wel beschreven , maar wordt niet getoond. De tekeningen komen uit de eigen collectie van het museum. Een stukje historie is op deze manier levend gemaakt. Als Europeaan heeft Lebert op een neutrale manier gekeken naar deze voor hem nieuwe wereld en die inderdaad fotografisch vastgelegd. De expositie is opgezet vanuit een historisch en niet vanuit een kunsthistorisch perspectief. Hoe reis je, hoe lang duurde het, wat maak je dan mee, de kernbegrippen waar het om draait. De tentoonstelling kan ‘gelezen’  worden als een soort stripverhaal en zal zeker de nazaten van de mensen aanspreken die vanuit ‘ons Indië’ hier zijn komen wonen, maar ook de gewone museumbezoeker die een andere kant van een kunstenaar wil zien. Het manuscript is nooit gepubliceerd, dat was ook niet de bedoeling, maar misschien dat ooit nog fondsen vrijgemaakt kunnen worden om manuscript en tekeningen te bundelen en alsnog te publiceren. Het Dordrechts Museum heeft er wel belangstelling voor. 


Er is gebruik gemaakt van de eigen teksten van Frans Lebret, vooral om de sfeer van die tijd op te roepen.  Het Dordrechts Museum is er op die manier prima in geslaagd om manuscript en tekeningen samen te laten komen in een boeiende presentatie. 


Er komen veel reacties van mensen die op Java geboren zijn en die herkenningspunten zien, maar bij wie vooral emotie en nostalgie naar boven komen. Zelf sprak ik een paar bezoekers aan. Een mevrouw die in 1957 Java had verlaten, was diep onder de indruk, maar toonde ook verwondering. Bepaalde punten, zoals een postweg die zij herkende, maar die in haar herinnering verhard was, zag ze hier op een prent terug als zandweg. Ze vond het allemaal heel bijzonder en heel mooi. Ik denk dat de tentoonstelling een aanrader is voor iedereen die op een of andere manier een band heeft met ons “oude Indië” of er misschien nog wel een keertje heen wil, niet met boot en trein en niet met pen en papier, maar vliegend en met de camera. Ik zet ook dit ongetwijfeld mooie eiland vast op mijn verlanglijstje ! 


Tentoonstelling Expeditie Java- De Indische tekeningen van Frans LobretLoopt nog tot en met 31 oktober 2011 www.dordrechtsmuseum.nl


  • 9-9-2011

Comments (1)

marleen
Said this on 25-9-2011 At 01:53 pm

weer met belangstelling gelezen.

zou er niet veel naar gekeken worden?

Post a Comment
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:

Was it of interest?  Why not share it with others!