Categories
- 20th-century Decorative Art
- Arms and Armour
- Books, Manuscripts and Maps
- Classical Antiquities, Coins and Medals
- Clocks, Barometers and instruments
- Furniture
- Jewellery, Snuff Boxes and Miniatures
- Medieval art
- Modern Art
- Oriental and Asian Art
- Paintings, Drawings and Prints
- Porcelain, Ceramics and Glass
- Photography
- Tribal and Pre-Columbian Art
- Sculptures
- Silver
- Textiles, Carpets and Tapestries
- Works of Art
- News
- Blogs
- Books
Quick Search
Thumbs up for ......
Goed Getroffen, een impressie - Werken van de Haagse School nu te zien in Oss
Het is een monumentaal pand, in het centrum van Oss, op een steenworp afstand van het station. Ooit was het fabrikantenvilla, gemeentehuis, pensionaat en nu een museum, genoemd naar de stadsarchivaris Jan Cunen (1884-1940) die ook de grondslag legde voor de huidige collectie.
Ze noemen zich graag een eigenzinnig museum , dat met een bezoekersaantal van ongeveer 35.000 per jaar, een prominente plaats inneemt in de Nederlandse museumwereld. De tentoonstelling “Goed getroffen” , met werken uit de Haagse School, wil ik vandaag gaan zien.
Het Museum Jan Cunen blijkt pas na de middag open te gaan. Daar sta ik dan ’s ochtends tegen 11 uur op de stoep. Toch wordt er opengedaan en ik word vriendelijk ontvangen. “We hebben landelijk een erg goede reputatie, vooral op het gebied van educatie,” zegt Fleur Junier, conservator moderne en hedendaagse kunst. De conservator van de negentiende eeuwse kunst, Marjan van Heteren, is er vandaag niet. “Wij zijn wel een klein museum maar vanaf de jaren tachtig hebben we een goede landelijke bekendheid, omdat we hier de eerste Nederlandse Museumschool hebben. Die school is een integraal onderdeel van het Hooghuis, een school voor voortgezet onderwijs. We hebben een aantal lokalen aan het Hooghuis laten bouwen, die helemaal aan museale klimatologische eisen zijn aangepast. Daar is ook elk jaar een deel van onze collectie te zien en worden lesprogramma’s ontworpen die hiermee verband houden. In de museumschool staat de collectie van Museum Jan Cunen centraal en die is zowel doel als middel . Daarnaast bouwen kunstenaars samen met leerlingen ook installaties en kunstwerken. Wij hebben dus een goede reputatie op het gebied van de kunsteducatie. Officieel hebben we een collectie negentiende eeuwse kunst, verder hebben we als speerpunt moderne hedendaagse kunst en een collectie streekgeschiedenis. We hebben wel een duidelijke ambitie om landelijk nog meer bekendheid te verwerven.” Ze wijst terloops op de unieke muurschilderingen die door Gijs Frieling op de muren van de oude trouwzaal zijn gemaakt, een uniek object dat ook zeer bezienswaardig is.
Maar weer even van de schoolse activiteiten terug naar die andere school, de Haagse School. Tenslotte is dat het doel van mijn bezoek. Het betreft hier allemaal werk uit de eigen collectie van het museum, dat nu als één geheel wordt getoond. Steeds opnieuw worden keuzes gemaakt om zo een stuk collectie te presenteren. Kwaliteit staat voorop.
Het gebouw heeft binnen de groteske sfeer van vroeger behouden. Een centrale hal met veel lichte muren, een grote houten trap, reliëfs tegen de muren, een grandeur die ooit voor een welvarende uitstraling heeft moeten zorgen. Op de dag dat ik er ben, kan ik alles goed in me opnemen, zeker ook wel omdat ik me buiten de officiële toegangstijden een beetje een illegale bezoeker voel. Speciaal voor mij zijn de lichten aangedaan en is er een muziekje aangezet. Het maakt het bezoek nog een stuk plezieriger dan het al was.
Hoe zat het ook weer met die Haagse School ? De naam wordt voor het eerst genoemd door de criticus Jacob van Santen Kolff, in 1875 in het tijdschrift De Banier . Volgens hem is het ‘een nieuwe, ultraradicale beweging in de schilderkunst.’ Hij zag het streven vooral samengevat in de weergave van de stemming en aan een voorkeur aan toon boven kleur. Het was tien jaar na het begin in het Franse Barbizon en de ontwikkeling liep ongeveer gelijk met het Franse impressionisme. Zowel het observeren als het weergeven van interieur en landschap gingen uit van de impressie. Dat was in Nederland het eerst merkbaar in het werk van Jozef Israëls, Johannes Bosboom en Johan Hendrik Weissenbruch. Het schilderkunstige genootschap Pulchri Studio (opgericht in 1847) was de geboorteplek van de Haagse School. Klassieke en nederige thema’s als landschap, veestuk en interieur , werden tot nieuw leven gebracht in hun kunst . De wortels lagen nog in de Romantiek, de uitwerkingen werden anders. Het landschap moest impressionistisch-realistisch worden weergegeven, in plaats van romantisch getint. Persoonlijke indrukken moesten overheersen. Stemming en atmosfeer van het Hollandse land boven de statigheid. De eerste indruk moest goed worden getroffen, dat hadden ze gemeen met de impressionisten. Ze waren dan wel tijdgenoten van de impressionisten en ze werkten ook in de open lucht, maar ze schuwden het mondaine en het kleurrijke. Holland had een grijze tonaliteit en die wilden zij laten zien. Op het strand schilderden ze liever de vissers dan de badgasten, het sentiment kreeg de voorkeur boven de realiteit. De realiteit was dat er al een opkomende verstedelijking en industrie was.
