Search

Advanced Search

Modern Art


Pop Design

Pop Design, afgeleid van Pop Art, veroverde de wereld in de jaren zestig als reactie op het strakke en functionele Good Design van het voorafgaand decennium. Geïnspireerd door de populaire cultuur en de consumptiemaatschappij en gebruikmakend van nieuwe technieken en materialen zoals kunststof, ontstonden de meest bizarre en buitenaardse vormen met bonte kleuren. De oliecrisis van 1973 maakte echter een abrupt einde aan de onbezorgde wegwerpcultuur.

Tijdens het bewind van Lenin maakte Marc Chagall van het Jiddisch Staatstheater in Moskou een verheerlijking van de jiddische cultuur die hij juist weer in de armen had gesloten. Na een halve eeuw in de kelders van de Tretjakov Galerij te hebben gezucht, zijn de doeken in de oorspronkelijke opstelling te bewonderen in het Joods Historisch Museum. [2002]

James Ensor (1860-1949) was op latere leeftijd, behalve een gerespecteerd burger van Oostende, een gelauwerd kunstenaar in wie de modale Belg het woordje zag dat het nog altijd jonge vaderland meesprak in de internationale ontwikkeling van de schilderkunst. "De grondlegger van heel onze modernistische Belgische beweging, de enthoesiaste voorloper van onze vermetelheden en al onze emancipaties", heette het in 1920. Hoewel Ensor na de eeuwwisseling geen enkel blijk meer gaf van enige vermetelheid en hij zich ertoe beperkte voor rijke verzamelaars kopieën van zijn eerdere succeswerken te vervaardigen, hield welgedaan België hem als eigentijds meester in ere.

Een mondaine anarchist [Kees van Dongen]

De Rotterdamse schilder Kees van Dongen is bekend als dé societykunstenaar van Parijs begin vorige eeuw. Zijn vroege werk laat een serieuzer Van Dongen zien, die tussen politieke tekeningen en maatschappijkritische prenten door een beginnende aandacht voor het mondaine leven had.

Een trits mastodonten [Ferdinand Erfmann]

In de film 'The Italian Job' speelt de altijd ongelofelijke Benny Hill een ranzige gekke geleerde met een alles opzijschuivende voorliefde voor enorme vrouwen: 'I like 'em big.' De iele Amerikaanse underground-striptekenaar Robert Crumb is er eveneens altijd rond voor uitgekomen en deelt zijn leven nu met een heel erg uit de kluiten gewassen meid. De Nederlandse schilder Ferdinand Erfmann (1901-1968) heeft eveneens van zijn hart nooit een moordkuil gemaakt, maar kon zijn ideaal niet in een echte boterberg omzetten. Dankzij door suikerziekte veroorzaakte impotentie en een wurgende jaloezie van vaderskant heeft de wereld nu de beschikking over een door zijn maniakale herhaling boeiende reeks van duizend (!) schilderijen met een zeer beperkt aantal onderwerpen.

Guillaume Apollinaire leidde zijn avantgarde-troepen in opeenvolgende aanvallen in de strijd tegen de behoudende kunstopvattingen. Kubisten, Orfisten, Futuristen, Dadaïsten en posthuum nog Surrealisten en andere modernisten bezielde hij tot het veroveren van de twintigste eeuw. Een deel van de buit is te bewonderen op de tentoonstelling 'Apollinaire. Woordvoerder van de avantgarde - avantgardist van het woord'.

Volgende week [1993] gaat de vijfde overzichtstentoonstelling van start van Neerlands grootste Surrealistische schilder, de Utrechter Jopie Moesman. Achter de onverdroten seksuele fantasieën gaat een bitter levensverhaal schuil. Miskenning zit in een klein hoekje.

Het is onduidelijk waarom de surrealistische kunstenaar en dichter Meret Oppenheim (1913-1985) zich dit jaar in zo'n overweldigende belangstelling mag verheugen. Het afgelopen jaar reisde een groot overzicht van haar werk langs belangrijke Amerikaanse musea, deze zomer deelde ze een expositie in de Rotterdamse Kunsthal met Man Ray en nu zijn een massa werk op papier en wat objecten en schilderijen te zien in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem. Deze tentoonstelling, die is georganiseerd door de Zwitserse kunstraad Pro Helvetia en ook Uppsala en Helsinki aandoet, is geheel afkomstig uit privé-collecties en galeries. Een deel van de geëxposeerde werken is overigens ook te koop: Oppenheims vlot afgewerkte en vaak vermenigvuldigbare objecten zijn typische galeriekunst.

'Niemand was zo goed in de zakken van de werkelijkheid binnenstebuiten te keren als Max Ernst,' zei Tristan Tzara. Van verschillende kunstenaars wordt beweerd dat ze de beste of de invloedrijkste van deze eeuw zijn. In één opzicht geldt dat voor Ernst: hij ontwikkelde een hele reeks technieken die de traditionele schilderkunst, grafiek en zelfs sculptuur moesten vervangen. Collage, frottage, raclage, grattage, assemblage, dripping en décalcomanie zijn uiteindelijk tot het standaardrepertoire gaan horen van de twintigste-eeuwse kunstenaar.