Search

Advanced Search

Silver


Beroepen op koningsschilden

door Jan van Laarhoven

De Brabantse schuttersgilden discrimineren niet. De leden ervan zijn afkomstig uit alle lagen van de bevolking en dat draagt bij aan de charme van deze verenigingen. Dat wil niet zeggen dat er van gilde tot gilde niet een onderscheid zou kunnen zijn in de globale herkomst van de leden.  Zo zijn er plaatsen die een ‘boerenguld’ hebben wat erop duidt dat de leden vooral uit de agrarische stand afkomstig waren of zijn.  In de expositie van de Brabantse schuttersgilden in Museum Kempenland is een selectie gemaakt uit de vele honderden schilden waarbij gekeken werd naar een verwijzing op de schilden naar beroepen van de schenkers ervan.

door J. Luijt en M. Houtman

Bij de vrede van Tilsit (juni 1807) verwierf Napoleon het graafschap Oost-Friesland van de koning van Pruisen. Van de tsaar van Rusland eigende hij zich de heerlijkheid lever toe. In november 1807 droeg Napoleon deze gebieden, in het Hollands-Franse verdrag van Fontainebleau, over aan zijn broer, Lodewijk Napoleon, koning van Holland. Het verworven gebied kwam als het departement Oost-Friesland onder `Hollands' bestuur, met de daarbij behorende wetgeving. De Hollandse wetgeving op gouden en zilveren werken van 11 maart 1807 werd ook van kracht in het nieuw verworven departement. De wet regelde de keuring en de inning van de belasting op deze luxe. De minister van Financiën, I.J.A. Gogel, die verantwoordelijk was voor de uitvoering van de wet op de gouden en zilveren voorwerpen, besloot in het nieuw verworven departement ook keurkamers op te richten.


Karel Citroen

In 1988 and 1989 the painting to be discussed in these pages was shown at three venues in the exhibition A Prosperous Past: the Sumptuous Still Life in the Netherlands 1600-1700 - at the Stedelijk Museum Het Prinsenhof, Delft, the Fogg Art Museum, Cambridge, Massachusetts, and the Kimbell Art Museum, Fort Worth, Texas. It was described as follows by Dr Sam Segal in his accompanying catalogue (The Hague 1988), under no. 3 on p. 57.

In het verleden was het dragen van een ambtstenue voor veel beroepen meer een gebruik dan tegenwoordig. Ministers  droegen een uniform compleet met steek en boden waren veelal herkenbaar aan hun bodebus. In verschillende munthuizen ging de jongste leerling of gezel gekleed in een eigen pak: het muntgezellenkostuum.

Een zilvermerk in de strijd tegen belastingontduiking

Belastingheffing zal altijd gepaard gaan met belastingontduiking, die weer leidt tot maatregelen van de overheid. Een aardig voorbeeld hiervan is de poging van enkele goud- en zilversmeden om de Staat op te lichten in het Koninkrijk Holland (1806-1811) en het verweer van de overheid daartegen.


Silver wonders from the East

After the 16th century - when voyages of discovery led to the development of trade routes by sea - silver objects in filigree found their way to the West. European rulers such as Louis XIV, Frederik Willem van Brandenburg and Amalia van Solms began to build up collections and displayed them in special cabinets. But nearly all these collections have been lost, dispersed or melted down. The only one to be preserved is that of the tsars. New research has been carried out into the extensive collection of filigree pieces assembled by Peter the Great and Catherine the Great. The original collection has been reconstructed from the many departments of the Hermitage. It consists of objects made in China, India and Indonesia specially for the European market. These are ancient secrets that have been rediscovered in the rich collections of the State Hermitage Museum in St Petersburg.

Het zilveren wonder uit het Oosten

Na de 16de eeuw – toen er door de ontdekkingsreizen handelsroutes over zee ontstonden – vonden de zilveren objecten in filigrein hun weg naar het Westen. Europese vorsten zoals Lodewijk XIV, Frederik Willem van Brandenburg en Amalia van Solms begonnen te verzamelen en toonden hun collectie in speciale kabinetten. Maar bijna alle verzamelingen zijn verloren gegaan, verspreid geraakt of omgesmolten. De enige collectie die bewaard bleef, is die van de tsaren. Naar de omvangrijke verzameling filigreinobjecten die Peter de Grote en Catharina de Grote hebben aangelegd, is nieuw onderzoek verricht. De oorspronkelijke verzameling is uit vele afdelingen van de Hermitage gereconstrueerd. Het betreft voorwerpen die in China, India en Batavia zijn gemaakt, speciaal voor de Europese markt. Het zijn oude geheimen die zijn herontdekt in de rijke verzamelingen van het Staatsmuseum de Hermitage in Sint-Petersburg.

Rococo : Nederland aan de Zwier

Rococo op de natuur geënte, anti-klassieke vormgeving onstond in Parijs en verspreidde zich vanaf ongeveer 1730 over geheel Europa. Nederland was meer dan 50 jaar in de ban van deze eigenaardige stijl.  Kunstenaars rond het hof van de Franse koning Lodewijk XV stonden aan de wieg van de nieuwe mode die daarom ook wel Lodewijk XV-stijl wordt genoemd. Enkele edelsmeden worden beschouwd als de grondleggers van het rococo. Claude II Ballin (1661-1754) was een van hen.

Oogverblindend

Al vroeg in de 17de eeuw was Amsterdam het belangrijkste zilvercentrum van Nederland. Met een magnetische aantrekkingskracht op zilversmeden, die van heinde en ver naar de stad trokken om er hun geluk te beproeven. Onder hen vele Zuid-Nederlanders, later ook tal van buitenlanders. In de 17de eeuw waren dit meest Duitsers: Leendert Claesz en Johannes Lutma uit Emden; Michiel Esselbeek en Johannes en Anthony Grill uit Augsburg, toen een belangrijke zilverstad van Europa. In de 18de eeuw waren het vooral Franse Hugenoten en Scandinaviërs die zich in Amsterdam vestigden. Van hen zijn Louis Metayer en Johannes Schiotling wel de bekendsten. Zij allen droegen met hun vakkennis en eigen inbreng in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van de Amsterdamse edelsmeedkunst.