Schilders als Hendrik Willem Mesdag, Anton Mauve en Jacob Maris voegden zich bij de groep. Nog meer kunstenaars sloten zich aan en gingen die nieuwe toets uitproberen. Gerard Bilders, Matthijs Maris en Willem Maris, Willem Bastiaan Tholen, Isaac Israëls, Theophile de Bock, Bernard Blommers. De groep werd groter. Er kwam steeds meer belangstelling van het publiek, hoewel sommige critici erg sceptisch bleven. Zelfs internationale verzamelaars kregen belangstelling en werken verdwenen naar het buitenland. Die goede reputatie duurde tot na de Eerste Wereldoorlog. Na die sombere periode in de wereldgeschiedenis kwam veel meer het vrolijkere Franse impressionisme in de belangstelling en verdween de Haagse School enigszins in de vergetelheid.
Pas in de tweede helft van de 20e eeuw bloeide de belangstelling weer op, ook omdat met name het Gemeentemuseum Den Haag het weer aandurfde een tentoonstelling te houden. De belangstelling was groot en weer kwam er een hernieuwde internationale belangstelling. Er kwam meer waardering en zelfs de relatie met Vincent van Gogh en Piet Mondriaan werd in kaart gebracht. Het kunsthistorisch onderzoek naar de schildersgroep kreeg nieuwe impulsen en musea in Nederland probeerden steeds meer Haagse School objecten te verzamelen en te verwerven. Boeken werden uitgegeven, de kunsthandel kreeg weer interesse en het publiek was de grote winnaar. Het grote genieten van de Haagse School kon weer en mocht weer. En een museum dat een expositie met dit thema organiseert, kan weer rekenen op een grote belangstelling. Oss heeft dat goed begrepen.
Een aantal uitspraken die op de wanden staan uitvergroot vormen een mooie rode draad in de kleine tentoonstelling, die verder op een klassieke manier wordt getoond.
Scheveningen, als je dat vroeger gekend had, neen man, prachtig mooi ! God, god, wat was dat schilderachtig.
BERNARD BLOMMERS
Het eerste zaaltje waar ik binnen loop, heeft al een geweldige blikvanger. Het schilderij van Mesdag, dat ook het affiche siert, is met een grootte van 140 x 180 cm een indrukwekkend paneel. De “Vissersschepen in de branding” is een doek dat de grootsheid van de zee symboliseert tegen de nietige vissers in hun scheepjes. Door de opvallend lage horizon, ben je plotseling zelf een wandelaar op het strand en ervaar je de grootse wolken als een echt schouwspel. Wat blauw als kleur van de hoop tussen de donkere wolken boven de vissers. De dreiging van de zee spreekt een duidelijke taal, maar ook proef je de eigenwaarde van de vissers , de trots op hun werk.
Vissersschepen in de branding
HENDRIK WILLEM MESDAG (niet gedateerd)
foto Peter Cox
De natuur is stof waaruit wij moeten putten
WILLEM ROELOFS
Een drietal werken van Willem Roelofs hangen netjes onder elkaar. De Amstel bij Amsterdam, de Vaart bij Schiedam en de polder bij Gouda. Als een soort drieling symboliseren juist deze kleinere werken hoe de kunstenaars probeerden te spelen met licht, lucht en wolken. Noem het observaties of impressies. Je krijgt bijna het idee dat deze werken alleen al vanwege het formaat probeersels moeten zijn geweest voordat er groter werk geproduceerd kon worden. Een persoonlijke impressie van mij in dit geval. Roelofs was een schilder die oorspronkelijk zeer realistisch werk maakte, maar hij ontwikkelde langzaam maar zeker een meer vrije stijl. Hij koos ook onderwerpen die tot dan toe als te gewoon voor een landschap werden beschouwd. Blommers is de man van de weiden met koeien en de indrukwekkende wolken, weer genieten dus.
