Search

Advanced Search

Silver


Silver wonders from the East

After the 16th century - when voyages of discovery led to the development of trade routes by sea - silver objects in filigree found their way to the West. European rulers such as Louis XIV, Frederik Willem van Brandenburg and Amalia van Solms began to build up collections and displayed them in special cabinets. But nearly all these collections have been lost, dispersed or melted down. The only one to be preserved is that of the tsars. New research has been carried out into the extensive collection of filigree pieces assembled by Peter the Great and Catherine the Great. The original collection has been reconstructed from the many departments of the Hermitage. It consists of objects made in China, India and Indonesia specially for the European market. These are ancient secrets that have been rediscovered in the rich collections of the State Hermitage Museum in St Petersburg.

Het zilveren wonder uit het Oosten

Na de 16de eeuw – toen er door de ontdekkingsreizen handelsroutes over zee ontstonden – vonden de zilveren objecten in filigrein hun weg naar het Westen. Europese vorsten zoals Lodewijk XIV, Frederik Willem van Brandenburg en Amalia van Solms begonnen te verzamelen en toonden hun collectie in speciale kabinetten. Maar bijna alle verzamelingen zijn verloren gegaan, verspreid geraakt of omgesmolten. De enige collectie die bewaard bleef, is die van de tsaren. Naar de omvangrijke verzameling filigreinobjecten die Peter de Grote en Catharina de Grote hebben aangelegd, is nieuw onderzoek verricht. De oorspronkelijke verzameling is uit vele afdelingen van de Hermitage gereconstrueerd. Het betreft voorwerpen die in China, India en Batavia zijn gemaakt, speciaal voor de Europese markt. Het zijn oude geheimen die zijn herontdekt in de rijke verzamelingen van het Staatsmuseum de Hermitage in Sint-Petersburg.

Rococo : Nederland aan de Zwier

Rococo op de natuur geënte, anti-klassieke vormgeving onstond in Parijs en verspreidde zich vanaf ongeveer 1730 over geheel Europa. Nederland was meer dan 50 jaar in de ban van deze eigenaardige stijl.  Kunstenaars rond het hof van de Franse koning Lodewijk XV stonden aan de wieg van de nieuwe mode die daarom ook wel Lodewijk XV-stijl wordt genoemd. Enkele edelsmeden worden beschouwd als de grondleggers van het rococo. Claude II Ballin (1661-1754) was een van hen.

Oogverblindend

Al vroeg in de 17de eeuw was Amsterdam het belangrijkste zilvercentrum van Nederland. Met een magnetische aantrekkingskracht op zilversmeden, die van heinde en ver naar de stad trokken om er hun geluk te beproeven. Onder hen vele Zuid-Nederlanders, later ook tal van buitenlanders. In de 17de eeuw waren dit meest Duitsers: Leendert Claesz en Johannes Lutma uit Emden; Michiel Esselbeek en Johannes en Anthony Grill uit Augsburg, toen een belangrijke zilverstad van Europa. In de 18de eeuw waren het vooral Franse Hugenoten en Scandinaviërs die zich in Amsterdam vestigden. Van hen zijn Louis Metayer en Johannes Schiotling wel de bekendsten. Zij allen droegen met hun vakkennis en eigen inbreng in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van de Amsterdamse edelsmeedkunst.