
Al vroeg in de 17de eeuw was Amsterdam het belangrijkste zilvercentrum
van Nederland. Met een magnetische aantrekkingskracht op zilversmeden,
die van heinde en ver naar de stad trokken om er hun geluk te
beproeven. Onder hen vele Zuid-Nederlanders, later ook tal van
buitenlanders. In de 17de eeuw waren dit meest Duitsers: Leendert
Claesz en Johannes Lutma uit Emden; Michiel Esselbeek en Johannes en
Anthony Grill uit Augsburg, toen een belangrijke zilverstad van Europa.
In de 18de eeuw waren het vooral Franse Hugenoten en Scandinaviërs die
zich in Amsterdam vestigden. Van hen zijn Louis Metayer en Johannes
Schiotling wel de bekendsten. Zij allen droegen met hun vakkennis en
eigen inbreng in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van de
Amsterdamse edelsmeedkunst.