Een ander werk dat zonder meer imponeert is de ‘Breiende vissersvrouw met slapend kind in de duinen’ van Bernard Blommers. Volgens de boeken was hij een positief ingesteld persoon die het Scheveningse leven van de vissers niet direct armoedig uitbeeldde. Dat blijkt ook uit dit werk. Vrij eenvoudig van kleurstelling, maar toch op een bepaalde manier gekleurd en zeer sprekend in de uitbeelding. De breiende moeder, het slapende kind, samen tussen het helmgras in de duinen. Het lijkt statisch, maar zit zo vol met dynamiek: het breien, het slapen, het wuiven van het gras. Moeder met haar gedachten misschien bij de mannen op zee, het kind dromend. Dit is een werk waarbij je de eigen fantasie kunt gebruiken om elke keer weer een nieuw verhaal te verzinnen.

Breiende vissersvrouw met slapend kind in de duinen
BERNARD BLOMMERS (1886)
foto Peter Cox
Een schilderij van Mauve of Maris of Israëls spreekt meer en duidelijker dan de natuur zelve.
VINCENT VAN GOGH
Je krijgt op deze tentoonstelling een erg goede indruk van wat de schilders van de Haagse School hebben gemaakt. Ondanks de kleine collectie krijg je een goede indruk van hun impressies. Of je nu de ‘Koe in de stal’ van Anton Mauve ziet of ‘Het strijkstertje’ van Jacob Israëls, het blijft verwonderlijk te zien hoezeer de schilders uit die tijd hebben geworsteld om hun eigen realisme te ontwikkelen, samen met hun impressie. Vooral die strijkster treft me ook, het donkere vertrek, de eenvoudige vrouw, de rest van de kamer wordt gesuggereerd, terwijl de poes naast de tafel een bijrol lijkt te spelen, maar in feite ook een hoofdrol heeft.
En het houdt maar niet op met de wijsheden en filosofieën op de wanden.
Een avond met dauw op het land is veel gekleurder dan men wel zou geloven. Dikwijls zoo sterk dat het palet te kort schiet
PAUL JOSEPH CONSTANTIN GABRIEL
Duidelijk is ook te zien dat de schilders soms de voedingsbodem hebben gevonden in de realistische romantiek. Soms zie je wel de romantische onderwerpen sterk terug. Ik denk aan ‘De ruïne van het kasteel te Asten’ van Willem Cornelis Rip of aan ‘Het betoverde kasteel’ van Matthijs Maris. Het is een stuk vol mystiek, maar de sfeer overheerst. Je waant je bijna in de Efteling als je er lang naar kijkt, het is een sprookje dat hier in veel tinten groen bij je binnenkomt.
Stel mij een toon, welke ook en ik zal er u mijn schilderij uit doen ontwikkelen.
JACOB MARIS
Op de tentoonstelling zijn niet de bekendste werken van de Haagse School schilders te zien, maar dat maakt het hier juist zo boeiend. Gewoon op een middag ontdekken welke lijnen er in hun werk zitten, terugkerende thema’s zien, achterhalen hoe zij hebben gewerkt met treffende toetsen om Holland uit te tekenen en te schilderen. Kijk naar landschappen met poldersloten en bruggetjes, stadsgezichten met molens, koeien binnen en buiten , boerderijen met bomen erlangs, de vissers en de boeren. Probeer je dan voor te stellen hoe uniek de schilders destijds in hun werkwijze moeten zijn geweest, met de schildersezel naar buiten trokken om daar te werken, en zie hun fascinatie voor alles wat ze daar zagen. Proef sfeer en stemmingen en kijk naar werk van onder andere Jan Hendrik Weissenbruch, Jacob Maris, Johannes Bosboom, Willem de Zwart en andere Hollandse meesters.

Boerderij te Nieuwkoop
JAN HENDRIK WEISSENBRUCH (1891)
foto Peter Cox
De werken hangen in enkele intieme zalen en zijn van verschillend formaat. Juist door die intimiteit spreekt zelfs het kleinste werk. Grotere doeken zouden hier niet op zijn plaats zijn geweest. Dit is een tentoonstelling voor de fijnproevers, de natuurzoekers, de liefhebbers van al wat Hollands is en was. Museum Jan Cunen heeft er goed aan gedaan deze charmante collectie op een intieme maar overtuigende manier te presenteren. Onderstaande citaten van schilders spreken boekdelen, doen alles uit de doeken ! Ga het zelf maar ontdekken !
In een schuitje zitten schilderen, het water in een oude klomp, een lekker pijpje in de mond, dat is schildersheerlijkheid.
J.H. WEISSENBRUCH
Wij leven van regen en zonneschijn en gaan met ons palet door de droge buien
J.H. WEISSENBRUCH
Een goede buitenstudie heeft de adem van de natuur in zich
WILLEM ROELOFS
Museum Jan Cunen
Molenstraat 65
5341 GC Oss
tel. 0412 629328
www.museumjancunen.nl
GOED GETROFFEN, MEESTERWERKEN VAN DE HAAGSE SCHOOL
22-01-2012 TOT 25-05-2012
- 1-2-2012
Was it of interest? Why not share it with others!












